Een ‘Marshallplan’ voor een gezondere maatschappij

Gepubliceerd op www.sportenstrategie.nl en meerdere platforms

Ik hou van Joop Alberda, de man die ‘ons’ in 1996 olympisch volleybalgoud bezorgde. Hij is inventief, kan in de sport bij Jan en alleman aan de slag als (technisch) directeur. Niet altijd met succes (zwemmen), maar dat hoort er nu eenmaal bij. Ik hou ook van Erik Scherder, de neuropsycholoog die ons – met een opkontje van De Wereld Draait Door – enthousiast maakte voor van alles en nog wat. Maar wat werd ik deze week moe van beide mannen.

Zij hebben als thema ‘de gezondere maatschappij’. Niks mis mee. Dat wil iedereen wel. Maar dan komt het. Hun uitgangspunt: tenminste een halfuur per dag ‘bewegen’. En als klap op de vuurpijl: om hun ideeën te kunnen uitvoeren hebben we een Ministerie voor Rijksvitaliteit nodig. Hoe ouder hoe gekker kwam bij mij naar boven.

‘Bewegen. Het Nieuwe Normaal’

Het was lang niet het eerste initiatief op dit terrein. Zo besteedde dagblad Trouw er via een column van Marijn de Vries aandacht aan. Dit naar aanleiding van een ander initiatief, via een pamflet van Epke Zonderland, Sarina Wiegman, Bas van de Goor, Louis van Gaal, Guus Hiddink en (jawel, daar zijn ze weer) Joop Alberda en Erik Scherder. De titel: ‘Bewegen. Het nieuwe normaal’ (met twee gekochte advertentiepagina’s in het AD en de Volkskrant).

De Trouw-columniste wist wel raad met de bombast van de topsporters (en van Scherder). Zij hadden het over dooddoeners als ‘de steeds minder fitte Nederlanders’, ‘zitten is het nieuwe roken’, ‘de welvaartsziekten zoals diabetes’ et cetera. Allemaal volledig waar, maar tevens o zo bekend.

Marijn zette iedereen weer op zijn en haar plaats. De open deuren waren aan haar niet besteed: “De minister van bewegen moet iemand zijn die aan een wereldtitel net zoveel belang hecht als aan een stukje wandelen. Die mensen aanmoedigt in plaats van ontmoedigt. Want dat is wat fanatieke sporters onbedoeld vaak doen. Ze schrikken af: zó sporten, dat kan ik nooit. Terwijl bijna iedereen bewegen kan.”

Topsport is ongezond

De iconen van de sport gooien bewegen en sporten op één hoop, waarbij ik wel wil aantekenen dat topsport bedrijven per definitie een ongezonde bezigheid is, uitzonderingen daargelaten. En zelfs bewegen als primair uitgangspunt deugt niet. Als onze overheid een gezondere maatschappij nastreeft (en dat zal officieel vast zo zijn), dan moet men anders te werk gaan. Ga eens kijken in landen als Finland en Australië, stel ik voor. Daar is het uitgangspunt: we voeden onze kinderen gezond op. In beide landen worden kinderen van jongsaf aan aangemoedigd om te bewegen (via sport) en tevens wordt daar veel meer dan in ons land aandacht besteed aan muziek en in het algemeen cultuur.

Eten & drinken

Een uitermate belangrijk punt voor een gezondere maatschappij gaat via beprijzing van voedsel. In beide genoemde landen is het ‘slechte’ voedsel duur en ‘beter’ voedsel goedkoper. Dat geldt ook voor alcoholische versnaperingen. In ons land zijn bier en wijn in vergelijking met veel andere landen spotgoedkoop (zie de supermarkt-aanbiedingen) en dus toegankelijk. Geldt ook voor frisdranken, snoep, zoutjes en dergelijke. Goed voedsel is bijna altijd duurder. Met derhalve per definitie nadelige gevolgen voor de gezondheid.

Drugs

En wellicht nog erger: het drugsgebruik is het ‘nieuwe normaal’ geworden; Nederland Narcostaat, zo worden wij in veel ‘buitenlanden’ neergezet, waarschijnlijk terecht. In een stad als Amsterdam schijnen dagelijks honderden ‘pizzabrommertjes’ rond te rijden met soft- en harddrugs in de tassen. Niemand die er wat aan doet. Of men durft er niets aan te doen. Horen, zien en zwijgen, dat is Nederland anno 2020. Overigens wil ik wel aangeven, dat er natuurlijk een groot verschil is tussen soft- en harddrugs.

‘Marshallplan’

Als we echt een gezondere maatschappij willen ontwikkelen, dan dient er (als na de Tweede Wereldoorlog) een soort Marshallplan te komen met als focus: de scholen en dus de scholieren een gezonder perspectief bieden via bewegen en sporten in het algemeen en via muziek c.q. cultuur.

En tegelijkertijd dient het excessieve drank- en drugsprobleem aangepakt te worden. En dus weg met al die onzin over nieuwe ministeries. Als de juiste beslissingen worden genomen, dan kan het huidige Ministerie van Gezondheidheid, Welzijn en Sport gewoon zijn werk blijven doen.

En laten we in hemelsnaam stoppen met al die bekende Nederlanders, die in de media hun plasje willen doen. En vooral stoppen met de hooggeleerde prietpraters. Want, Joop en Erik, jullie zetten in op tenminste een halfuur bewegen per dag, maar dat betekent dus ook dat jullie al tevreden zijn met 23 en een halfuur stilzitten?

Een beter en gezonder land kun je alleen maar voor elkaar krijgen als er op alle terreinen keihard gewerkt gaat worden. Te beginnen met de jongste jeugd. En met een sportkoepel als NOC*NSF, die afscheid neemt van alle ‘ongezonde’ sponsors. Bijvoorbeeld het Holland Heineken House tijdens de Olympische Spelen. Een compleet verkeerd signaal richting de bevolking.

Foto: via NOS.nl

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

NOS’ers leidend in vaderlandse sport

Dit artikel staat op o.a. www.sportenstrategie.nl, Facebook en andere platforms.

Door: Ted van der Meer

Het is nog geen belangrijk item, maar dat kan het wel worden. Want het is toch op zijn minst opmerkelijk dat twee voormalige directeuren van de NOS aan de macht zijn dan wel komen bij twee van de belangrijkste sportinstituten van ons land. Gerard Dielessen is algemeen directeur van NOC*NSF. Jan de Jong treedt op 1 juni aan als interim-directeur van de Eredivisie CV.

De profielen van beide mannen hebben grote overeenkomsten. Dielessen maakte in de periode 2002-‘03 deel uit van de directie van Studio Sport, waarna hij overstapte naar de hoogste NOS-post: algemeen directeur. Zeven jaar later vertrok hij naar NOC*NSF, om daar de belangrijkste functie te gaan uitoefenen. Zijn opvolger bij de NOS was Jan de Jong. Het was een geruisloze wisseling van de wacht op het Mediapark. En in 2017 stapte ook De Jong over naar de sportsector. Hij werd algemeen directeur van Feyenoord.

Journalist & zakelijk talent

Er zijn ook verschillen. Dielessen (foto) is gepokt en gemazeld in de journalistiek. Achtereenvolgens: Utrechts Nieuwsblad, NOS Journaal, NOVA, Studio Sport. Hoewel Jan de Jong zijn hele loopbaan bij de media heeft doorgebracht, had hij een andere focus. Hij was bij de NOS meer van de marketing, juridische zaken en de sales. En in retrospectief is de oprichting van het NOS Sportrechtenbureau in 2001 door Martijn Lindenberg (vermaard regisseur) en De Jong een belangrijke en profijtelijke beslissing geweest. Het tekent het instinct en het zakelijk talent van De Jong.

Feyenoord

Jan de JongTerwijl Dielessen het al jaren prima doet bij het tamelijk rustige NOC*NSF (even los van de coronacrisis) heeft De Jong (foto)  het heel wat moeilijker gehad. Maar hij koos dan ook voor het professionele voetbal en ook nog eens bij het altijd lastige Feyenoord. Hij werd aanvankelijk geaccepteerd, maar na een jaar of twee kwam er weer eens een crisis waarbij De Jong geofferd werd. Het gevecht met de Raad van Commissarissen kon hij niet winnen. Het alternatieve verhaal is dat hij het helemaal gezien had met dat voortdurende geruzie in en om De Kuip. Op het oog is hij netjes vertrokken na een ‘verschil van inzicht’ met de RvC.

Eredivisie CV

Dat hij na een maand of tien terugkeert in het voetbal, als interim-directeur van de Eredivisie CV, wekte in de media eventjes verbazing. Maar toen bleek dat alle achttien clubs het met de benoeming eens waren, werd alles weer rustig. Volgens mij is De Jong geknipt voor deze functie. Hij is gepokt en gemazeld in de sportwereld, zeker als het om geld en contracten gaat. En hoewel het een bijzonder moeilijke tijd is, gaat hij het best mogelijke resultaat voor elkaar krijgen. Een moeilijke klus, dat zeker, “maar als iemand het kan is het Jan”, hoorde ik op de radio langskomen. En zelfs criticaster nummer één, Johan Derksen van Veronica Inside, vindt De Jong “een prima keus” voor de ECV.

Twee door de wol geverfde oud-NOS’ers in de top van de sportwereld heeft qua relaties veel voordelen. Beide mannen hebben geweldige netwerken. Denk aan de overheid (rechtstreekse ingangen bij ministers en topambtenaren), gemakkelijke contacten met grote sponsors en een over het algemeen een goede relatie met de media.

Vooruitkijkend zie ik het pensioen van Gerard Dielessen (geboren in 1955) aankomen. Ik sluit niet uit dat tegen die tijd de twaalf jaar jongere Jan de Jong de opvolger van Dielessen wordt. Dan is wel de cirkel rond. En waarom niet? Gerard en Jan kunnen prima met elkaar overweg. Het lijkt me een goede zaak voor sportend Nederland.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

EEN VERLAAT OORLOGSDRAMA

De moord op Esther en Rachel Knoop

Door: Mieke Honingh

Vrijdagmorgen 1 mei 2020 om half tien arriveerde ik op de Oude Algemene begraafplaats aan het Prins Bernhardplein in Huizen. Het regende zachtjes. Ik had een afspraak met Aaldrik Hermans om een oude zerk nieuw leven in te blazen. In het graf lagen de resten van Alexander Vles. De inwoner van Huizen was in 1941 overleden aan een hartinfarct. De verschrikkelijke gebeurtenissen die zijn echtgenote Rachel en haar zus twee jaar later overkwamen, heeft hij gelukkig niet mee hoeven maken. De (Joodse) zussen Rachel en Esther Knoop werden in 1943 vergast in Auschwitz. Het verhaal, dat zich vooral ook afspeelt in Huizen en Laren, is opgetekend door historicus Aaldrik Hermans.

Rachel (‘Chel’) en Esther Knoop werden in de tachtiger jaren van de negentiende eeuw geboren in Amsterdam. Rachel, verpleegkundige van beroep, was getrouwd met Alexander Vles, die in de hoofdstad een sigarenwinkel bestierde. Alexander was weduwnaar. Uit zijn eerste huwelijk had hij een zoon (Alexander) en een dochter (Helena). Het gezin woonde in Huizen.

Esther Knoop

Huizen
Nadat de Duitsers Nederland waren binnengevallen, was het al snel duidelijk dat er groot gevaar dreigde voor de Joodse bevolking. In 1941 ontving Esther in Hengelo een verordening, waarin stond dat ze haar mooie hoedenwinkel (waar ze boven woonde) moest verlaten. Ze verkocht de inboedel zo goed en zo kwaad als het ging en trok in bij de familie Kreije in Hengelo.
Toen in 1942 de situatie te gevaarlijk werd, vluchtte Esther naar Huizen. Samen met Rachel dook ze onder in Huize Senang, het pension van het echtpaar Ies Bleekrode en Els Garms. De twee waren net als Rachel verpleegkundige.

Laren

Met meer dan twintig onderduikers in huis en NSB’er en WA-voorman Niek Went als buurman besloten de Bleekrodes te verhuizen naar een groter pand. Op een vroege ochtend in april 1943 liepen ze over de heide naar Laren. Daar vonden ze een nieuw onderduikadres, Huize de Hoeve, naast Singer. Vijf maanden later sloeg het noodlot toe. Op 30 september 1943 werden ze verraden en opgepakt. Slechts twee van de 29 onderduikers wisten te ontsnappen. Eén overleefde Theresienstadt. De 26 anderen werden allen vermoord. Vaststaat dat Rachel en Esther via het politiebureau in Haarlem, de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam en doorgangskamp Westerbork werden afgevoerd naar een concentratiekamp. Hun leven eindigde eind oktober 1943 in de gaskamer van Auschwitz.

Begraafplaats Huizen. Graf van Alexander Vles. Op de foto: Aaldrik Hermans, Mieke Honingh en (links) Ben Calis.

Begraafplaats
Op verzoek van de nabestaanden is Aaldrik gaan zoeken naar het graf van Rachels echtgenoot, Alexander Vles. Het bleek te liggen in het midden van de Oude Algemene begraafplaats in Huizen. Aaldrik heeft het afgelopen vrijdag zo goed mogelijk opgeknapt. Zijn buurman, Ben Calis, hielp hem met het ingraven en plaatsen van de vlag, die halfstok hing. Viooltjes luisterden de grijze, door aarde, weer en wind geteisterde grafsteen een beetje op.
Aan de vlaggenmast hangt nu het tragische verhaal van Rachel en Esther Knoop. Vóór de begraafplaats, op de gedenksteen van Rachel, ligt de foto van Esther.

Uitgestelde boekpresentatie
Aaldrik Hermans heeft een mooi boek geschreven over het verraad van Huize de Hoeve. Op 4 mei zou het worden gepresenteerd in Brinkhuis Laren. De enige overlevende van de dertig onderduikers, Leonard Vis (89) uit het Canadese Toronto, zou hierbij aanwezig zijn. De coronacrisis gooide echter roet in het eten. De heer Vis heeft aangegeven dat hij volgend jaar alsnog zijn rede op Dodenherdenking komt houden.

De twee zussen Esther (foto op de steen) en Rachel Knoop verenigd na 75 jaar.

Hengelo (Ov.)
Ik kwam met dit verhaal in aanraking via mijn oudtante Meta. Ik kende haar al mijn hele leven, maar onze band werd rond het jaar 2000 heel hecht. Meta, die altijd alleen leefde, was een geweldige vertelster. Ze had een ijzersterk geheugen en kon in detail uitleggen hoe zij de Tweede Wereldoorlog had beleefd. Het verhaal over Esther Knoop is haar altijd bijgebleven. Esther was de boezemvriendin van haar moeder. De familie Kreije heeft met lede ogen moeten meemaken hoe Esther meerdere keren moest vluchten en verhuizen en ze kregen nog in de oorlog de mededeling dat de beide zussen in 1943 waren vermoord.
Wat Esther Knoop is overkomen, heeft altijd een enorme impact op Meta gehad. Ze sprak er vaak over. Esther’s foto hing boven haar stoel, tot aan haar overlijden in 2013 aan toe.
In de erfenis bevond zich een doos, met daarin goed bewaard materiaal van en over Esther. Briefjes (o.a. uit het politiebureau, de Hollandsche Schouwburg en Westerbork), foto’s, de Jodenster en zelfs een briefje van haar hand, gegooid vanuit de trein op weg naar Auschwitz. Meta verzamelde alles en gooide nooit iets weg.
Nadat ik het materiaal grondig bestudeerd had, heb ik een artikeltje gepubliceerd op de website van het Joodsch Monument. Zodoende kwam ik in contact met Aaldrik Hermans, die bezig was het verraad van Huize de Hoeve. Daarbij was hij al bij Rachel Vles-Knoop uitgekomen. Het materiaal over Esther bleek een waardevolle aanvulling te zijn.

En hoewel ik ver na de Tweede Wereldoorlog geboren ben, heeft alles wat ik heb meegekregen over deze vreselijke gebeurtenissen mijn enorm aangegrepen. En het erbij zijn op het kerkhof in Huizen op 1 mei was indrukwekkend, emotioneel. “Er is geen toekomst zonder verleden”, schoot mij te binnen. En: “Wij moeten nooit vergeten.”

 

Facebookbericht n.a.v. column Frits Abrahams (NRC Handelsblad)

Door: Ted van der Meer

In NRC Handelsblad schreef achterpaginacolumnist Frits Abrahams (onder de tennisliefhebbers ook bekend als schrijver van het spannende jongensboek ‘Ontvoering op Wimbledon’) gisteren onder de kop ‘Wat komt er na een lockdown?’ in de slotalinea’s het volgende:


Stel, het loopt tegen augustus en het jongere, fitte deel van Nederland vindt het welletjes geweest met die lockdown, ook al waart het coronavirus nog steeds rond – verzwakt, maar niet verslagen. Zal Jong Nederland dan niet tegen Oud Nederland zeggen: „Sorry, wij moeten verder, het heeft lang genoeg geduurd, we zullen goed voor jullie zorgen als je ziek wordt, maar wij willen nu weer een vrij en goed leven”?
„Maar wat moeten wij dan?” zal Oud Nederland vragen. Waarop Jong Nederland zegt: „Jullie blijven zoveel mogelijk lekker thuis, want jullie zijn kwetsbaar, wij niet, en als je buiten komt blijf je op anderhalve meter afstand.” „Is dat een verbod”, vraagt Oud Nederland. „Nee”, antwoordt Jong Nederland, „je mag dat vrijwillig doen, het is je eigen leven en je eigen verantwoordelijkheid.”
Als die Oude Nederlander dan doodgaat aan het virus, heeft hij het helemaal aan zichzelf te wijten. Dat Nederland lijkt me geen leuk Nederland.

Een intrigerende column met een mogelijk (ramp)scenario. Op enig moment zal het kabinet een knoop moeten doorhakken. We moeten ooit toch weer aan het werk. Een jaar het land op slot kan verschrikkelijke sociale gevolgen met zich meebrengen. Een duivels dilemma.

Het olympisch ideaal heeft geen glans meer

DEZE COLUMN IS GEPUBLICEERD OP WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL EN VOORTS OOK OP FACEBOOK, TWITTER EN ANDERE PLATFORMS

Door: Ted van der Meer

De coronacrisis heeft ook de sportwereld tot stilstand gedwongen. Meerdere sportbonden hebben bekendgemaakt, dat er in het seizoen 2019-2020 geen competitie meer wordt gespeeld. Dus geen beslissingen bij onder meer basketbal, handbal, volleybal en tafeltennis. De grootste aller sportevenementen, de Olympische Spelen, is een jaar uitgesteld. Een ramp voor Japan, de gaststad Tokio en tevens voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Het is afwachten of de fans, na dit rampjaar, wel trek hebben in de Spelen. Zo niet, dan kan dat een vooraankondiging zijn van het einde.

Jos Hermens, niet de geringste in sportland (oud-topatleet en jarenlang al een vooraanstaand atletenmanager), is van mening dat we het beste kunnen stoppen met de Olympische Spelen. We moeten ons veel meer gaan richten op de eigen topevenementen in de sport, vindt Hermens. Hij is van mening dat ‘vrienden maken’ via de Spelen en daardoor de wereld beter maken kletskoek is. Het IOC met zijn enorme impact en steeds slechtere imago schaadt de sportwereld juist. Hermens: “Vrienden maken doe je in je eigen sportomgeving, niet die twee weken in een olympisch dorp.”

Corruptie binnen IOC

Ik voel met hem mee. Die zogenaamde ‘olympische familie’ is een sprookje. Ooit een mooi sprookje wellicht, maar volledig achterhaald. In de huidige tijd gaat het louter om goud, zilver en brons. Het Nederlandse beleid is daar een goed voorbeeld van. Niks ‘meedoen is belangrijker dan winnen’. Het laatste woordje, winnen, dáár gaat het om. Als je niet bij de besten behoort, word je niet uitgezonden. Maurits Hendriks, de technisch directeur van NOC*NSF, is de vleesgeworden voorvechter van dit beleid. Hij stuurde bij de vorige Spelen de ‘losers’ niet voor niets voortijdig naar huis.
Maar goed, met zo’n sprookje zou je nog kunnen leven, ware het niet dat het IOC als organisatie er niet best voor staat. Er is veel aan te merken op de bestuurlijke gang van zaken. Wie via google de woorden corruptie en IOC intikt, krijgt in een mum van tijd een reeks schandalen op het scherm.
Drie recente.
Zomerspelen 2016 in Rio de Janeiro: de Braziliaan Carlos Arthur Nuzman wordt verdacht van omkoping en corruptie. We hebben nimmer meer van de heer Nuzman vernomen.
Winterspelen 2018 in Sotsji: Enorme corruptie ontdekt. (Zie verderop)
Zomerspelen 2020 in Tokio: De van corruptie beschuldigde Japanse voorzitter moet aftreden.

Er zijn veel meer schandalen geweest. In 2011 moest João Havelange, de oud-FIFA-voorzitter, aftreden als IOC-lid nadat was bewezen dat de Braziliaan samen met zijn schoonzoon miljoenen dollars smeergeld had ontvangen. Het komt ook in het voetbal voor, maar dat wisten we allang.

Gigantische budgetten

De slechte naam die het IOC heeft, is een belangrijke factor om de Zomer- en Winterspelen van de kalender te halen. Het is te groot, te duur, te ondoorzichtig en, jawel, te corrupt. Het absolute dieptepunt, qua kosten, waren de Winterspelen van 2018 in Sotsji. Dat ‘feestje’ (vooral voor een handvol graaiers uit de omgeving van president Poetin) heeft zo’n 20 miljard dollar gekost. De goeie nummer 2: de Zomerspelen in Londen in 2012 met een budget van 14 miljard.
Hoe lang accepteert het volk dit nog? Dictatoriale regimes hebben vrij spel, maar in democratische landen wordt dat wel heel moeilijk.

Griekenland

Er is een eenvoudige oplossing voor dit gigantische probleem. Verplaats de Spelen naar één vaste locatie voor de Zomerspelen en de Paralympics. Er komt wat mij betreft maar één land voor in aanmerking, Griekenland, waar de oorsprong van de Spelen ligt. Het is wat lastig om daar ook de Winterspelen te organiseren en dus zal daar ook een – bij voorkeur vaste – locatie voor gevonden moeten worden.
Het grote voordeel van dit idee is dat de bouwkosten maar eenmalig hoog zijn. Maar je kunt daarna elke keer weer gebruik maken van het olympisch dorp en alle sportfaciliteiten eromheen. Nu wordt er elke twee jaar een gigantisch project opgezet, dat na de Spelen over het algemeen na een tijdje staat te verloederen. Voorbeelden te over. Doodzonde.

Ruimte voor WK’s

Goeie kans dat dit plan er nooit door komt, zo realistisch ben ik wel. Er zijn waarschijnlijk te veel persoonlijke en zakelijke belangen die het tegenhouden. Maar zelfs dan kan het IOC wel degelijk omvallen. Tokyo2021 kan wel eens een faliekante mislukking worden, qua toeschouwers en dus inkomsten. Niet zo’n raar idee toch, met dit rampjaar 2020? Als dat gebeurt, dan ontstaat er sowieso onzekerheid bij andere (potentiële) organisatoren. En als dat gebeurt krijgt Jos Hermens wellicht alsnog zijn zin en lezen we geen koppen meer als deze (van Volkskrant-columnist Bert Wagendorp) “Er is bij het notoir corrupte IOC óf sprake van nieuwe daadkracht óf van willekeur”.

Hoe dan ook, als het olympisch ideaal geen glans meer heeft, dan krijgen de belangrijkste evenementen van de sportbonden weer de aandacht die ze nu vaak ontberen.

Vrienden voor het leven

DEZE COLUMN VERSCHEEN OP 4 MAART 2020 OP WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL, TEVENS DOORGELINKT NAAR FACEBOOK, TWITTER EN ENKELE ANDERE PLATFORMS

Door: Ted van der Meer

Hoe vaak hebben wij, journalisten, het niet over vervuiling van de sport? Doping. Racisme. Onsportiviteit. Grof taalgebruik. Omdat die negatieve zaken via de media worden uitgelicht, wordt wel eens vergeten dat sporten in de kern een positief fenomeen is. Gezond voor lichaam en geest, meestal dan. En laten we vooral niet vergeten dat er in de sector topsport, waar de meeste negatieve extremen voorkomen, ook schitterende voorbeelden zijn van optimale sportiviteit. Zoals in de afgelopen week.

Twee duo’s maakten op mij enorm veel indruk. In het windsurfen waren dat Dorian van Rijsselberghe en Kiran Badloe. En in het wielrennen Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland. Het volgen van windsurfen was via de reportages van Studio Sport prima te doen. Door het tijdverschil was er een dagelijkse update, met interviews met beide toppers. Spannend was het dan niet meer, maar interessant wel. Het wielrennen was live, dus aanzienlijk spannender voor de kijker.

Moordende concurrentie

Toen ik maandag het weekend doornam, dacht ik in eerste instantie: je moet wel onder een steen geleefd hebben als je het windsurfen en het wielrennen niet hebt meegekregen. Maar tegelijk realiseerde ik me dat er op tv- en onlinegebied sprake was van een moordende concurrentie tussen de verschillende sporten. Wat te denken van de eredivisieduels PSV-Feyenoord en Ajax-AZ? Altijd goed voor torenhoge kijkcijfers. Dat gold ook voor het WK allround en het WK sprint. Hoewel dit schaatsevenement nogal eens wordt weggezet als een ‘B-toernooi’ dat in de schaduw staat van het WK afstanden, blijft het opmerkelijk dat er gemiddeld nog altijd meer dan een miljoen mensen inschakelen en blíjven kijken. Een vaste kern blijft schaatsen trouw, ook als de resultaten magertjes zijn, zoals bij de sprinters die geen enkele medaille wonnen. Mooi was wel dat Patrick Roest en vooral Ireen Wüst het enigszins gedevalueerde allround-toernooi op hun naam schreven.

Vroege kroning?

Voor mij stalen dus de twee duo’s de show. De windsurfers Dorian van Rijsselberghe (31) en Kiran Badloe (25) mogen van mij nu al worden geëerd als dè play fair-sporters van 2020. Het lijkt me sterk dat hier nog iemand overheen gaat. Voor de enkeling die niet weet waar ik het over heb: Dorian en Kiran zijn de beste windsurfers van de wereld maar slechts één van hen mag deelnemen aan de Olympische Spelen. (Krankzinnige toestand trouwens, net als in het judo, maar wat doe je eraan?) De beide mannen hebben samen met hun coach Aaron McIntosh toegewerkt naar het WK in Melbourne. The winner takes it all, dus zetten ze alles op alles om de winst binnen te slepen. En dan verwacht je pesterijtjes en een net toelaatbare sabotage. Het tegendeel was het geval. Van Rijsselberghe en Badloe zijn trainings- en zelfs kamergenoten. Ze hebben een heilig pact gesloten. Ze doen beiden hun uiterste beste om eerste te worden, met als disclaimer: ‘het moet te allen tijde op een sportieve manier gebeuren’.

Spectaculaire apotheose

‘May the best man win’ was het uitgangspunt en de volgers verwachtten dan ook een serie boeiende races. Kiran liep aanvankelijk snel uit en hij leek onverslaanbaar. Maar toen kwam Dorian op stoom en dat leidde in de medalrace tot een spectaculaire apotheose, die in het voordeel van Van Rijsselberghe eindigde. Helaas voor de oude Texelse rot was dat toch niet goed genoeg. Op de valreep pakte Badloe net voldoende punten voor de wereldtitel.
Het pleit was beslecht. De leerling had de leraar verslagen. Dorian nam zijn verlies en bevestigde de afspraak dat de nummer 2 de winnaar gaat helpen tot en met de Olympische Spelen 2020. De kampioen van 2012 en 2016 hangt zijn board in de wilgen en samen met coach McIntosh gaat hij alles op alles zetten om Badloe aan een gouden plak te helpen.
D & K – vrienden voor het leven! Kan het mooier?

Harrie vs. Jeffrey

Ik heb het sterke vermoeden dat dit ook gaat gelden voor de wielrenners Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland. Ook zij zijn dikke vrienden. En net als de windsurfers delen zij de kamer. Pas als ze in de arena staan, zijn de elkaars grootste concurrenten. Ze kwamen beiden in de sprintfinale, het hoogtepunt van het WK in Berlijn. Lavreysen ging met de winst aan de haal, Hoogland bleef diep teleurgesteld achter. Eerder hadden ze in teamverband al een gouden medaille gewonnen. In Tokio zijn ze de grootste kandidaten voor het goud. En desondanks gaan ze samen met hun coaches op jacht naar succes. Ze hebben geen geheimen voor elkaar, maar tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door leek het er wel op, dat Jeffrey hard bezig is om een tactiek te ontwikkelen die hem eindelijk eens de hoogste eer kan gaan bezorgen. Ik heb nu al zin in dit wielerspektakel.

Stofwolken

De beide duo’s zijn wat mij betreft de grootste voorbeelden van hoe topsport óók kan zijn. Het hoeft niet gepaard gaan met allerlei negatieve vibes. Samen optrekken, tegen elkaar knokken tot ze er bij neervallen. En zodra de stofwolken zijn opgetrokken, toch weer gewoon vrienden zijn. Mooier kan het niet, toch?

Wordt ‘respect’ een holle frase?

COLUMN OP O.A. WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL, FACEBOOK.COM EN TWITTER.

Door: Ted van der Meer

Een van de belangrijkste teksten die ik de laatste weken tot me nam, was van de hand van Beatrice de Graaf, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht. Haar column ‘Respectruimte’ in NRC Handelsblad ging niet over sport, want daar is zij niet van, maar toch was het voor mij een inspiratie voor dit artikel. Respect is een begrip dat steeds meer een holle frase wordt, zeker in de sportwereld.

De Graaf legt onder meer uit hoe ingewikkeld de omgang is met Duitsers en Fransen. Wanneer zeg je Du of Tu (jij) of Sie of Vous (u)? Ze legt uit hoe belangrijk het gebruik van de juiste woorden is als je diplomatie bedrijft of zaken doet. Haar column betreft de omgang tussen mensen. Wat zeg je en vooral: hoe formuleer je datgene wat je kwijt wilt. Dat de maatschappij in het algemeen en de sportwereld in het bijzonder een ‘respect-probleem’ heeft, zal een ieder herkennen. In de top 10 van probleemveroorzakers staan de voetbalhooligans. De harde kern discrimineert dikwijls op een letterlijk misdadige manier (wetboek van strafrecht).

Hufterig

Het tv-programma EenVandaag bracht deze week een aantal hufterige termen richting gekleurde voetballers in beeld. In het kort: van ‘kutmarokkaan’, ‘je moeder is een hoer’ tot ‘aap’. (Eerlijk waar, ik heb er moeite mee om het op te tikken, zo triest vind ik het.)
Al jarenlang is er sprake van dit grensoverschrijdende gedrag. Maar wie doet er wat aan? En hóé moet je het aanpakken? De vraag komt steeds terug. En er zijn ook antwoorden. Als ‘ingrijpers’ worden in willekeurige volgorde de politie, de politiek en de KNVB genoemd. Er wordt wel eens iets aan gedaan maar ik heb niet het idee dat het echt tot een oplossing komt.
Een goede vriend, enthousiast aanhanger van PSV en goed ingeburgerd in de overheid vertelde me het volgende: “De lokale overheden hebben helemaal geen zin meer om zich met deze problematiek bezig te houden. De KNVB moet het oppakken en oplossen. En als het om de kosten gaat, dat moet ook uit het voetbal komen. Er is genoeg geld, kijk maar naar de salarissen.”

KNVB aan zet

Met andere woorden: van de overheid moeten we het niet hebben. En dus worden de pijlen gericht op de KNVB. En tegelijkertijd op de betaald-voetbalclubs. Makkelijk gezegd. Is de wil er in de voetbalwereld wel? Ik twijfel er aan. Een pregnant voorbeeld van hoe het niet moet, betreft de situatie rond de wedstrijd FC Den Bosch – Excelsior. Daar was sprake van een schandaal in het kwadraat. Er waren massale racistische spreekkoren met als dieptepunt het brengen van de Hitlergroet. Je verwacht in zo’n situatie dat de wedstrijd definitief wordt stilgelegd, maar dat gebeurde niet. Slappe knieën, dat op zijn minst. En geen snelle excuses.
Pas na enige tijd was de club bereid om met de billen bloot te gaan. Maar de manier waarop dat gebeurde, was op zijn minste discutabel. Clubtrainer Van der Ven maakte het belangrijkste slachtoffer, Excelsior-speler Ahmad Mendes Moreiro, eerst uit voor ‘een zielig mannetje’ en een paar dagen later stond hij ‘voor de volle 100 procent’ achter Ahmad. Hoe geloofwaardig ben je dan? Er moest een vuurtje geblust worden en dus maar dit hypocriete gebaar. Waarschijnlijk na een dringende aanwijzing vanuit het bestuur om de affaire te dempen.

Zelfs basketbal

De problematiek geldt niet alleen het betaald voetbal. Grove teksten komen overal voor. Ik sta nogal eens langs de lijn bij jeugdvoetbal. Daar heb ik zelden discriminerende teksten gehoord, maar wel veel geschreeuw en gescheld richting scheids- en lijnrechters.
En uitgerekend afgelopen week gebeurde dat zelfs tijdens een basketbalwedstrijd. Het was een mooi duel, op het hoogste jeugdniveau. Het werd echter meerdere malen verpest door enkele toeschouwers die zo tekeer gingen tegen de scheidsrechters, dat twee spelers het veld verlieten en hun moeders (!) toebeten: “En nu houden jullie je bek!” Het hielp. Van de kijvende dames werd niets meer vernomen. Hopelijk de komende weken ook niet.
Ingrijpen op deze manier is een zeldzaamheid. De logische vraag is: waarom spreken de ‘goede’ supporters de ‘slechte’ niet aan? Uit onderzoek blijkt dat de grote meerderheid bang is voor klappen (of erger), vooral omdat er door veel hooligans volop drank en drugs gebruikt wordt. Dan denk ik: waarom worden ze niet van tevoren getest? Privacy kan een probleem zijn. Maar mocht het toegestaan worden dan is dat in combinatie met slimme gezichtsherkenning misschien wel een van de meest adequate oplossingen voor het stadionprobleem.

R.E.S.P.E.C.T.

Ik realiseer me dat niets zo gemakkelijk is om vanaf de kant met ‘pasklare’ oplossingen te komen. Deze week zitten politiek en voetbal(bobo’s) weer rond de tafel om een oplossing te bedenken. Ik hoop dat het ergens toe leidt. Maar in de kern gaat het om de maatschappij. Als die nog meer verruwt, is het water naar de zee dragen. En zolang topsporters het na een nederlaag in de media nog altijd zonder blikken of blozen hebben over een ‘kutwedstrijd’ en dergelijke, dan kun je je afvragen of het nog wel goed kan komen. Misschien moeten de sportbonden ook eens wat alerter worden en regels stellen en uitvoeren.

Toch maar weer wat vaker U zeggen tegen de coach, de scheidsrechter en de bestuurder of is het een verloren strijd? Ik ben en blijf een positief mens, maar er moet wel iets fundamenteels gebeuren. Zo kan het niet langer. De reputatie van de sport(wereld) staat op het spel. Ik heb heimwee naar echt respect. En dan denk ik aan wereldster Aretha Franklin met haar heerlijke song R.E.S.P.E.C.T. !

Weg met de ‘aanwijsplek’!

Gepubliceerd op www.sportenstrategie.nl, Facebook, Twitter etc.

Het was een prachttoernooi, de KPN NK afstanden in Heerenveen. Thialf zat drie dagen lang bomvol. Er was volop sensatie. Vreugde en verdriet vochten om de aandacht. Het was pure reclame voor het schaatsen. Er waren erkende kampioenen als Thomas Krol, Esmée Visser, Patrick Roest en Jorrit Bergsma. Maar we zagen ook de spectaculaire opkomst van Jutta Leerdam. Ook kregen de fans mee dat Sven Kramer, Ireen Wüst en Jorien ter Mors (allen dertigers) het steeds moeilijker krijgen. De nieuwe generatie slaat keihard op de deur.

So far so good. De kampioenen kregen veel aandacht. Totdat op zondag Kjeld Nuis de hal binnenkwam voor een ceremoniële gebeurtenis: het slaan van een herdenkingsmunt van schaatslegende Jaap Eden. Het was zo gepland, maar het kwam wel erg slecht uit, zeker voor de schaatsers die zich drie dagen uit de naad hadden gereden. Ineens ging het niet meer over hen. De media hadden alleen nog maar oog voor de tweevoudige olympisch kampioen: mag hij naar de WK afstanden of niet?

Gespot op het ijs

Ruim een week voor de NK had Nuis zich wegens griep afgemeld. Maar een paar dagen later werd hij alweer gespot op het ijs. De vraag die rondzong was: had hij niet gewoon mee moeten doen om zijn WK-plek af te dwingen? Of was hij misschien bang dat hij nog niet voldoende op krachten was? Dan voor de zekerheid maar liever afzeggen. Terzijde: Nuis is een beruchte ‘afzegger’, aldus een Google-onderzoekje. Maar als hij echt ziek was en vijf kilo afgevallen, wat ik ergens las, dan is zijn gedrag wel logisch.

Aangezien hij zich niet via de NK had gekwalificeerd, was zijn lot in handen van een comité van drie deskundigen. Wat verwacht werd gebeurde ook: Nuis is van de partij op de WK afstanden in Salt Lake City. Voor de gedupeerden Dai Dai Ntab (derde op de 1000 meter) en Koen Verweij (derde op de 1500) was dat een hard gelag. De toegezegde deelname aan de EK was voor hen niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Bewijzen

Er was veel commentaar op de situatie. De alom aanwezige oud-topper Erben Wennemars was niet de enige die van mening was dat de KNSB “gewoon van tevoren had moeten zeggen: Nuis gaat naar de WK afstanden”. Ntab en Verweij en hun ploegen waren het daar volstrekt mee oneens. Ntab eiste luid en duidelijk zijn plek op. Tegen dagblad Trouw: “Als iemand dat mag zeggen, ben ik het.” Hij doelde hierbij op een eerder olympisch kwalificatietoernooi waarin hij als gevolg van twee valse starts gediskwalificeerd werd. Ntab daarover: “Kreeg ik toen een aanwijsplek? Nee toch?”
En hoewel Koen Verweij eveneens een eigen belang heeft, vind ik dat zijn oplossing de beste en meest eerlijke is: een skate-off tussen Nuis en Ntab en Nuis vs. Verweij. “Laat Kjeld maar gewoon bewijzen dat hij sneller is dan ik”, stelde Verweij.

En je kunt hem geen ongelijk geven. Er is nog voldoende tijd voor zo’n skate-off. Het valt niet uit te sluiten dat Nuis er best een beetje bang voor is. Laten we niet vergeten dat hij op de WK afstanden van 2019 op zijn favoriete nummers niet verder kwam dan één bronzen medaille, op de 1000 meter. Tijdens dat toernooi gingen de gouden plakken naar Kai Verbij (1000) en Thomas Krol (1500).

Skate-off

Het aanwijzen van sporters leidt vrijwel altijd tot boosheid en chagrijn. De skate-off is een eerlijke en sportieve oplossing. Ntab en Verweij, die zich uit de naad hebben geschaatst om een medaille te winnen, worden nu in de kou gezet. Vrijwel alle schaatsers van topniveau zijn van de partij op de NK, ook als ze zich niet volledig fit voelen, zoals bijvoorbeeld Jorien ter Mors. Voor het beruchte reglement 1.9 is er wat mij betreft maar één plek: de prullenmand.

What do you want to do ?

New mail

Interview met Govert van Brakel

Artikel voor het magazine KEI IN SPORT (Amersfoort)

Bij GOVERT is elke radioklus in goede handen

Door: Ted van der Meer

Het zal je toch maar overkomen. De finish tijdens de Elfstedentocht zit erop. De winnaar is bekend. Je krijgt de kans om de koningin een opmerking te ontlokken over ons grootste sportfeest. En wat gebeurt er? Ze zegt niks maar haar actie is veelzeggend. Ze slaat op de microfoon van radioverslaggever Govert van Brakel. En daarmee is het interview dat geen interview werd ook meteen voorbij.

Het ‘slachtoffer’ is dit curieuze incident altijd bijgebleven. Journalist Van Brakel: “Het gebeurde in 1985. Het was het eerste van twee opeenvolgende Elfstedentochten. De NOS zat er bovenop, met radio en televisie. Online bestond nog niet. Evert ten Napel (tv) en ik deden de interviews op het ijs. Evert was slim. Hij had schaatsen ondergebonden en daarom was hij er eerder bij winnaar Evert van Benthem dan ik. Ik was wat later en kreeg wat gestamelde antwoorden van Van Benthem, maar daarnaast sprak ik ook met politici als Hans Wiegel en premier Ruud Lubbers. En plotseling stond ik oog in oog met koningin Beatrix. Ik zag mijn kans schoon en wilde van haar weten wat ze van dit prachtfeest vond. Maar in plaats van antwoord te geven sloeg Hare Majesteit – duidelijk hoorbaar op de radio – op de plofkap. Ze zei niets en draaide zich om. Ik had het koninklijk protocol geschonden. Je kunt zomaar niet de koningin aanspreken. Maar ze had natuurlijk best één zinnetje kunnen uitspreken, dan was ik allang blij geweest. Bijvoorbeeld: ‘ik heb genoten van dit festijn, meneer Van Brakel’. Meer was niet nodig geweest. En dat ‘meneer Van Brakel’ is natuurlijk een grapje mijnerzijds.”

Van Den Haag naar Hoogland

Govert van Brakel is al jarenlang inwoner van de stad Amersfoort. Maar in zijn hart is hij nog steeds een Scheveninger. Daar werd hij in 1949 geboren. De familie verhuisde later naar Den Haag. Toen Govert in 1979 in dienst trad van de NCRV verhuisde hij naar Hoogland. En jaren later – nadat de zonen Vincent en Benjamin het huiselijk nest hadden verlaten – naar het centrum van de stad. Maar de heimwee sluimert nog in zijn zinnen als Scheveningen ter sprake komt. “Die plek is me altijd dierbaar gebleven. En Den Haag ook. Ik was een grote fan van Holland Sport, de trots van Scheveningen. Een club die heen en weer wieberde tussen de ere- en de eerste divisie. De doelpuntenmachine Sjaak Roggeveen heb ik nog volledig op mijn netvlies staan. Hij maakte wel zo’n dertig goals per jaar.”

“En wat denk je van ADO? Geweldige voetballers als Aad Mansveld, helaas vroeg overleden, Dick Advocaat, Tscheu La Ling en Lex Schoenmaker… Man, wat een klasse! Ja, dat was een prachttijd. Ik denk er nog met enige heimwee aan terug, kom er nog steeds graag.”

En is het dan wennen, Hoogland en Amersfoort? “Ik heb heerlijk met vrouw en kinderen gewoond in Hoogland. Maar nadat we naar het centrum verhuisden – bijna tegenover het Eemplein – ben ik de stad steeds meer gaan waarderen. Amersfoort is heel erg mooi, sfeervol ook.”

Overstap naar de NCRV

Dat Govert, de zoon van een politieman, de journalistiek in zou gaan was al vroeg duidelijk. Hij begon bij de Haagse ziekenomroep. Daarna trad hij als redacteur in dienst van de Gemeenschappelijke Pers Dienst, een organisatie die artikelen aanleverde voor tientallen kranten in het land. Toen de 30 begon te naderen en Govert wel eens wat klusjes had gedaan voor de omroep kwam hij in beeld bij de NCRV. Hij werd aangenomen als eindredacteur/verslaggever. In eerste instantie voor het sportprogramma op de zaterdagmiddag, met vooral veel wedstrijden uit het amateurvoetbal. Vanaf dat moment verliep zijn omroepcarrière op rolletjes: de actualiteitenrubriek Hier en Nu kwam erbij, een jaartje politiek verslaggever in Den Haag, vijf jaar lang hoofd van de afdeling Gevarieerd en cultuur. De reeks geeft aan hoe ‘breed’ Van Brakel is.

En aangezien er vraag was naar bekwame presentatoren en verslaggevers kwam Govert behalve bij de NCRV ook in beeld bij de NOS. In die tijd had de radiotak van de NOS nog nauwelijks een eigen redactie. Er werd volop gebruikt gemaakt van de verslaggevers bij de verschillende omroepen, zoals TROS, AVRO, NCRV en KRO. Van Brakel werd naast zijn werk bij de NCRV ook ingezet bij Langs de lijn, Radio Tour de France en grote evenementen zoals de Elfstedentocht.

Mooiste momenten

Als je Govert vraagt naar zijn hoogtepunten in de sport, blijkt dat niet te gaan over WK-finales en gouden medailles op de Olympische Spelen. Natuurlijk genoot hij daar wel van, maar het zijn toch vooral persoonlijke gebeurtenissen waar hij aan hecht. “De eerste keer dat ik live op de radio was, zal me altijd bijblijven. Ik moest op 24 april 1976, ik weet het nog als de dag van gisteren, als invalcommentator naar een topduel in de eerste klasse zaterdagvoetbal: Huizen thuis tegen IJsselmeervogels. Ik meen dat de Vogels met 2-0 wonnen. Het was hartstikke spannend voor me, omdat ik nog niet iedereen goed kende. En af en toe moest ik gokken. Gelukkig zaten er een paar aardige kerels in de buurt die me uit de brand hielpen. Ik geloof niet dat de luisteraars iets hebben meegekregen van mogelijke foutjes. Mijn regisseur was in ieder geval tevreden met mijn debuut!”

In 1980 mocht hij naar de Olympische Winterspelen in het Amerikaanse Lake Placid om het ijshockey te doen. Oranje had zich – mede dankzij enkele Nederlands-Canadese internationals – verrassend geplaatst. “Van ijshockey wist ik aanvankelijk niks”, geeft Govert grif toe. “Ik kreeg alle steun van bondsbestuurders, coaches en spelers. En ik mocht de twee weken vóór de Spelen meereizen met de ploeg. Dat hielp ook enorm.” Het werd trouwens geen succes voor de ijshockeyers, maar “ze waren er wel mooi bij”.

WK voetbal in Spanje

Twee jaar later behoorde Van Brakel tot de équipe verslaggevers voor het WK voetbal. Voor het oefenduel tegen Griekenland in het PSV-stadion werd Govert gekoppeld aan ’s lands beroemdste verslaggever, Theo Koomen. Dat was een warm bad, vertelt Govert. “We waren beiden afwisselend zo’n vijf minuten aan het commentaar geven. En hoewel ik een nieuweling was in dit circuit kreeg ik alle ruimte van Koomen. Als er in ‘mijn tijd’ een doelpunt viel, dan liet hij mij gewoon mijn gang gaan. Hij nam het commentaar niet uit handen. Dat was later op het WK en bij andere voetbalwedstrijden wel anders. Jack van Gelder had de gewoonte om bij elke goal zijn stem te laten horen. Dat vond ik wel eens jammer, maar verder was de samenwerking prima hoor.”

Sportclub Amersfoort

De laatste anekdote heeft te maken met Sportclub Amersfoort. De laatste profclub in onze stad was een kort leven beschoren. Opgericht in 1973 als voortzetting van de eerstedivisieclub HVC had SC Amersfoort grote toekomstplannen. Maar het werd geen succes. Er waren te weinig fans maar wel enkele geldschieters. Maar toen de hoofdsponsor in 1982 afhaakte en er geen opvolger kwam, was het snel gebeurd. Middenin de competitie, in december, ging de club failliet en werd SC Amersfoort uit de competitie gehaald.

Van Brakel: “Ik kreeg de opdracht van Hilversum om commentaar te gaan geven bij waarschijnlijk de allerlaatste thuiswedstrijd. Ik woonde toen al in Hoogland, dus Birkhoven was zo ongeveer om de hoek. Ik had toevallig van de omroep een Nagra in huis – een professionele bandrecorder waarmee ik live commentaar kon geven – en ik heb daar verslag gedaan. Ik weet niet meer wie de tegenstander was, ik ken ook de uitslag niet, maar ik vind het nog steeds wel opmerkelijk dat ik als betrekkelijk nieuwe inwoner van de gemeente Amersfoort een van de mensen was die de ‘begrafenis’ van de club meemaakte.”

Perstribune bij Omroep MAX

Govert van Brakel presenteerde van 1991-2009 op de zondagmiddag Langs de lijn, het vlaggenschip van de publieke radio. Na zijn pensionering bleef hij gewoon aan het werk. Hij viel hier en daar nog wel eens in en hij was jarenlang de vaste en bij een groot publiek geliefde presentator van De Perstribune, elke zondag op NPO Radio 1 te beluisteren van 12-14 uur. Het tweede uur ging altijd over de sport.

De baas van Omroep MAX, Jan Slagter, was een grote fan van Van Brakel. Hij wilde Govert graag behouden. Maar dat lukte Slagter niet. De presentator deed in september 2018 de deur van de studio figuurlijk dicht. “Het was mooi geweest.”
En toen was daar ineens die dikke pil, 440 pagina’s, onder de titel ‘Moet je horen…’; verhalen en anekdotes uit 100 jaar radio. Govert was enkele weken groot nieuws. Journalisten kwamen bij hem op bezoek. Hij vertelde zijn verhaal in radio- en tv-studio’s. Alles om het boek te promoten. De bescheiden Van Brakel verzucht: “Ja, dat was wel even wennen. Ik ben gewend om vragen te stellen, niet om antwoorden te geven. Maar het was leuk hoor. En een mooie promotie voor het boek.”

“Zelf sporten? Nou nee”

Tenslotte nog een bijzonder aspect dat alles weer een beetje op zijn kop zet. Was (en is) hij een enthousiaste sporter? “Helemaal niet”, klinkt het gedecideerd. Alleen in mijn jeugd heb ik een paar jaar op voetbal gezeten. Daarna heb ik nooit meer gesport bij een vereniging. Maar we fietsen en wandelen wel veel hoor.” Dat is hem aan te zien. Govert is een lange, slanke man met een sportief uiterlijk. Zo kan het dus ook.

Van Brakel, die vanwege de populariteit van de sport, journalistiek gezien veel met betaald voetbal te maken had, heeft zich daar nadrukkelijk van afgekeerd: “Ik kan bijna niet meer kijken naar betaald voetbal. Die onsportiviteit… De maffiose praktijken… Dat is toch niet normaal! En hoofdverantwoordelijk daarvoor is wereldbond FIFA.” En dan sluit hij af met een opmerkelijk historisch feitje over diezelfde FIFA: “De organisatie is in Den Haag opgericht door een bestuurder van de vooroorlogse Nederlandsche Voetbal Bond, de latere KNVB. Het bureau betrof niet meer dan een kamer in de Residentie…”

What do you want to do ?

New mailBij GOVERT VAN BRAKEL is elke radioklus in goede handen

 

Door: Ted van der Meer

Het zal je toch maar overkomen. De finish tijdens de Elfstedentocht zit erop. De winnaar is bekend. Je krijgt de kans om de koningin een opmerking te ontlokken over ons grootste sportfeest. En wat gebeurt er? Ze zegt niks maar haar actie is veelzeggend. Ze slaat op de microfoon van radioverslaggever Govert van Brakel. En daarmee is het interview dat geen interview werd ook meteen voorbij.

Het ‘slachtoffer’ is dit curieuze incident altijd bijgebleven. Journalist Van Brakel: “Het gebeurde in 1985. Het was het eerste van twee opeenvolgende Elfstedentochten. De NOS zat er bovenop, met radio en televisie. Online bestond nog niet. Evert ten Napel (tv) en ik deden de interviews op het ijs. Evert was slim. Hij had schaatsen ondergebonden en daarom was hij er eerder bij winnaar Evert van Benthem dan ik. Ik was wat later en kreeg wat gestamelde antwoorden van Van Benthem, maar daarnaast sprak ik ook met politici als Hans Wiegel en premier Ruud Lubbers. En plotseling stond ik oog in oog met koningin Beatrix. Ik zag mijn kans schoon en wilde van haar weten wat ze van dit prachtfeest vond. Maar in plaats van antwoord te geven sloeg Hare Majesteit – duidelijk hoorbaar op de radio – op de plofkap. Ze zei niets en draaide zich om. Ik had het koninklijk protocol geschonden. Je kunt zomaar niet de koningin aanspreken. Maar ze had natuurlijk best één zinnetje kunnen uitspreken, dan was ik allang blij geweest. Bijvoorbeeld: ‘ik heb genoten van dit festijn, meneer Van Brakel’. Meer was niet nodig geweest. En dat ‘meneer Van Brakel’ is natuurlijk een grapje mijnerzijds.”

Van Den Haag naar Hoogland

Govert van Brakel is al jarenlang inwoner van de stad Amersfoort. Maar in zijn hart is hij nog steeds een Scheveninger. Daar werd hij in 1949 geboren. De familie verhuisde later naar Den Haag. Toen Govert in 1979 in dienst trad van de NCRV verhuisde hij naar Hoogland. En jaren later – nadat de zonen Vincent en Benjamin het huiselijk nest hadden verlaten – naar het centrum van de stad. Maar de heimwee sluimert nog in zijn zinnen als Scheveningen ter sprake komt. “Die plek is me altijd dierbaar gebleven. En Den Haag ook. Ik was een grote fan van Holland Sport, de trots van Scheveningen. Een club die heen en weer wieberde tussen de ere- en de eerste divisie. De doelpuntenmachine Sjaak Roggeveen heb ik nog volledig op mijn netvlies staan. Hij maakte wel zo’n dertig goals per jaar.”

“En wat denk je van ADO? Geweldige voetballers als Aad Mansveld, helaas vroeg overleden, Dick Advocaat, Tscheu La Ling en Lex Schoenmaker… Man, wat een klasse! Ja, dat was een prachttijd. Ik denk er nog met enige heimwee aan terug, kom er nog steeds graag.”

En is het dan wennen, Hoogland en Amersfoort? “Ik heb heerlijk met vrouw en kinderen gewoond in Hoogland. Maar nadat we naar het centrum verhuisden – bijna tegenover het Eemplein – ben ik de stad steeds meer gaan waarderen. Amersfoort is heel erg mooi, sfeervol ook.”

Overstap naar de NCRV

Dat Govert, de zoon van een politieman, de journalistiek in zou gaan was al vroeg duidelijk. Hij begon bij de Haagse ziekenomroep. Daarna trad hij als redacteur in dienst van de Gemeenschappelijke Pers Dienst, een organisatie die artikelen aanleverde voor tientallen kranten in het land. Toen de 30 begon te naderen en Govert wel eens wat klusjes had gedaan voor de omroep kwam hij in beeld bij de NCRV. Hij werd aangenomen als eindredacteur/verslaggever. In eerste instantie voor het sportprogramma op de zaterdagmiddag, met vooral veel wedstrijden uit het amateurvoetbal. Vanaf dat moment verliep zijn omroepcarrière op rolletjes: de actualiteitenrubriek Hier en Nu kwam erbij, een jaartje politiek verslaggever in Den Haag, vijf jaar lang hoofd van de afdeling Gevarieerd en cultuur. De reeks geeft aan hoe ‘breed’ Van Brakel is.

En aangezien er vraag was naar bekwame presentatoren en verslaggevers kwam Govert behalve bij de NCRV ook in beeld bij de NOS. In die tijd had de radiotak van de NOS nog nauwelijks een eigen redactie. Er werd volop gebruikt gemaakt van de verslaggevers bij de verschillende omroepen, zoals TROS, AVRO, NCRV en KRO. Van Brakel werd naast zijn werk bij de NCRV ook ingezet bij Langs de lijn, Radio Tour de France en grote evenementen zoals de Elfstedentocht.

 

Mooiste momenten

 

Als je Govert vraagt naar zijn hoogtepunten in de sport, blijkt dat niet te gaan over WK-finales en gouden medailles op de Olympische Spelen. Natuurlijk genoot hij daar wel van, maar het zijn toch vooral persoonlijke gebeurtenissen waar hij aan hecht. “De eerste keer dat ik live op de radio was, zal me altijd bijblijven. Ik moest op 24 april 1976, ik weet het nog als de dag van gisteren, als invalcommentator naar een topduel in de eerste klasse zaterdagvoetbal: Huizen thuis tegen IJsselmeervogels. Ik meen dat de Vogels met 2-0 wonnen. Het was hartstikke spannend voor me, omdat ik nog niet iedereen goed kende. En af en toe moest ik gokken. Gelukkig zaten er een paar aardige kerels in de buurt die me uit de brand hielpen. Ik geloof niet dat de luisteraars iets hebben meegekregen van mogelijke foutjes. Mijn regisseur was in ieder geval tevreden met mijn debuut!”

In 1980 mocht hij naar de Olympische Winterspelen in het Amerikaanse Lake Placid om het ijshockey te doen. Oranje had zich – mede dankzij enkele Nederlands-Canadese internationals – verrassend geplaatst. “Van ijshockey wist ik aanvankelijk niks”, geeft Govert grif toe. “Ik kreeg alle steun van bondsbestuurders, coaches en spelers. En ik mocht de twee weken vóór de Spelen meereizen met de ploeg. Dat hielp ook enorm.” Het werd trouwens geen succes voor de ijshockeyers, maar “ze waren er wel mooi bij”.

 

WK voetbal in Spanje

 

Twee jaar later behoorde Van Brakel tot de équipe verslaggevers voor het WK voetbal. Voor het oefenduel tegen Griekenland in het PSV-stadion werd Govert gekoppeld aan ’s lands beroemdste verslaggever, Theo Koomen. Dat was een warm bad, vertelt Govert. “We waren beiden afwisselend zo’n vijf minuten aan het commentaar geven. En hoewel ik een nieuweling was in dit circuit kreeg ik alle ruimte van Koomen. Als er in ‘mijn tijd’ een doelpunt viel, dan liet hij mij gewoon mijn gang gaan. Hij nam het commentaar niet uit handen. Dat was later op het WK en bij andere voetbalwedstrijden wel anders. Jack van Gelder had de gewoonte om bij elke goal zijn stem te laten horen. Dat vond ik wel eens jammer, maar verder was de samenwerking prima hoor.”

 

Sportclub Amersfoort

 

De laatste anekdote heeft te maken met Sportclub Amersfoort. De laatste profclub in onze stad was een kort leven beschoren. Opgericht in 1973 als voortzetting van de eerstedivisieclub HVC had SC Amersfoort grote toekomstplannen. Maar het werd geen succes. Er waren te weinig fans maar wel enkele geldschieters. Maar toen de hoofdsponsor in 1982 afhaakte en er geen opvolger kwam, was het snel gebeurd. Middenin de competitie, in december, ging de club failliet en werd SC Amersfoort uit de competitie gehaald.

Van Brakel: “Ik kreeg de opdracht van Hilversum om commentaar te gaan geven bij waarschijnlijk de allerlaatste thuiswedstrijd. Ik woonde toen al in Hoogland, dus Birkhoven was zo ongeveer om de hoek. Ik had toevallig van de omroep een Nagra in huis – een professionele bandrecorder waarmee ik live commentaar kon geven – en ik heb daar verslag gedaan. Ik weet niet meer wie de tegenstander was, ik ken ook de uitslag niet, maar ik vind het nog steeds wel opmerkelijk dat ik als betrekkelijk nieuwe inwoner van de gemeente Amersfoort een van de mensen was die de ‘begrafenis’ van de club meemaakte.”

 

Perstribune bij Omroep MAX

 

Govert van Brakel presenteerde van 1991-2009 op de zondagmiddag Langs de lijn, het vlaggenschip van de publieke radio. Na zijn pensionering bleef hij gewoon aan het werk. Hij viel hier en daar nog wel eens in en hij was jarenlang de vaste en bij een groot publiek geliefde presentator van De Perstribune, elke zondag op NPO Radio 1 te beluisteren van 12-14 uur. Het tweede uur ging altijd over de sport.

De baas van Omroep MAX, Jan Slagter, was een grote fan van Van Brakel. Hij wilde Govert graag behouden. Maar dat lukte Slagter niet. De presentator deed in september 2018 de deur van de studio figuurlijk dicht. “Het was mooi geweest.”
En toen was daar ineens die dikke pil, 440 pagina’s, onder de titel ‘Moet je horen…’; verhalen en anekdotes uit 100 jaar radio. Govert was enkele weken groot nieuws. Journalisten kwamen bij hem op bezoek. Hij vertelde zijn verhaal in radio- en tv-studio’s. Alles om het boek te promoten. De bescheiden Van Brakel verzucht: “Ja, dat was wel even wennen. Ik ben gewend om vragen te stellen, niet om antwoorden te geven. Maar het was leuk hoor. En een mooie promotie voor het boek.”

 

“Zelf sporten? Nou nee”

 

Tenslotte nog een bijzonder aspect dat alles weer een beetje op zijn kop zet. Was (en is) hij een enthousiaste sporter? “Helemaal niet”, klinkt het gedecideerd. Alleen in mijn jeugd heb ik een paar jaar op voetbal gezeten. Daarna heb ik nooit meer gesport bij een vereniging. Maar we fietsen en wandelen wel veel hoor.” Dat is hem aan te zien. Govert is een lange, slanke man met een sportief uiterlijk. Zo kan het dus ook.

Van Brakel, die vanwege de populariteit van de sport, journalistiek gezien veel met betaald voetbal te maken had, heeft zich daar nadrukkelijk van afgekeerd: “Ik kan bijna niet meer kijken naar betaald voetbal. Die onsportiviteit… De maffiose praktijken… Dat is toch niet normaal! En hoofdverantwoordelijk daarvoor is wereldbond FIFA.” En dan sluit hij af met een opmerkelijk historisch feitje over diezelfde FIFA: “De organisatie is in Den Haag opgericht door een bestuurder van de vooroorlogse Nederlandsche Voetbal Bond, de latere KNVB. Het bureau betrof niet meer dan een kamer in de Residentie…”

Sportverkiezingen

Column in het magazine KEI IN SPORT (Amersfoort)

Door Ted van der Meer

Als er sportverkiezingen worden aangekondigd, veer ik op. Ik heb een geschiedenis met dit fenomeen. Dat begon toen ik nog bij AVRO’s Sportpanorama werkte. Ik zat bij de radiotak, was presentator, interviewer, producer – dus een soort manusje-van-alles. In die tijd werden de nationale sportverkiezingen door onze tv-collega’s georganiseerd. Wij van de radio maakten eenmaal per jaar een special over de Sportstad van het Jaar.

De AVRO had prima presentatoren in huis. Het waren meestal keurige uitzendingen zonder uitglijders. De nummer één presentator was Ruud ter Weijden. Hij verstond zijn vak en dus zat de AVRO gebeiteld. Maar éénmaal liep het gierend uit de klauwen. Op de uitzenddag was Ruud behoorlijk ziek, maar hij was nogal ijdel en wilde per se dit prestigieuze programma presenteren. En dus had hij een doos medicijnen ingenomen. Dat pakte verkeerd uit. Hij ging enkele malen ernstig in de fout. Er kwamen brieven bij de AVRO binnen in de trant van “waarom stond er een dronkeman op het podium”. Best zielig voor Ruud. Hij had zich overschat en niemand om hem heen had hem kennelijk kunnen overhalen om de presentatie aan een collega over te laten. Het was een paar dagen nieuws en daarna ging het leven weer gewoon door. De affaire heeft Ruud geen serieuze schade toegebracht.

Bij een andere, ook enigszins beruchte uitzending was ik zelf betrokken. Sterker nog, vanwege mijn keuze voor een ingehuurde artiest was ik er volledig verantwoordelijk voor. De sportstad van het jaar was Amstelveen. Daarom zaten we met onze hele ploeg in die stad. Amstelveen was in die tijd een echte VVD-stad. De toenmalige burgemeester was Jhr. Mr. W.H.D. Quarles van Ufford. De man die de prijs uitreikte was AVRO-voorzitter (later staatssecretaris) Gerard Christiaan Wallis de Vries. Vriendjes van elkaar dus. Het dreigde wel enorm saai te worden. Dus verzon ik een list. Ik koos voor een truttige opstelling op het podium, met een Willem Duys-aquarium met vissen. Maar wat niemand wist, behalve mijn directe collega’s: ik had  Youp van ’t Hek ingehuurd als spreker. Youp, toen ook al een ‘beroepsontregelaar’, nam beide VVD’ers stevig op de korrel. De jonkheer vond het erg leuk maar Wallis niet, die ging klagen bij de directie. Mij maakte dat niet zoveel uit. We hadden ons doel bereikt: het was een uitzending waar nog veel over nagepraat werd, ook in de media. Er moest natuurlijk wel gescóórd worden…

Later in mijn carrière heb ik tien jaar zelf sportgala’s gepresenteerd. Dat deed ik in het Hilversumse Raadhuis. Hoe deftig het daar ook was, het gala was dat bepaald niet. De bobo’s ontbraken (behalve de wethouder sport en soms de burgemeester), want het ging de organisatie om de sporters, van piepjong tot stokoud. Het was altijd vol. Er werden tijdens het korte, flitsende programma volop prijzen uitgereikt en veren in achterwerken gestoken. Zo behoorde een sportverkiezing te zijn, was de mening van de gemeente en de jury waarin ik me prima kon vinden.

Het Amersfoortse sportgala heb ik helaas moeten laten schieten. Ik hoop dat het daar net zo vrolijk was als in de ‘mediastad’. Volgens het AD zat wel snor in de afgeladen Flint: “Er werd gedanst, het publiek werd onderhouden, maar het belangrijkste was toch wel de uitreiking van de jaarlijkse sportprijzen. Onder leiding van NOS-sportpresentator en AD-columnist Jeroen Stomphorst werden alle prijswinnaars bekend gemaakt.” En de sportman en -vrouw waren Koen Lems, de zwemmer, en het nationale atletiekfenomeen Femke Bol. Volgend jaar ben ik er weer bij.

* Ted van der Meer is journalist en schrijver, tevens oud-tenniscommentator van o.a. NOS, RTL en Eurosport.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail