Kiki kiest voor vrijheid

Deze column is vandaag gepubliceerd op www.sportenstrategie.nl

Een van de grootste mysteries in de sportwereld is het fenomeen ‘coach’. Het zijn meestal mannen, soms vrouwen, die hun pupillen bijstaan tijdens de wedstrijden. Trainers hebben een ander uitgangspunt: zij proberen hun pupillen beter te maken met alle middelen die voorhanden zijn. Het probleem is dat veel trainers zich ook coach voelen en andersom.

Het verschil tussen een coach en een trainer is levensgroot. Er is sprake van verschillende werkvelden. Een coach is er voor het mentale aspect, de trainer gaat over de fitheid van de pupil. In een ideale situatie hebben coach en trainer regelmatig, als gelijken, overleg over de gang van zaken, met als enige uitgangspunt: de sporter fysiek en mentaal sterker maken. Dat klinkt prachtig en volslagen logisch, maar zeker in ons land is dat geen vanzelfsprekendheid. Het probleem is dat nogal wat trainers en coaches een (te) groot ego hebben waardoor er te weinig ruimte is voor de collega.

Duo met ‘bagage’

En zo kom ik uit bij Kiki Bertens en haar coach (of trainer/coach) Raemon Sluiter. Dat ze elkaar vier jaar geleden vonden, was achteraf gezien een zegen, in ieder geval voor de Nederlandse tenniswereld. Raemon was de man die Kiki op dat moment nodig had. Twee gevoelsmensen bij elkaar, beiden met nogal wat bagage. Aanvankelijk deed Sluiter het vrijwel alleen, later trad fysiotherapeute Elise Tamaela toe tot het team. Tijdens de samenwerking was er nogal eens sprake van botsingen. Sluiter moest Bertens er op die momenten figuurlijk met de haren bij trekken. Ze had af en toe last van een negatief gevoel op de baan en met enig verbaal geweld – ook hoorbaar op tv – wees de coach haar de weg omhoog. Het was niet altijd fijn voor Bertens, maar het werkte vaak wel.

De breuk

Maar hoe succesvol het duo Bertens/Sluiter ook was, de sleet zat na een jaar of vier in de samenwerking. De breuk zat er aan te komen. Bertens wilde minder stress en meer vrijheid. Sluiter voelde de bui al hangen en na een serie slechte resultaten stelde hij een pauze voor. Bertens ging daarin mee. Assistent Tamaela werd een paar maanden lang de ‘hoofdcoach’. De samenwerking beviel Kiki zo goed, dat ze een paar weken voor de officiële mededeling in een geheim overleg tegen haar coach vertelde dat ze met hem stopte en met Tamaela doorging. Het werd een paar weken later op een elegante manier naar buiten gebracht. Beiden hadden geen baat bij een openbare ruzie, die via de media zou worden uitgevochten.

Tranen na de scheiding

Het was een hard gelag voor Sluiter, de gevoelsmens die altijd voor Kiki had klaargestaan. “De afgelopen weken”, meldde Sluiter tegenover het AD, “waren waanzinnig zwaar.” De tranen waren niet ver weg toen hij dit opbiechtte. Maar hoe spijtig ook voor de coach, het verbaasde me niet dat de 27-jarige Bertens zich van hem losmaakte. Als de emoties wat verdwenen zijn, zal de Rotterdammer zich steeds meer realiseren wat een megaprestatie hij heeft geleverd met Kiki. Onder zijn hoede werd ze de nummer 4 van de wereld en ze eindigt ze dit jaar in de top 10. Gezien de internationale concurrentie is dat een fantastisch resultaat. En een groot compliment dus ook voor Raemon Sluiter.

Wat als het niet werkt

De vraag is hoe het nu verder gaat met Kiki. Ze mag zich dan ‘bevrijd’ voelen, maar wat gebeurt er als het qua successen niet werkt met Tamaela? Dan heeft ze volgens mij twee serieuze opties. Ze kan zich laten afzakken naar een positie tussen, pakweg, de 20ste en de 50ste plek op de wereldranglijst en daar tevreden mee zijn. Maar voor haar talent en klasse is dat ondermaats. De andere optie is om Tamaela in te wisselen voor een betere coach. In die situatie zou ik haar aanraden om in zee te gaan met Sven Groeneveld, de oud-coach van een hele reeks wereldtoppers. Als er één topcoach is die met vrijwel iedereen kan werken is hij het. En naast zijn coaching-kwaliteiten heeft hij ook nog eens een geweldig netwerk. En wie weet, misschien komt ze dan ook wel weer in de top 5 terecht. In dat geval lonkt de nummer 1-positie. Alles kan tegenwoordig in het vrouwentennis. Met Tamaela zie ik dat niet snel gebeuren. Om een superspeelster te worden, heb je een superbegeleiding nodig.

Team Sluiter

En hoe vergaat het Raymond Sluiter in de toekomst? Als hij de ambitie heeft om door te gaan als coach, dan komen er ongetwijfeld interessante opties in beeld. Maar eerst even afkicken van deze slopende jaren en terugkijken op en leren van het verleden. Een sterk Team Sluiter zie ik wel zitten. Heel goed voor de tenniswereld, die een flamboyante persoonlijkheid als Sluiter wel kan gebruiken.

“Ajax moet wegblijven uit Qatar”

Dit is een van de stellingen op de website www.sportknowhow.nl over een omstreden trainingskamp van Ajax.

**********

Door: Ted van der Meer

Ajax is niet goed bezig. De club is steenrijk, met afgelopen seizoen een omzet van 200 miljoen euro en 50 miljoen winst. Voor het geld hoeven de Amsterdammers dus niet naar Qatar af te reizen voor een trainingskamp. De gesuggereerde 700.000 euro die Ajax zal ontvangen, kunnen de Amsterdammers best missen.

Maar het geld is niet cruciaal. Hier staat iets anders op het spel. Hoewel wij in Nederland soms best hypocriet zijn (we doen zaken met de vreselijkste regimes), hebben ‘instituten’ als Ajax een reputatie hoog te houden. Bijna dagelijks zien we bij voetbalwedstrijden het woord RESPECT langskomen, maar zou dat dan niet moeten gelden voor zo’n omstreden trip? Het is cynisch om vriendschappelijk te gaan ballen in een omgeving waar zoveel doden zijn gevallen bij de bouw van de WK 2022-stadions.

Dus mijn standpunt is: niet doen, wegblijven uit Qatar!

Dit betekent overigens niet dat Ajax internationale schade gaat oplopen.  Anders zou Ronald de Boer, ambassadeur van het WK-bid, wel uitgekotst zijn. Is niet gebeurd. Zelfs zijn treurigmakende opmerking “in Qatar gaan er heel veel dingen fout, maar in Nederland ook” worden hem voor zover ik weet niet nagedragen.

 

Ted van der Meer

De toekomst van badminton (4, slot)

Weg met de heilige huisjes

Weg met de heilige huisjes

Een paar vrienden, werkzaam in de sectoren sport en commercie, keken op mijn verzoek naar de finale gemengddubbel tijdens de Yonex Dutch Open. De eindstrijd was prima in beeld gebracht door Studio Sport. De overtuigende winnaars waren Selena Piek en Robin Tabeling.

Mijn maten waren onder de indruk van het voetenwerk, de ‘bijna onmogelijke’ reacties en vooral ook van de communicatie tussen de twee. Ze vonden het prachtige sport. Maar… De objectieve kijkers waren onder de indruk maar commercieel kunnen ze er niets mee. Dat heeft te maken met de ‘onzichtbaarheid’ van de badmintonsport in ons land. Deze Studio Sport-uitzending was een uitzondering. Er is in ons land geen structuur met meerdere aansprekende wedstrijden, dus zie je badminton niet in de mainstream media.

Topsport & entertainment

Nederland stond tot voor kort internationaal bekend als een geweldige organisator. Er werden onder meer Europese kampioenschappen en ‘European Finals’ georganiseerd. In de loop van de jaren heeft de bond zo’n beetje alles afgeschaft. Eën jaarlijks toptoernooi, de Yonex Dutch Open, is niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat.

Wil je het hoofd boven het maaiveld uit blijven steken, dan zullen er drie tot zes flitsende events, ook met entertainment-elementen, per jaar moeten bijkomen. Het moeten belevingen worden waar je je op verheugt. Alleen dèn heb je een kans om interesse te kweken bij potentiële sponsors. Makkelijk? Absoluut niet, maar zoals het nu gaat in badmintonland (doen wat je altijd deed), dat werkt in deze moderne wereld niet meer.

‘Almere’ en media

Het was mooi hoor, die prestatie van Piek/Tabeling, maar wil je verder komen, dan dient er een medaille te worden gewonnen op de Olympische Spelen. Kort na ‘Almere’ verloor het duo in Denemarken in de eerste ronde en dat geeft aan dat het razend moeilijk wordt om ‘Tokio’ te halen, laat staan dat er medaillekansen zijn.

Het was trouwens ook opvallend hoe weinig er over de zege van het winnende duo werd gepubliceerd. Dat komt omdat het enkelspel belangrijker wordt gevonden dan het dubbel. Overigens wordt er online wel veel gepubliceerd, maar de livestreams en de filmpjes worden vooral door de diehards bekeken. Daar kunnen geldschieters niets mee. Je telt als topsporter pas mee als je topprestaties levert en vaak in beeld bent, niet alleen tijdens de toernooien en wedstrijden, maar ook op de sociale media en in talkshows.

Ooit een krachtpatser

De badmintonbond was nog niet eens zo lang geleden een Europese en bij tijd en wijle zelfs mondiale krachtpatser, vooral onder het bewind van Martijn van Dooremalen, die overigens nog altijd actief is in de internationale badmintonwereld. De ploegen, vooral de vrouwen, wonnen belangrijke prijzen. Oranje werd ook in Azië gevreesd. ‘We’ hadden in enkel en dubbel altijd wel toppers.

Denemarken is al decennialang de onbetwiste nummer één van Europa, terwijl Oranje aan het wegzakken is. Hoe is het zover gekomen? Een diepgaand onderzoek zou nuttig zijn. Interessante vraag: hoe was en is het gesteld met de uitgaven voor de ‘bureaucratie’ in vergelijking met het beschikbare geld voor talenten en potentiële toppers?

Zeer ernstig is de voortdurende ledenafname (vooral bij de jeugd!), terwijl er toch heel veel gebadmintond wordt in ons land, volgens sommige rapporten door zeker zo’n 300.000 mensen. De breedtesport wordt bij BNL steeds dunner.

Open de toekomst in

Is er nog licht aan het einde van de tunnel? Als je er maar voor open staat wel. Er zullen rigoureuze beslissingen moeten worden genomen. Grote veranderingen ten opzichte van de manier waarop Badminton Nederland nu is gestructureerd. Er is een nieuwe voorzitter gekomen, na het ‘regime-Clemens Wortel’. Heeft dat wat opgeleverd? Ik merk er niets van. Adviezen aan het adres van het bondsbestuur, c.q. de bondsvoorzitter, worden genegeerd. Mails worden niet of veel te laat beantwoord. Op communicatief gebied gebeurt alleen het broodnodige. Een opinie of mening, debat? Het gebeurt gewoon niet, in ieder geval niet op de officiële site www.badminton.nl. En als je je eigen leden niet eens continu en op een professionele manier informeert, als je geen discussies wilt (behalve tijdens de onontkoombare bijeenkomsten met de afgevaardigden), hoe denk je dan de buitenwacht te bereiken? Kansloos.

Heilige huisjes

In deze laatste column van ‘De toekomst van badminton’ stel ik vast dat zoals het nu gaat, het niet verder kan. Het liefst via een ‘fluwelen revolutie’ (waarbij bestuurders uit eigener beweging opstappen) moet er een nieuw, progressief beleid worden uitgezet. Alles moet grondig en kritisch bekeken worden. Alle heilige huisjes dienen onderwerp worden van discussie te worden. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, ik begrijp het, maar je hebt als bond geen keus. Het is pompen of verzuipen.

‘One man, one vote’

In de conceptversie van deze column heb ik uitgebreid geschreven over wat er mijns inziens tot in detail zou moeten gebeuren. Die alinea’s heb ik geschrapt. Nu gaat het mij alleen nog maar over de Grote Verandering. Heeft de bondsraad (zijnde de afgevaardigden uit de regio’s) de moed om grote stappen te zetten? Durft men het aan om over te gaan op een echt democratisch model, te weten ‘one man, one vote’, zodat de gewone bondsleden, die met hun contributie BNL financieel ondersteunen, de kans krijgen om meer van zich te laten horen? Als zelfs (VVD-)burgemeester Michel Bezuijen met zijn elf nevenfuncties (de laatste op de lijst is het voorzitterschap van BNL) dit omarmt, waarom de vaderlandse badmintonbond dan niet?

Ik hoop op die revolutie. Het woord is aan de bondsraad. En met een knipoog naar de rijdende tv-rechter Mr. Frank Visser: “Dit waren mijn columns en daar zult u het mee moeten doen.”

Reageren via e-mail kan ook via tedjmvandermeer@gmail.com.

De toekomst van badminton (3)

gepubliceerd op www.badmintonline.nl, facebook e.a.

Beleid topsport Badminton Nederland chaotisch

Beleid topsport Badminton Nederland chaotisch

In mijn eerste twee columns ging het vooral over de organisatie van Badminton Nederland. Dat leverde geen vrolijk plaatje op. Het bondsbestuur is te veel naar binnen gericht, bureaucratisch, afstandelijk en vooral: niet zelfkritisch.

Verderop beschrijf ik de situatie in de sector topsport. De conclusie kan geen andere zijn dan dat het verantwoordelijke bestuurslid allang had moeten opstappen.

Een voortijdig vertrek is niet fijn, het voelt slecht. Maar het is ook geen schande. Als je je functie, vaak wegens tijdgebrek, niet meer kunt waarmaken, hak dan zelf de knoop door. Ik weet er alles van, heb het als bondsvoorzitter meegemaakt. Maar als je dat zelf niet inziet, dan mag de buitenwacht verwachten dat het bestuur c.q. de bondsvoorzitter ingrijpt. Dat is nog steeds niet gebeurd. Het gevaar van een burgemeester als voorzitter is dat hij niets wil doen dat zijn imago zou kunnen schaden; het wegsturen van een zittend bestuurslid zou hij kunnen opvatten als een ‘krasje’. Maar zelf weggestuurd worden is een enorme kras. Dus tel je knopen, geef ik Michel Bezuijen gratis mee.

Toppers bij de Yonex Dutch Open

Terwijl de Topsporthal in Almere is volgelopen met (inter)nationale toppers en subtoppers voor het meest prestigieuze evenement van Badminton Nederland, de Yonex Dutch Open, gaan mijn gedachten uit naar de situatie van de sector topsport. Ik heb als verslaggever en commentator het toernooi vaak beschreven dan wel becommentarieerd voor media als NRC Handelsblad, De Volkskrant, De Telegraaf, AVRO en NOS.

Ooit kwamen zo’n beetje alle wereldtoppers naar locaties in Haarlem (de sfeervolle Duinwijckhal), Beverwijk, Nieuwegein (‘het nationale badmintoncentrum’) en uiteindelijk Almere.

Vanwege de vercommercialisering van de badmintonsport wordt het steeds moeilijker om toppers binnen te halen, maar elk jaar zijn er in ieder geval geweldige spelers te bekijken. Vandaag heb ik zelf met een enthousiast badmintonnertje van 11 enorm genoten tijdens de vroege rondes. Goed nieuws dus dat dit toernooi nog steeds gehouden kan worden, ook mede dankzij partners als YONEX en de gemeente Almere.

Problemen in sector topsport

In de kop van deze column komt het woord chaos voor. En hoe jammer ook, wat er zich allemaal in dit segment van BNL afspeelt, verdient deze kwalificatie volledig. Ik heb de afgelopen maand nogal wat gesprekken gevoerd met deskundigen en belanghebbenden (spelers en ‘ouders van’) en diverse mails ontvangen. Het beeld dat wordt geschetst, is dat van een chaotisch opereren vanuit de top en volgens sommigen is er ook sprake van willekeur en een slechte communicatie. Eén van hen zei letterlijk: “We worden als kleine kinderen behandeld.”

Roerige bond, maar wel (wereld)toppers

Ik heb een aardig stukje van de bondsgeschiedenis meegemaakt. Mijn journalistieke focus betreft vooral tennis, tafeltennis en badminton. De Nederlandse Badminton Bond is van oudsher een bond vol discussie, debat en afrekeningen (weggestuurde besturen). Maar naast de vele conflicten was er altijd één stabiele factor: een warm gevoel voor topsport. Er werd keihard gewerkt – lange tijd onder aanvoering van Martijn van Dooremalen – en dat leidde tot een reeks van toppers die grote titels wonnen.

Een aantal namen waarbij ik voor het gemak maar de meisjesnamen noem: Imre Rietveld, Agnes Geene, bijna de hele familie Ridder (Rob voorop), Marjan Luesken, Joke van Beusekom (Marjan en Joke zaten in een WK-dubbelfinale!), Erica van Dijck, Astrid van der Knaap, Eline en Lex Coene, Judith Meulendijks, Lotte Jonathans, Jeroen van Dijk, Dicky Palyama, Eric Pang, Brenda Beenhakker, Monique Hoogland, Chris Bruil, Joris van Soerland, de Van Ginneken (Huub en Ruud), Herman Leidelmeijer en de ‘krijgertjes’ Mia Audina en Yao Jie. En natuurlijk ben ik hier en daar een naam vergeten, mijn excuses daarvoor!

Volleyballer als badminton-TD

Sinds ‘we’ Badminton Nederland heten, is de sector topsport steeds meer verwaarloosd, is mijn indruk. Een aantal zaken op een rij.

BNL ging op zoek naar een nieuwe technisch directeur. Dan moet er toch een goeie kracht te vinden zijn in de badmintonwereld, zou je denken. Maar nee, het werd een volleybalcoach. Ik kreeg gelijk met mijn voorspelling dat hij zou opstappen als zich iets beters zou aandienen: hij vertrok al na negen maanden, terug naar het volleybal. Een blunder van jewelste van het BNL-bestuur.

De rol van Deense coaches

Nadat bondscoach Kent Madsen was vertrokken bij BNL gaf ook assistent-bondscoach Jonas Lyduch er de brui aan. Hij ging terug naar zijn thuisland Denemarken. En wat gebeurt er vervolgens? Lyduch wordt op zzp-basis gecontracteerd om daar training te geven aan twee Nederlandse spelers, Mark Caljouw en Joran Kweekel. Dat begrepen zelfs sommige Denen niet. Wat is er bij jullie aan de hand, waarom kunnen jullie spelers niet meer in eigen land trainen, appte een oude vriend, een groot bestuurder. Ik gaf hem gelijk; ook ik begreep er niets van.

‘Uitgevlogen’ Nederlandse vrouwen

Het is bij de vrouwen niet anders. Oud-kampioene Gayle Mahulette verhuist (tijdelijk?) naar het Badminton Europe Centre of Excellence in Denemarken. Verstandige beslissing, want ze heeft in Nederland geen singelaars van voldoende niveau om mee te trainen. Haar jarenlange rivale, kampioene Soraya de Visch Eijbergen, was al vertrokken naar Zwitserland om daar onder leiding van oud-topper Judith Meulendijks (inmiddels Saber Afif) te trainen.

Enkelspelers in de kou gezet

Kortom, de top verlaat Nederland en er blijft dus qua enkelspeltoppers weinig over. Geen kritiek aan het adres van de spelers. Ze kiezen uit eigenbelang voor landen waar je wél optimaal kunt trainen. Dat begrijp en respecteer ik. Topsporters mó&eactue;ten egoïstisch zijn. Maar als je alles optelt is het natuurlijk geen fraai plaatje; opnieuw een brevet van onvermogen van BNL.

Het heeft allemaal te maken met het overhevelen van budget van enkel- naar dubbelspelers, de potentiële olympische deelnemers. Alleen als je als singelaar bij de beste 20 staat, ontvang je een paar duizend euro. Peanuts dus. En wie komen er nog bij de beste 20?

In dit YouTube-filmpje gaat Mark Caljouw tegenover interviewer Rasmus Bech van Badminton Europe in op ‘cutting funding in the singles group’, ofwel bezuinigingen:

Het grootste deel van het budget is dus naar het dubbelspel gegaan, in de hoop dat Selena Piek met een van haar partners ‘Tokio’ gaat halen. De voorkeur is wel te begrijpen. De Olympische Spelen zijn belangrijk voor BNL. Maar mijn prangende vraag is: kon er nu echt op de fikse bondsbegroting niet meer ‘serieus geld’ gevonden worden voor de singelaars? Waar een wil is is een weg. Die wil was er dus niet. Punt.

Geen WK-teams voor Oranjejeugd

Op het moment dat ik dit schrijf is er een jeugd WK aan de gang in de Russische stad Kazan. Aan het inmiddels gespeelde landentoernooi deed Oranje niet mee. Een gemiste kans. Een internationaal teamtoernooi is in alle opzichten goed voor onze sport. Het stimuleert jonge spelers om alles op alles te zetten om Oranje te halen. Het ‘weggooien’ van zo’n mooi event is kortzichtig. Het leidt tot demotivatie. Gelukkig doen er nog wel vijf spelers individueel mee onder aanvoering van de ervaren oud-kampioen Dicky Palyama.

Woede bij de achterban

Dit beleid leidt tot frustratie en afhaken. Er is onderhuids veel woede onder de talenten en hun ouders. Badminton wordt op deze manier een elitesport waarin alleen ‘rijken’ nog een kansje hebben om de top te halen. De werkelijkheid is dat als je als bond weer omhoog wilt, je in eigen land moet beginnen met een nieuw, enthousiasmerend beleid. Met ambitieuze coaches, clubs en andere groepen moet er gewerkt worden aan een nieuwe toekomst. Het moet anders dan vroeger, natuurlijk. Het geld ligt niet op straat. Er moet op een misschien verstandiger manier naar sponsors gezocht worden (het imago van badminton is onnodig dramatisch slecht); crowdfunding moet beter worden aangepakt. Et cetera. Maar in the end gaat het toch vooral om keihard werken. Dat topsporters soms uitwijken naar andere landen is helemaal geen probleem, zolang we hier maar een bouwwerk neerzetten om op alle niveaus weer beter te gaan badmintonnen.

Belangrijke rol voor afgevaardigden

Er moet op korte termijn een kentering komen. De ‘bondsraad’ – de afgevaardigden – moet het bestuur tot de orde roepen en eventueel wegsturen, om daarna weer te gaan bouwen. Het gesol met onze ambitieuze jonge sporters moet afgelopen zijn! En dit is nog maar één probleem dat de bond heeft.

Volgende keer meer.

Ik lees graag de reacties hieronder en op Facebook. Reageren via e-mail kan ook (tedjmvandermeer@gmail.com).

Het drama Dafne Schippers

Het drama Dafne Schippers

De Oranjeploeg reisde met hoge verwachtingen af naar de WK atletiek. In het begin was er meteen al sprake van een hoogtepunt: Sifan Hassan won op superieure wijze goud op de 10 kilometer. Dafne Schippers, met ‘een goed gevoel’ afgereisd naar Doha, moest vlak voor de finale 100 meter afhaken vanwege een liesblessure. Ook de 200 meter, waarop ze titelverdedigster was, moest ze laten schieten.

Dafne Schippers is lang niet de enige die te kampen heeft met fysieke malheur. Een kleine greep: Epke Zonderland, Sanne Wevers, Sven Kramer, Jorien ter Mors, Sjinkie Knegt (huiselijk ongeluk) en Tom Dumoulin. Blessures liggen altijd op de loer. Sporters hebben de neiging hun grens over te gaan. En dus is dat een voortdurend aandachtspunt bij sporters en coaches, hun bonden en vooral bij TeamNL, waarbij 29 sportbonden zijn aangesloten.

Aangezien wij een klein land zijn, moeten we zuinig zijn op onze sporters die de potentie hebben op de Olympische Spelen in de prijzen te vallen. Het gaat vaak over de beroemde, wat mij betreft beruchte, ‘medaillespiegel’. Alsof alleen goud, zilver en brons zaligmakend zijn. In sommige sporten maakt een kwartfinale meer indruk dan bijvoorbeeld een derde plaats in het hockey.

Hoofdpijndossiers

Blessures van mogelijke medaillewinnaars zijn in de ogen van TeamNL hoofdpijndossiers. Zeker als het in de ogen van de gezagdragers onnodige blessures zijn. Sven Kramer is zo’n voorbeeld. Hij is een vaste medaillepakker. Superster, zeer populair en dankzij zijn sponsors inmiddels miljonair. En dan toch risico’s nemen, meestal op de racefiets die hem zo lief is. Een valpartijtje kan uitmonden in een breuk of iets dergelijks. Hij moet zich nogal eens melden in het ziekenhuis. Het heeft iets charmants, die recalcitrantie, maar ik kan me het chagrijn van de directe omgeving wel voorstellen.

Toptijden in 2015

Dafne Schippers is een ander geval. De ooit zo vrolijke, bijna letterlijk vliegende tiener schoot aan de hand van haar coach Bart Bennema naar de top. Tot 2015 ging het goed. Op het WK dat jaar was ze op haar hoogtepunt. Zilver op de 100 meter in 10,81 seconden, slechts 0,05 achter winnares Fraser-Pryce. Haar gouden race op de 200 meter ratelde ze af in 21,63. Het was haar eerste wereldtitel.

In 2017 was ze andermaal de beste, maar in de relatief matige tijd van 22,05. Op de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro won ze zilver in 21,88; de 100 meter moest ze laten schieten vanwege een – eerste – liesblessure. Aan de tijden van 2015 kwam ze nooit meer.

Ambitieuze Dafne Schippers wilde per se terug naar haar allerhoogste niveau. Liever nog beter, om zodoende ook op de 100 meter goud te kunnen pakken. Ze nam afscheid van Bennema en stapte over naar Rana Reider. Onder de Amerikaanse trainer veranderde Dafne van een ranke hinde in een supergespierde loopmachine. Het werkte niet. En hoewel ze nog vorig jaar liet weten “niet terug te gaan naar Bart Bennema” gebeurde dat toch. Plotseling verdween Reider “om familieredenen” uit Papendal.

Hereniging

En zo werd het succesduo Schippers/Bennema herenigd. Maar de indruk bestaat dat dit nog steeds niet optimaal werkt. De liesblessure, een val van de trap in huis, met als gevolg rugklachten, het heeft allemaal niet geholpen. Maar is dit alles? Of zijn er andere, onderliggende problemen die niet boven de oppervlakte komen. Vragen als:
Is Bennema in zijn ‘tweede leven’ met Dafne nog wel in staat haar te motiveren zoals hij dat voorheen wel kon? Een jaar geleden wilde Schippers immers niét meer met hem in zee!
Hoe is het gesteld met de begeleiding van fysio en artsen?

En wat mij betreft de belangrijkste:
Is Dafne zelf nog wel voldoende intrinsiek gemotiveerd om op de komende Spelen te knallen?

Volop problemen dus voor de atletiekbond. En dan vooral een ‘uitdaging’ voor bondscoach Charles van Commenée, een man met een geweldige ervaring. Hij zal het proces rondom Dafne Schippers scherp in de gaten houden, maar dat is niet alles. Ineens doemen er donkere wolken op voor paradepaardje Sifan Hassan. Van de ene dag op de andere raakte ze haar coach kwijt. De Amerikaan Alberto Salazar werd weggestuurd uit Doha wegens ‘dopingovertredingen’. Hij is voor vier jaar geschorst. Op tv maakte wereldkampioene Hassan een wanhopige indruk. “Wat moet ik nu?”

Kortom, het wordt een enerverend sportjaar richting de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. En niet alleen voor de atletieksport.

De toekomst van badminton (2)

Gepubliceerd op onder meer:
www.badmintonline.nl en www.facebook.com

Van afbraak naar restauratie

Door: Ted van der Meer

In mijn eerste column (11-9-2019) meldde ik dat het voor sommigen een aantrekkelijk idee zou zijn om een nieuwe (recreatie)bond op te richten. Klinkt goed, maar ik ben er geen voorstander van. Laten we ons maar gewoon blijven richten op Badminton Nederland. BNL heeft wel meer dan een likje verf nodig. Een serieuze ‘restauratie’ is hard nodig. Doorgaan op de bestaande voet is onverstandig. Dat scenario leidt tot meer achteruitgang en dat wil toch niemand?

Afbraak districten
De bond heeft de afgelopen decennia fouten gemaakt, beslissingen doorgevoerd zonder daar diep over na te denken. De grootste blunder is dat de districten op een brute manier min of meer zijn afgeschaft. Natuurlijk, modernisering was nodig, maar de manier waarop dat gebeurd is, verdient geen schoonheidsprijs. Er was terecht veel verontwaardiging in badmintonland.
Grote veranderingen bij een bond als Badminton Nederland behoren met grote tact en fluwelen handschoenen doorgevoerd te worden. BNL moet het immers hebben van vrijwillige (onbetaalde) bestuurders. Ik heb enorm veel respect voor de inzet van vrijwilligers. Dáár moet de restauratie beginnen. Terug naar de achterban.

Rol van het Bondsbureau
Maar we hebben toch het bondsbureau; de professionals kunnen het werk toch doen?, hoor ik wel eens om me heen. BNL is geen rijke bond, die veel goedbetaalde professionals kan aannemen. Het personeel is hoogstens in staat om de vaste klussen te doen, dus zaken als competitie en toernooien, topsport en opleidingen en een béétje promotie.
Maar wat m.i. nog altijd dè primaire taak van een bond zou moeten zijn, de sport zoveel mogelijk uitdragen en dus ‘zieltjes winnen’, uitgerekend daar is nauwelijks tijd voor. Het is de omgekeerde wereld.
En zo zijn we terug bij de regio’s, c.q. districten. Zolang dat niet beter op poten wordt gezet, zal blijven gelden: Zonder nieuwe klanten geen florissante toekomst.

Top van de pyramide
Het bondsbureau kan aan deze ongewenste situatie weinig doen. Voor het beleid is het Bondsbestuur verantwoordelijk, in samenspraak met de Bondsraad (de Afgevaardigden). En de vraag is: werkt dat allemaal nog wel? Is BNL niet een ouderwetse organisatie in een nieuwe tijd die juist een heel andere insteek nodig heeft?
Veranderen is keihard nodig. Actie ook. Wil je iets aan je organisatie doen, richt je dan om te beginnen op de top van de pyramide. Die wordt bij BNL gevormd door (op dit moment) vier vrijwillige bestuursleden en één betaalde directeur (Barbara Mura). Zoals ik het bekijk zijn ze alle vijf behoorlijk onzichtbaar. Dat moet veranderen. De directeur en ook bondsvoorzitter Michel Bezuijen zijn het aan hun positie verplicht om veel meer naar buiten te treden. Ze moeten daadkracht tonen, via o.a. blogs, interviews en zichtbaarheid.
Datzelfde hoeft niet te gelden voor functies als penningmeester en secretaris maar weer wel voor het bestuurslid Topsport, Pieter van Soerland. Hij zal veel meer als spokesman naar buiten moeten treden om – op het oog soms nogal vreemde – beslissingen uit te leggen. De topsportsector is immers hèt uithangbord van de bond. Dat kun je niet zomaar neerleggen bij de Technisch Directeur.

‘Bestuur op afstand’
Een bestuur beslist, tenzij de Bondsraad dwarsligt. De vraag mag best weer eens gesteld worden: Heeft dit college nog wel de autoriteit om door te gaan? Wat mij betreft wel, maar alleen als het bestuur wordt uitgebreid met meer specialistische en actieve bestuursleden. Besturen op afstand werkt niet bij een moeizame bond als BNL.
Een nieuw bestuur behoort ook tot de mogelijkheden. Ik kan me niet voorstellen dat er geen andere, bekwame personen in het land zijn met een grote passie voor badminton, die deze uitdaging aan zouden willen gaan. En het is trouwens helemaal geen schande als één of meer leden van het huidige bondsbestuur wegens tijdgebrek afhaken. Zeker bij een drukbezette burgemeester met als onbezoldigde ‘bijbaan’ Badminton Nederland moet je daar begrip voor hebben.

In willekeurige volgorde even kort samengevat:
* Geef de regio’s/districten een steviger positie, met een eigen verantwoordelijkheid en dito budget.
* Breid het bondsbestuur uit met meer actieve leden.
* In ieder geval de voorzitter, topsportbestuurder en directeur moeten veel zichtbaarder worden voor de buitenwereld.

Tot column 3 en ik lees graag de reacties hieronder en op Facebook.
Reageren via e-mail kan ook (tedjmvandermeer@gmail.com).

De toekomst van badminton (1)

Gepubliceerd op onder meer:
www.badmintonline.nl en www.facebook.com

De verdwenen 10.000 leden

Door: Ted van der Meer

Het is lang geleden, dat ik een column schreef over onze sport. Waarom ik aan Christ de Rooij, hoofdredacteur van dit platform, voorstelde om af en toe een verhaal op te sturen, heeft te maken met een mail van een verontruste badmintonpromotor over de stand van zaken, met als teneur: het gaat bergafwaarts met Badminton Nederland.

Maar eerst het goede nieuws. Zondag veroverde Mark Caljouw in Oekraïne zijn tweede internationale titel van 2019. Mark wil graag aan de Olympische Spelen van 2020 meedoen. Hoe moeilijk het traject ook zal zijn, hij zal alles op alles zetten om ‘Tokio’ te halen. Dat geldt eveneens voor twee sterke dubbels: Selena Piek/Cheryl Seinen en Selena/Robin Tabeling. Het zou knap zijn als één van de twee koppels het zou halen.
En nog meer positief nieuws kwam vanuit het bondscentrum in Nieuwegein. Tijdens de Yonex Dutch Open in oktober doen geweldige spelers mee en vooral één echte superster: de olympisch kampioene van 2016, Carolina Marin. De Spaanse heldin is een tijd weggeweest vanwege blessureproblemen en ze gaat nu proberen om vanuit achterstand de Spelen te halen om daar, wie weet, opnieuw goud te veroveren. En met de Nederlandse kanshebbers erbij belooft het dus een heerlijk evenement te worden in de Almeerse Topsporthal. Ik wens toernooidirecteur Hendrik Boosman en zijn team veel succes. En de ongetwijfeld vele fans natuurlijk heel veel plezier.

Limburgse koploper
En dan nog wat grappig nieuws; zie alinea 2.
Ik kreeg onlangs een bericht van mijn oude vriend uit Limburg John Silvertand (jarenlange verslaggever met een gezond-kritische instelling) waarin hij melding deed van de staat van het Limburgse badminton. Hij deed dat op een voor hem typerende (understatement)manier: “Het gaat bij ons niet zo best.” Hij kwam met een aantal pregnante, niet vrolijk makende voorbeelden over de Limburgse teruggang.
Maar ook hier was wel weer wat leuks te melden. Ooit had het diepe zuiden twee eredivisieteams, Roosterse BC en BC Victoria. Alleen Roosterse is nog over in de topklasse en wat lees ik zaterdagavond op pagina 15 van Teletekst? De club uit het ‘kerkdorp’ Roosteren met slechts 1400 zielen staat bovenaan in de eredivisie! Weliswaar na slechts één wedstrijd, maar toch… De 8-0 winst tegen de Groningse,  debuterende ‘studentenclub’ AMOR mag er wezen. Geniet van het moment, Limburgse vrienden, print de Teletekstpagina uit en hang ‘m boven de bar! Want het feest zal niet zo lang duren…

‘Geen trek in BNL-regeltjes’
En dan terug naar het begin. Uit de mail die ik twee maanden geleden ontving, begreep ik dat het slecht gaat met de georganiseerde badmintonsport. En of ik daar niet eens iets aan zou kunnen doen!? Mijn eerste reactie was: Hoezo kom je bij mij? Wat moet ik daarmee? Ik werd echter over de streep getrokken door nieuwsgierig makende cijfers die hij via een link had bijgevoegd. Ik lees al jaren de jaarlijkse ‘ledenrapportages’ van NOC*NSF, maar dit ging veel dieper. Er stonden ook berekeningen in over de feitelijke sportbeleving. En daaruit bleek dat BNL eigenlijk veel kleiner is dan de bond zou moeten zijn.
De bond sloot het kalenderjaar 2018 in december af met 37.600 leden. Het opmerkelijke nieuws was, dat er door ongeveer tien keer zoveel mensen regelmatig gespeeld wordt. We hebben het dus over zo’n 300.000, niet aan BNL gerelateerde badmintonners, die vrijwel wekelijks actief zijn. Een eyeopener, nietwaar?
Waar spelen die mensen? En waarom doen ze dat niet onder de hoede van de moederbond BNL? Het antwoord is niet ingewikkeld. Het zijn pure recreanten, liefhebbers van het spelletje dus, die het niet nodig vinden om lid te worden van een – vooral – ‘competitiebond’ met een woud aan regels waar ze geen boodschap aan hebben. Kan een flink deel van die honderdduizenden verleid worden om lid te worden van BNL? Zoals de bond nu is ingericht, is er maar één antwoord mogelijk: absoluut niet! Het roer zal radicaal om moeten, niet via bezwerende woorden maar via daden.

Afbrokkeling zet door
De ledenontwikkeling van BNL is zonder meer zorgwekkend. Jaar na jaar verdwijnen er leden. Als ik terugga naar de jaren 80 van de vorige eeuw, dan zien we dat de toenmalige Nederlandse Badminton Bond bijna 100.000 leden telde. Vooral vanwege de opkomst van andere takken van sport en een gebrek aan innovatie brokkelde de bond af. In het rapport komen de cijfers van 2013, 2017 en 2018 aan de orde. Alle uitkomsten geven een sterk dalende tendens weer. In 2013 had BNL 48.000 leden. Onder hen ongeveer 8000 jongens en 8000 meisjes. In vijf jaar tijd raakte de bond 31% van de jeugd kwijt. Het totale ledenverlies was 22%, meer dan een vijfde van het totaal. Een terugloop van 10.000 leden. Reken maar uit: als het zo doorgaat, komt binnen niet al te lange tijd de grens van 30.000 leden in zicht.

Tweede bond náást BNL?
Tijdens een meeting onlangs met enkele experts kwam de suggestie naar voren om naast BNL de Nederlandse Recreatie Badminton Bond (NRBB) op te richten. Het is een interessant en voor sommigen wellicht aantrekkelijk concept: een wedstrijdbond èn een recreatiebond naast elkaar. BNL zal hier niet enthousiast over zijn. Maar de recreanten misschien wel. Sportkoepel NOC*NSF zit niet te wachten op een tweede bond. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. Een voorbeeld. Er zijn twee ‘fietsbonden’: de Nederlandse Toer Fiets Unie (een recreatiebond met 74.000 leden) en de Koninklijke Nederlandsche Wieler Unie. Hier is dus ook een scheiding van wedstrijd- en recreatiesport. Vertalen we dit naar badminton, dan lijkt het me logisch dat de NRBB ook aanzienlijk groter wordt dan BNL. En een nieuwe bond hoeft natuurlijk niet per se lid te worden van NOC*NSF. Zie de Bossche Badminton Federatie met bijna dertig verenigingen op de ledenlijst.

Genoeg onderwerpen voor volgende columns dus!
Reageren via e-mail kan ook (tedjmvandermeer@gmail.com).

De eenzame fietser

Gepubliceerd op o.a. www.sportenstrategie.nl en www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Vorige week was ik een paar dagen in Zuid-Limburg. Genieten van wat men daar ‘het goede caféleven’ noemt. Bijpraten met enkele oude sportvrienden. Aan de staftafel ging het maar over één sportman: Tom Dumoulin. En het onderwerp was vooral (en tot mijn verbazing nog steeds!) zijn overgang van Sunweb, waar hij nog tot 2021 onder contract stond, naar Jumbo-Visma.

Het respect voor Dumoulin is groot, maar deze transfer zorgt nog steeds voor een diepe verontwaardiging. Van “dit doe je toch niet, hij lijkt wel een voetballer” tot “Tom heeft zijn ploeg verraden”. Grote woorden, maar dat brengt wielrennen teweeg in het diepe zuiden. Een contract schenden wordt niet gewaardeerd. Het is heiligschennis. De vraag is natuurlijk: waaróm deed-ie het? In het debatje kwam langs, dat er onderlinge fricties zouden zijn geweest tussen de ploegleiding en de renner. Het leek me niet logisch, want Sunweb vond ík in ieder geval een ‘voorbeeldploeg’, met een voortreffelijke manager.

Maar de ‘tijdlijn’ maakt wat meer duidelijk. Op 14 mei liep Tom Dumoulin in de Giro een zware knieblessure op. Ruim een maand later, maandag 17 juni, leek het weer de goede kant op te gaan. Deelname aan de Tour behoorde tot de mogelijkheden. Tom stapte in de auto op weg naar het trainingskamp in het Franse La Plagne. Onderweg bedacht hij zich plotsklaps en ging terug naar huis.

Eenzaam

De pater familias van de praatgroep, een goed ingevoerde Vlaming, wist te melden dat dit akkefietje vrijwel zeker de breuk heeft veroorzaakt. “Tom was gefrustreerd, eenzaam, hij voelde zich niet begrepen. Vanaf dat moment begon hij serieus over zijn toekomst na te denken. Blijft het Sunweb of heb ik een echt nieuwe uitdaging nodig? Dit zou nooit gebeurd zijn als hij in de Giro een topprestatie had geleverd.”

De conclusie kan zijn dat Dumoulin als gevolg van zijn blessures zijn anker was kwijtgeraakt. Hij begon te somberen en wilde een nieuwe omgeving. Het verhaal gaat dat hij ook overwogen heeft om helemaal te stoppen. Dankzij enkele goede gesprekken kwam hij tot de conclusie dat hij nog zeker zo’n vier mooie jaren voor zich heeft. En misschien heeft het hogere salaris van Jumbo-Visma hem dat extra zetje gegeven. Het gerucht over zijn overgang naar J-V werd na een paar weken bevestigd. Hoewel Sunweb niet blij was met de situatie kwam er toch een deal die ervoor zorgde dat de grootste sportheld van Limburg zonder veel gezichtsverlies kon overstappen.

Wie wint de Tour?

Dan de cruciale vraag aan de stamtafel: is Tom kandidaat nummer één tijdens de Tour de France in 2020? Iedereen was het erover eens, dat hij best kansen heeft maar hij is zeker niet dè favoriet. Dat is Egan Bernal, de 22-jarige Colombiaanse Tourwinnaar van 2019. Dumoulin is heel goed, allround vooral, maar in de bergen zal hij nooit heersen. Hij zal dus ook wat geluk moeten hebben. Daar stelde ik tegenover dat Dumoulin – met mogelijk Primož Roglič en Steven Kruijswijk aan zijn zijde – geweldige knechten heeft. Dat argument werd van tafel geveegd. Er zal niet één kopman komen. De grootste kanshebber zal op enig moment de steun van de anderen krijgen. Misschien wordt dat niet Dumoulin maar Roglič , de huidige koploper in de Ronde van Spanje.

Schaduwzijde

Wat er tenslotte ook nog ter sprake kwam, was het overlijden van Bjorg Lambrecht. Het was een in alle opzichten ongelukkige val in de Ronde van Polen die een einde maakte aan diens jonge leven (22). Zware en lichte ongelukken komen vaak voor in het wielrennen. En af en toe rijdt zelfs de dood mee. Het hoort erbij, hoe treurig ook.

Dumoulin heeft zware blessures opgelopen, maar hij krijgt de kans om vanaf het volgend seizoen weer gewoon mee te doen in de strijd om de prijzen. Dat geldt ook voor Kruijswijk, die geblesseerd de Ronde van Spanje verliet.

Maar in vergelijking met wat Bjorg Lambrecht overkwam, was dat allemaal klein bier. Zo’n (onnodig) sterfgeval komt keihard binnen. Het verplettert je. Dus wat konden we anders doen dan proosten op Bjorg en zijn familie en vrienden? We hielden het nauwelijks droog.

Zwemsport in zwaar weer

Gepubliceerd op onder meer:
www.sportenstrategie.nl en www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Het zal dezer dagen geen vrolijke bedoening zijn op de burelen van de KNZB. De zwembond zit met een stevige kater. De wereldkampioenschappen in Zuid-Korea waren een debacle. De ploeg onder aanvoering van bondscoach Marcel Wouda kwam met maar één medaille thuis. Ranomi Kromowidjojo, wie anders, won zilver op de 50 meter vlinderslag.
De langeafstandzwemmers in het buitenwater, Ferry Weertman en Sharon van Rouwendaal – tijdens de Olympische Spelen van 2016 beiden nog goed voor goud – kwamen op hun 10 km niet in de buurt van een medaille. In het 50-meterbad waren de prestaties uiterst schaars. Wel werden meerdere olympische deelnames gerealiseerd. Daarvoor was een positie bij de beste twaalf al voldoende.
Zelden presteerde Oranje zo beneden de maat. De enige echt positieve uitzondering kwam op naam van een relatief onbekende, de 24-jarige Arjan Knipping. De ‘Albert Heijn-vakkenvuller’ (die bijnaam zal hij niet snel kwijtraken) scoorde in de halve finale de tweede tijd op de 400 meter wisselslag. Een medaille leek zeker. Maar in de finale werd het nieuwe Nederlandse record van 4.13.46 ‘ingeruild’ voor een treurig stemmende 4.17.06. Knipping eindigde op een roemloze achtste plaats.

Toppers ‘op leeftijd’
Opmerkelijk is dat de sommige (oud-)kampioenen relatief gezien al behoorlijk oud zijn, zeker in vergelijking met veel andere landen. Tijdens de Spelen van Tokio is Kromowidjojo op een haar na 30 jaar oud; Femke Heemskerk, WK finaliste op het koningsnummer, de 100 meter, zal moeten presteren op de respectabele leeftijd van 33 jaar. De kansen van de twee op medailles zijn minimaal. De concurrentie wordt almaar sterker. De toplanden zitten niet stil. Waar blijven in Nederland de opvolgers?
Een ander opvallend feit is al een aantal jaren, dat Oranje vooral probeert te scoren op de kortste afstanden (50, 100) en de langste, de 10 km in het buitenwater. Waarom hebben we nauwelijks nog zwemmers op de 400, 800 en 1500 meter?

Zes miljoen subsidie
De zwembond incasseert vier jaar lang bijna anderhalf miljoen subsidie voor de sector topsport. Het rendement is zo op het oog zeer gering. Waren de prestaties op het WK misschien pech? Of was het een gebrek aan inzet in het pré-olympisch jaar om volgend jaar echt los te gaan? Lijkt me niet logisch. Eerder is het zo dat de belangrijkste medaillekandidaten last hebben van slijtage, fysiek dan wel mentaal. Dat gevoel heb ik in ieder geval bij Kromowidjojo. Weliswaar won ze een medaille, maar dat was wel op een niet-olympisch nummer. Op de 100 meter kon ze het slechts 50 meter bolwerken. Dit in tegenstelling tot Femke Heemskerk, die de laatste tijd juist weer opgebloeid is, getuige haar finaleplaats.

Positie Marcel Wouda
Is de trainingsstaf wel van voldoende kwaliteit?, is een veelgestelde vraag. Er wordt getwijfeld aan Marcel Wouda, de hoofdcoach. Dat geluid wordt natuurlijk sterker als je team het zo laat afweten. Wouda lijkt niet de man te zijn, die in minder dan een jaar een succesvolle ploeg kan smeden met kansen op individuele en estafettemedailles. Maar wat dan? Mijn suggestie zou zijn: Wouda weer naar de lange afstanden en een nieuwe, inspirerende hoofdcoach voor de overige zwemmers. Het enige niet geringe probleem: is er een topcoach op korte termijn beschikbaar?
Er is ook nog ruimte voor een andere theorie. Het gebrek aan kwaliteit ligt misschien niet aan de leiding. Het kan ook zo zijn dat we ons in een talentarme periode bevinden. Dat vindt in ieder geval de ervaren John Volkers van De Volkskrant. Hij stelde in een analyse dat “Nederland te maken heeft met een opdrogende poel van talent”.
Als dat het geval is, ziet het er voor het topzwemmen voor tenminste één of twee olympische periodes somber uit. Heeft NOC*NSF zoveel geduld met een sportbond, bij wie het water aan de lippen staat? Het lijkt me sterk. De zes miljoen kan wel beter gebruikt worden. De subsidies moeten er immers voor zorgen dat er olympisch eremetaal wordt binnengehaald. Dat is al geruime tijd de absolute focus van de sportkoepel.

Jacco Verhaeren
Er is wellicht een sprankje hoop voor de zwembond. De charismatische oud-bondscoach Jacco Verhaeren (de man die een belangrijk aandeel had in de successen van Ranomi Kromowidjojo, Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn) keert binnenkort terug naar Nederland na een succesvolle periode in Australië. Zou hij bereid en in staat zijn om het zwemmen weer een stevige push te geven? Het is misschien de laatste reddingsboei. Voorlopig kan worden vastgesteld dat de zwemsport in meerdere opzichten aan het verzuipen is. Er komen steeds minder kids die trek hebben in een jarenlang traject, dat in deze sport meestal ’s morgens om een uur of 6 begint. En er zijn te weinig professionele trainers en er is – wordt beweerd – te weinig trainingswater, als er al grote talenten zouden zijn.

De conclusie: het ziet er somber uit voor deze klassieke sport die ons, toeschouwers en tv-kijkers, zo vaak prachtige prestaties heeft voorgeschoteld.

 

 

Onzekere toekomst Europese Spelen

Gepubliceerd op www.sportenstrategie.nl en o.a. www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Het is aan veel sportliefhebbers waarschijnlijk voorbij gegaan, maar afgelopen weken werden in Minsk de Europese Spelen gehouden. Dat mogen we wel een drama noemen, want in de vaderlandse sportwereld kreeg dit veel te weinig aandacht. De vraag is: wordt dat in de toekomst beter?

Op de website van NOC*NSF staat het volgende vermeld over de Europese Spelen:
“De tweede editie van de Europese Spelen vindt van 21-30 juni plaats in Minsk. Ongeveer 4000 sporters uit 50 landen nemen in Wit-Rusland deel in 15 sporten met 23 disciplines. TeamNL vaardigt net als vier jaar geleden in Bakoe een team af. Nederland zal niet deelnemen aan atletiek, beachsoccer en kanovaren. In acht sporten geldt Minsk 2019 als kwalificatiemoment voor de Olympische Spelen van Tokyo 2020. Hierbij gaat het om atletiek, badminton, handboogschieten, judo, karate, schietsport, tafeltennis en wielersport. Er zijn in Minsk 198 medaillenummers: 89 voor mannen, 89 voor vrouwen en 20 mixed team events.”

Sterke terugloop

Het klinkt imponerend, maar de werkelijkheid is dat er aan de eerste Europese Spelen, in 2015, zo’n 6000 deelnemers waren en vier jaar later in Minsk geen 4000 maar slechts 3667 atleten van de partij waren (bron: de Volkskrant). De belangstelling voor dit evenement is dus sterk teruggelopen en wat voor toekomst heb je dan nog?

De voorzitter van de verzamelde Europese Olympische Comités sprak in Minsk over de impact van de ES. Hij had het over tv-uitzendingen in 190 landen met 800 à 900 miljoen kijkers. De praktijk was, zoals zo vaak als het om kijkcijfers gaat, weerbarstiger. Er wordt bij het noemen van cijfers nogal eens uitgegaan van een potentieel aan kijkers. Het lijkt erop dat dat ook ditmaal het geval was. Het is inderdaad waar dat als heel Europa naar de ES zou kijken, je wel aan die enorme hoeveelheid kijkers komt. In de praktijk wordt er alleen massaal gekeken als het om sporten gaat waarvoor je op het puntje van je stoel gaat zitten. Maar die waren er niet. Er waren natuurlijk wel hoogtepunten, maar dan verdeeld over landen die toevallig in die ene sport geïnteresseerd waren. Er was geen topatletiek, er waren geen spannende zwemduels.

Oranje nummer 5

Hoewel de Nederlandse sporters het prima deden met 29 plakken, waardoor Oranje als vijfde eindigde in het medailleklassement, was er in ons land weinig aandacht voor deze Spelen. Met uitzondering van judo. Dat werd uitstekend meerdere keren in beeld gebracht. Maar wie weet nog wie de medailles behaalde in het baanwielrennen, het boksen en het badmintonnen? Het klinkt ouderwets maar het is nog altijd een wetmatigheid: als een topprestatie niet nadrukkelijk op tv komt – en liefst meerdere keren –, dan komt het ook niet binnen bij de gemiddelde sportconsument. Youtube, Facebook en dergelijke zijn een leuke toevoeging, maar het is en blijft nog altijd een klein onderdeel in vergelijking met massaal tv-kijken.

De toekomst

De Europese Spelen werden voor het eerst in 2015 gehouden. Het was een speeltje van Europese sportbestuurders, die zo graag in de schaduw van de Olympische Spelen een eigen prestigieus evenement wilden hebben. De komende ES staan gepland voor 2023 in het Poolse Krakau. Ervan uitgaande dat het doorgaat (je weet maar nooit), zou het heel goed behalve nummer 3 tevens nummer laatst kunnen zijn. Want een dergelijk gekunsteld prestige-evenement zonder geschiedenis zou zomaar om kunnen vallen.

Foto: Lisa Deen