Gepubliceerd in Kei in sport (sportblad in Amersfoort)

Door: Ted van der Meer

Wie kent haar, naast familie en vrienden? Wie weet dat ze een absolute topper is met de mogelijkheid om de Olympische Spelen te halen? Het zullen er niet veel zijn. Maar dat verdient ze niet. De geboren Amersfoortse CELINE VAN DUIJN (26) is wereldtop in het schoonspringen. Vorig jaar – op de fraaie datum 8-8-18 – leverde ze tijdens het EK in Schotland een sublieme prestatie op het moeilijkste onderdeel, de 10 meter torenspringen. Out of the blue deed ze een succesvolle greep naar de macht. “Ik had nooit verwacht dat ik goud zou winnen”, stamelde ze. “Dit was mijn droom!” Hoog tijd voor een nadere kennismaking met deze prachtige sportvrouw.

Terug naar het begin. Hoe zag je jeugd eruit?
Ik woonde in de wijk Kattenbroek met mijn ouders, mijn oudere broer Marcel, mijn jongere broertje Lennertjan en mijn zusje Janissa. Mijn basisschool, De Dubbelster, was lekker dichtbij. Wij woonden aan het einde van de straat, op loopafstand van de school. Daarna heb ik op mijn middelbare school, ’t Hooghe Landt College, mijn havodiploma gehaald.

Je sportloopbaan in Amersfoort begon niet met schoonspringen. Men kende je als een getalenteerde turnster.
Ja, dat vond ik een hele mooie sport. En ik was ook best fanatiek. Op een gegeven moment oefende ik vijf keer in de week bij GymXL. Ik begon daar trouwens al toen ik nog maar drie jaar oud was.

Dat is extreem vroeg.
Ik heb van mijn ouders begrepen dat ik na twee maanden al rechtop kon zitten. Met een kaarsrechte rug. En met negen maanden liep ik en op mijn derde kon ik fietsen. Ik was nogal leergierig en hield van uitdagingen. Mijn moeder zag dat ik boordevol energie zat. Daarom deed ze me op kleutergym, zodat ik me verder kon ontwikkelen, mijn energie kwijt kon en nieuwe uitdagingen had.

Je had het in je om een goeie turnster te worden. Maar toch ging je op je 16e schoonspringen. Wat was er misgegaan?
Mijn lichaam zat me in de weg. Op een gegeven moment had ik zoveel blessures dat het niet meer ging. Mijn onderrug was het grootste probleem. Daardoor kon ik geen flikflakken meer maken. Soms schoot het er ineens in, waardoor ik door mijn benen zakte en eventjes niet meer kon bewegen van de pijn. Daarnaast had ik ook een botkneuzing in mijn pols. Het herstel zou minimaal twee jaar gaan duren. En doordat mijn lichaam zo overbelast was, kwamen er nog andere pijntjes bij. Ik moest een keuze maken en dat werd tot mijn verdriet stoppen met turnen.
Maar ik zat niet bij de pakken neer. Ik wilde per se blijven sporten en dus ging ik op zoek naar een nieuwe uitdaging die bij mij paste. Dankzij een turnvriendinnetje kwam ik uit bij schoonspringen. Deze sport was voor mijn lichaam minder belastend. Ik vond het een mooie sport en ik had weer een doel voor ogen.

Schoonspringen oké, maar de 10 meter plank…
Zo begon het niet hoor. De eerste jaren heb ik gewoon de 3 meter gedaan. Daar kwam eind 2014 verandering in. Mijn voormalige coach Balázs Ligárt vroeg of ik het leuk zou vinden om de 10 meter eens te proberen. De reden daarvan was dat er genoeg vrouwen waren voor de 3 meter plank, maar niemand voor de 10 meter torenspringen. Ik ga een spannende uitdaging niet gauw uit de weg, dus ik zei ja.

Voelde je angst toen je ermee begon? Je kunt vanaf 10 meter immers heel ongelukkig met het harde water in aanraking komen.
Echt angst wil ik het niet noemen, maar spanning was er zeker. Je moet veel nieuwe sprongen leren vanaf een hoogte waar je niet mee vertrouwd bent. Dat geeft wel een enorme adrenalinekick. En als het lukt, heb je een onwijs gaaf gevoel. In je achterhoofd denk je natuurlijk wel aan mogelijke risico’s, maar dat houdt je juist scherp. En des te groter de kick wanneer alles klopt.

Hoe voelt het als je daar bovenop staat en je weet dat alle ogen op je gericht zijn?
Daar ben ik op dat moment niet mee bezig. Het is een en al concentratie. Ik sta daar om mijn sprong te maken en ik houd me niet bezig met wat er om mij heen gebeurt.

Ga even met me terug naar 8 augustus 2018. Het EK in Schotland was live te zien op Eurosport. Je maakte de mooiste sprongen van je leven. Het gevolg was een dik verdiende gouden medaille. Waar kwam dat ineens vandaan?
Ik had het niet zien aankomen en was compleet verrast. Ik weet wel dat ik goed kan springen, maar dit was ver boven mijn verwachtingen. Ik was zó blij, zó emotioneel ook. Het was een droom die uitkwam. Ik hoopte altijd wel dat het ééns zou lukken. Je werkt er elke dag zo hard voor om op het juiste moment te pieken. En als je uitgerekend op zo’n belangrijk evenement het allerbeste uit jezelf haalt, dan is dat gewoon onbeschrijfelijk. Ik zal dat moment en het gevoel daarbij nooit vergeten.

Je coach is Edwin Jongejans. Een bekende naam in jouw sport. Wat betekent hij voor jou?
Hij helpt mij met de weg naar de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Elke dag traint hij mij om mij beter te maken. Edwin heeft een positieve instelling en daardoor voelt het goed. Hij is heel belangrijk voor mijn verdere ontwikkeling als 10 meter springster.

Je bent fulltime topsporter. Hoeveel tijd besteed je aan je sport?
Ik train gemiddeld dertig uur per week. En daar komen dan ook nog de fysiobehandelingen en dergelijke bij.

Je bent in ons land niet vaak in beeld. Je toernooien zijn meestal in het buitenland. Daardoor is het haast onmogelijk om populair te worden onder het grote publiek. Hoe ervaar je dat?
Ik denk niet zozeer dat dat te maken heeft met weinig wedstrijden in ons land. Helaas is er maar weinig interesse voor schoonspringen, waardoor de internationale wedstrijden meestal niet op tv komen. Voor mij persoonlijk maakt het niet zo veel uit dat ik niet beroemd ben, maar voor eventuele sponsoring is het wel lastig. Met meer bekendheid en sponsoring zou onze sport zich beter kunnen ontwikkelen.

Hoe financier je je loopbaan?
Dat is nog niet zo gemakkelijk. Gelukkig heb ik afgelopen jaar mijn A-status gehaald, waardoor ik voor één jaar financieel ondersteund word door NOC*NSF. Ik moet mij dit jaar opnieuw bewijzen door op het WK bij de beste acht te komen of bij de beste drie op het EK. Dat zijn pittige doelen. Mocht ik het niet halen, dan moet ik weer terug naar de oude situatie toen ik ook nog ondersteund werd door mijn ouders: naast dertig uur trainen nog eens drie keer in de week werken als schoonspringcoach en één keer in de week als schoonmaakster.

Hoe is het gesteld met de sponsoring?
Ik heb momenteel één sponsor, Humble Buildings, waar ik enorm blij mee ben. Maar helaas is dat niet genoeg om van te leven, dus ben ik keihard bezig met het zoeken naar nieuwe sponsoren. Een lichtpuntje is dat sinds kort fotograaf Paul Bekkers kunstwerken van mij verkoopt waarbij de opbrengst voor mij is.

Wat zijn je verwachtingen voor het olympisch kwalificatietraject? Je richt je behalve de tien meter ook op het synchroonspringen.
In het schoonspringen kun je niet praten over verwachtingen. Het is een momentopname. Het is een jurysport en elke wedstrijd is anders. Je moet je op het juiste moment zien te bewijzen. Alle puzzelstukjes moeten maar net mijn zijn plaats vallen. Mijn doel is top 12, maar meer dan mijn best doen en gewoon alles geven kan ik niet.

Ooit houdt die spannende sportwereld ook voor jou op. Zie je dat leven al voor ogen?
Zover ben ik gelukkig nog niet, maar ik droom wel van huisje-boompje-beestje, van gelukkig zijn en anderen inspireren met mijn verhaal.

MEER INFORMATIE OVER CELINE:
celinevanduijn.com
paulbekkerssportart.nl/sporters/celine-van-duijn
teamnl.org/sporters/5789-celine-van-duijn/resultaten

Wil je meer lezen?

Bekijk deze publicaties