Door: Ted van der Meer

Maandag, een belangrijke dag voor de politiek en dus ook voor ons, het gewone volk. De regering – de koning en het kabinet Rutte IV – waren klaar voor een ‘nieuw avontuur’, zoals wel vermeld werd. Negentien ministers en koning Willem Alexander stonden op het bordes van paleis Noordeinde, nadat ze vlak ervoor waren ingezworen. Dat gold ook voor de minister van Financiën Sigrid Kaag, maar bij haar ging het digitaal. Ze had corona en kon er dus niet fysiek bij zijn. Ik vroeg me meteen af: wordt ze er dan later via Photoshop bij gezet?

Het was een mooie ochtend. Vóór de tv-uitzending was ik naar mijn bakkertje gewandeld om brood en nog wat lekkers te kopen. De wandeling viel samen met het weer naar school gaan van de kinderen. De kleintjes werden begeleid, de groteren waren over het algemeen op de fiets. Lekker rommelig. Een vrolijke bedoening. Even weg uit huis, voor velen toch een soort privé lockdown.

Mijn dag kon niet stuk, vermoedde ik toen nog. Ik had om half twee een afspraak bij m’n tandarts – een kilometer of tien verderop – en normaliter zou ik in de winter de auto hebben genomen. Maar het was zulk lekker weer dat ik besloot om de racefiets te pakken. Achteraf bleek dat een schromelijke vergissing te zijn geweest.

Halverwege, in een flauwe bocht, ging ik onderuit. Er lag een hoop natte bladeren en daar waren mijn dunne bandjes niet tegen bestand. Het had een eenvoudige val kunnen zijn met hooguit een paar wondjes. Dat was dus niet het geval. Ik kwam keihard met mijn hoofd, mijn heup en mijn rechterschouder tegen de grond. Ik was even groggy. Ik werd door enkele omstanders weer voorzichtig ‘opgeraapt’, maar ik voelde dat het niet oké was. Pijn overal. Beetje dizzy.  En vooral de schouder, die zag er nogal vreemd uit. Een rare, grote bobbel.

Ik was nog net in staat om mijn vrouw te bellen. Na een kwartier werd ik voorzichtig in de auto gezet, de racefiets achterin, en we gingen rechtstreeks door naar het Amersfoortse Meanderziekenhuis. Ik was in goede handen, dat wist ik omdat ik er al eens eerder beland was, ook vanwege een zelfde soort valpartij.

Ik werd onmiddellijk in een rolstoel gezet en naar een behandelruimte gereden. Verpleegkundigen en de arts deden vervolgens grondig onderzoek. Mijn hoofd en nek werden via een CT-scan onder handen genomen, om te bekijken of ik wellicht een hersenschudding had. Was niet het geval, gelukkig! Mijn schouder was een ander geval. In het verleden is mijn arm meerdere keren uit de kom gegaan, dus ik was bang dat het nu weer zo zou zijn. Echter, het was het sleutelbeen dat overigens gelukkig niet gebroken was maar wel uit de kom geschoven was. Daar kwam ook de meeste pijn vandaan.

Om een lang verhaal kort te maken, ik was vier uur lang op de spoedeisende hulp, kreeg zware medicatie tegen de pijn, ben volledig onderzocht met alle aandacht waar je op dat moment behoefte aan hebt. De conclusie was dat ik geen hersenschudding had en dat de heuppijn vanzelf zou verdwijnen. Maar mijn schouder en sleutelbeen hadden nog wel een toekomst: zeker één maar wellicht twee of drie weken in een brace en “meneer Van der Meer, vooral heel rustig aan gaan doen”.

En tenslotte moet ik een groot compliment maken voor het personeel waar ik mee te maken had. Zo professioneel, zoveel aandacht voor een patiënt… Ons zorgsysteem ervaar ik in ieder geval nog steeds als heel erg goed. Daar mogen we blij mee zijn.

  • Deze column werd gepubliceerd op 11-1-2022. Hij kwam tot stand dankzij de steun van Accon avm, een van de grootste acccountantsbedrijven van Nederland. De schrijver is in zijn TED Talk’s geheel onafhankelijk.
    Alle columns zijn op meerdere platforms te lezen, o.a. op de website van Accon avm – dat ruim 7.500 vaste volgers heeft -, Facebook, Twitter, Instagram en tedvandermeer.nl.

Reageren: ted@epte.nl

Wil je meer lezen?

Bekijk deze publicaties