Interview met Govert van Brakel

Artikel voor het magazine KEI IN SPORT (Amersfoort)

Bij GOVERT is elke radioklus in goede handen

Door: Ted van der Meer

Het zal je toch maar overkomen. De finish tijdens de Elfstedentocht zit erop. De winnaar is bekend. Je krijgt de kans om de koningin een opmerking te ontlokken over ons grootste sportfeest. En wat gebeurt er? Ze zegt niks maar haar actie is veelzeggend. Ze slaat op de microfoon van radioverslaggever Govert van Brakel. En daarmee is het interview dat geen interview werd ook meteen voorbij.

Het ‘slachtoffer’ is dit curieuze incident altijd bijgebleven. Journalist Van Brakel: “Het gebeurde in 1985. Het was het eerste van twee opeenvolgende Elfstedentochten. De NOS zat er bovenop, met radio en televisie. Online bestond nog niet. Evert ten Napel (tv) en ik deden de interviews op het ijs. Evert was slim. Hij had schaatsen ondergebonden en daarom was hij er eerder bij winnaar Evert van Benthem dan ik. Ik was wat later en kreeg wat gestamelde antwoorden van Van Benthem, maar daarnaast sprak ik ook met politici als Hans Wiegel en premier Ruud Lubbers. En plotseling stond ik oog in oog met koningin Beatrix. Ik zag mijn kans schoon en wilde van haar weten wat ze van dit prachtfeest vond. Maar in plaats van antwoord te geven sloeg Hare Majesteit – duidelijk hoorbaar op de radio – op de plofkap. Ze zei niets en draaide zich om. Ik had het koninklijk protocol geschonden. Je kunt zomaar niet de koningin aanspreken. Maar ze had natuurlijk best één zinnetje kunnen uitspreken, dan was ik allang blij geweest. Bijvoorbeeld: ‘ik heb genoten van dit festijn, meneer Van Brakel’. Meer was niet nodig geweest. En dat ‘meneer Van Brakel’ is natuurlijk een grapje mijnerzijds.”

Van Den Haag naar Hoogland

Govert van Brakel is al jarenlang inwoner van de stad Amersfoort. Maar in zijn hart is hij nog steeds een Scheveninger. Daar werd hij in 1949 geboren. De familie verhuisde later naar Den Haag. Toen Govert in 1979 in dienst trad van de NCRV verhuisde hij naar Hoogland. En jaren later – nadat de zonen Vincent en Benjamin het huiselijk nest hadden verlaten – naar het centrum van de stad. Maar de heimwee sluimert nog in zijn zinnen als Scheveningen ter sprake komt. “Die plek is me altijd dierbaar gebleven. En Den Haag ook. Ik was een grote fan van Holland Sport, de trots van Scheveningen. Een club die heen en weer wieberde tussen de ere- en de eerste divisie. De doelpuntenmachine Sjaak Roggeveen heb ik nog volledig op mijn netvlies staan. Hij maakte wel zo’n dertig goals per jaar.”

“En wat denk je van ADO? Geweldige voetballers als Aad Mansveld, helaas vroeg overleden, Dick Advocaat, Tscheu La Ling en Lex Schoenmaker… Man, wat een klasse! Ja, dat was een prachttijd. Ik denk er nog met enige heimwee aan terug, kom er nog steeds graag.”

En is het dan wennen, Hoogland en Amersfoort? “Ik heb heerlijk met vrouw en kinderen gewoond in Hoogland. Maar nadat we naar het centrum verhuisden – bijna tegenover het Eemplein – ben ik de stad steeds meer gaan waarderen. Amersfoort is heel erg mooi, sfeervol ook.”

Overstap naar de NCRV

Dat Govert, de zoon van een politieman, de journalistiek in zou gaan was al vroeg duidelijk. Hij begon bij de Haagse ziekenomroep. Daarna trad hij als redacteur in dienst van de Gemeenschappelijke Pers Dienst, een organisatie die artikelen aanleverde voor tientallen kranten in het land. Toen de 30 begon te naderen en Govert wel eens wat klusjes had gedaan voor de omroep kwam hij in beeld bij de NCRV. Hij werd aangenomen als eindredacteur/verslaggever. In eerste instantie voor het sportprogramma op de zaterdagmiddag, met vooral veel wedstrijden uit het amateurvoetbal. Vanaf dat moment verliep zijn omroepcarrière op rolletjes: de actualiteitenrubriek Hier en Nu kwam erbij, een jaartje politiek verslaggever in Den Haag, vijf jaar lang hoofd van de afdeling Gevarieerd en cultuur. De reeks geeft aan hoe ‘breed’ Van Brakel is.

En aangezien er vraag was naar bekwame presentatoren en verslaggevers kwam Govert behalve bij de NCRV ook in beeld bij de NOS. In die tijd had de radiotak van de NOS nog nauwelijks een eigen redactie. Er werd volop gebruikt gemaakt van de verslaggevers bij de verschillende omroepen, zoals TROS, AVRO, NCRV en KRO. Van Brakel werd naast zijn werk bij de NCRV ook ingezet bij Langs de lijn, Radio Tour de France en grote evenementen zoals de Elfstedentocht.

Mooiste momenten

Als je Govert vraagt naar zijn hoogtepunten in de sport, blijkt dat niet te gaan over WK-finales en gouden medailles op de Olympische Spelen. Natuurlijk genoot hij daar wel van, maar het zijn toch vooral persoonlijke gebeurtenissen waar hij aan hecht. “De eerste keer dat ik live op de radio was, zal me altijd bijblijven. Ik moest op 24 april 1976, ik weet het nog als de dag van gisteren, als invalcommentator naar een topduel in de eerste klasse zaterdagvoetbal: Huizen thuis tegen IJsselmeervogels. Ik meen dat de Vogels met 2-0 wonnen. Het was hartstikke spannend voor me, omdat ik nog niet iedereen goed kende. En af en toe moest ik gokken. Gelukkig zaten er een paar aardige kerels in de buurt die me uit de brand hielpen. Ik geloof niet dat de luisteraars iets hebben meegekregen van mogelijke foutjes. Mijn regisseur was in ieder geval tevreden met mijn debuut!”

In 1980 mocht hij naar de Olympische Winterspelen in het Amerikaanse Lake Placid om het ijshockey te doen. Oranje had zich – mede dankzij enkele Nederlands-Canadese internationals – verrassend geplaatst. “Van ijshockey wist ik aanvankelijk niks”, geeft Govert grif toe. “Ik kreeg alle steun van bondsbestuurders, coaches en spelers. En ik mocht de twee weken vóór de Spelen meereizen met de ploeg. Dat hielp ook enorm.” Het werd trouwens geen succes voor de ijshockeyers, maar “ze waren er wel mooi bij”.

WK voetbal in Spanje

Twee jaar later behoorde Van Brakel tot de équipe verslaggevers voor het WK voetbal. Voor het oefenduel tegen Griekenland in het PSV-stadion werd Govert gekoppeld aan ’s lands beroemdste verslaggever, Theo Koomen. Dat was een warm bad, vertelt Govert. “We waren beiden afwisselend zo’n vijf minuten aan het commentaar geven. En hoewel ik een nieuweling was in dit circuit kreeg ik alle ruimte van Koomen. Als er in ‘mijn tijd’ een doelpunt viel, dan liet hij mij gewoon mijn gang gaan. Hij nam het commentaar niet uit handen. Dat was later op het WK en bij andere voetbalwedstrijden wel anders. Jack van Gelder had de gewoonte om bij elke goal zijn stem te laten horen. Dat vond ik wel eens jammer, maar verder was de samenwerking prima hoor.”

Sportclub Amersfoort

De laatste anekdote heeft te maken met Sportclub Amersfoort. De laatste profclub in onze stad was een kort leven beschoren. Opgericht in 1973 als voortzetting van de eerstedivisieclub HVC had SC Amersfoort grote toekomstplannen. Maar het werd geen succes. Er waren te weinig fans maar wel enkele geldschieters. Maar toen de hoofdsponsor in 1982 afhaakte en er geen opvolger kwam, was het snel gebeurd. Middenin de competitie, in december, ging de club failliet en werd SC Amersfoort uit de competitie gehaald.

Van Brakel: “Ik kreeg de opdracht van Hilversum om commentaar te gaan geven bij waarschijnlijk de allerlaatste thuiswedstrijd. Ik woonde toen al in Hoogland, dus Birkhoven was zo ongeveer om de hoek. Ik had toevallig van de omroep een Nagra in huis – een professionele bandrecorder waarmee ik live commentaar kon geven – en ik heb daar verslag gedaan. Ik weet niet meer wie de tegenstander was, ik ken ook de uitslag niet, maar ik vind het nog steeds wel opmerkelijk dat ik als betrekkelijk nieuwe inwoner van de gemeente Amersfoort een van de mensen was die de ‘begrafenis’ van de club meemaakte.”

Perstribune bij Omroep MAX

Govert van Brakel presenteerde van 1991-2009 op de zondagmiddag Langs de lijn, het vlaggenschip van de publieke radio. Na zijn pensionering bleef hij gewoon aan het werk. Hij viel hier en daar nog wel eens in en hij was jarenlang de vaste en bij een groot publiek geliefde presentator van De Perstribune, elke zondag op NPO Radio 1 te beluisteren van 12-14 uur. Het tweede uur ging altijd over de sport.

De baas van Omroep MAX, Jan Slagter, was een grote fan van Van Brakel. Hij wilde Govert graag behouden. Maar dat lukte Slagter niet. De presentator deed in september 2018 de deur van de studio figuurlijk dicht. “Het was mooi geweest.”
En toen was daar ineens die dikke pil, 440 pagina’s, onder de titel ‘Moet je horen…’; verhalen en anekdotes uit 100 jaar radio. Govert was enkele weken groot nieuws. Journalisten kwamen bij hem op bezoek. Hij vertelde zijn verhaal in radio- en tv-studio’s. Alles om het boek te promoten. De bescheiden Van Brakel verzucht: “Ja, dat was wel even wennen. Ik ben gewend om vragen te stellen, niet om antwoorden te geven. Maar het was leuk hoor. En een mooie promotie voor het boek.”

“Zelf sporten? Nou nee”

Tenslotte nog een bijzonder aspect dat alles weer een beetje op zijn kop zet. Was (en is) hij een enthousiaste sporter? “Helemaal niet”, klinkt het gedecideerd. Alleen in mijn jeugd heb ik een paar jaar op voetbal gezeten. Daarna heb ik nooit meer gesport bij een vereniging. Maar we fietsen en wandelen wel veel hoor.” Dat is hem aan te zien. Govert is een lange, slanke man met een sportief uiterlijk. Zo kan het dus ook.

Van Brakel, die vanwege de populariteit van de sport, journalistiek gezien veel met betaald voetbal te maken had, heeft zich daar nadrukkelijk van afgekeerd: “Ik kan bijna niet meer kijken naar betaald voetbal. Die onsportiviteit… De maffiose praktijken… Dat is toch niet normaal! En hoofdverantwoordelijk daarvoor is wereldbond FIFA.” En dan sluit hij af met een opmerkelijk historisch feitje over diezelfde FIFA: “De organisatie is in Den Haag opgericht door een bestuurder van de vooroorlogse Nederlandsche Voetbal Bond, de latere KNVB. Het bureau betrof niet meer dan een kamer in de Residentie…”

What do you want to do ?

New mailBij GOVERT VAN BRAKEL is elke radioklus in goede handen

 

Door: Ted van der Meer

Het zal je toch maar overkomen. De finish tijdens de Elfstedentocht zit erop. De winnaar is bekend. Je krijgt de kans om de koningin een opmerking te ontlokken over ons grootste sportfeest. En wat gebeurt er? Ze zegt niks maar haar actie is veelzeggend. Ze slaat op de microfoon van radioverslaggever Govert van Brakel. En daarmee is het interview dat geen interview werd ook meteen voorbij.

Het ‘slachtoffer’ is dit curieuze incident altijd bijgebleven. Journalist Van Brakel: “Het gebeurde in 1985. Het was het eerste van twee opeenvolgende Elfstedentochten. De NOS zat er bovenop, met radio en televisie. Online bestond nog niet. Evert ten Napel (tv) en ik deden de interviews op het ijs. Evert was slim. Hij had schaatsen ondergebonden en daarom was hij er eerder bij winnaar Evert van Benthem dan ik. Ik was wat later en kreeg wat gestamelde antwoorden van Van Benthem, maar daarnaast sprak ik ook met politici als Hans Wiegel en premier Ruud Lubbers. En plotseling stond ik oog in oog met koningin Beatrix. Ik zag mijn kans schoon en wilde van haar weten wat ze van dit prachtfeest vond. Maar in plaats van antwoord te geven sloeg Hare Majesteit – duidelijk hoorbaar op de radio – op de plofkap. Ze zei niets en draaide zich om. Ik had het koninklijk protocol geschonden. Je kunt zomaar niet de koningin aanspreken. Maar ze had natuurlijk best één zinnetje kunnen uitspreken, dan was ik allang blij geweest. Bijvoorbeeld: ‘ik heb genoten van dit festijn, meneer Van Brakel’. Meer was niet nodig geweest. En dat ‘meneer Van Brakel’ is natuurlijk een grapje mijnerzijds.”

Van Den Haag naar Hoogland

Govert van Brakel is al jarenlang inwoner van de stad Amersfoort. Maar in zijn hart is hij nog steeds een Scheveninger. Daar werd hij in 1949 geboren. De familie verhuisde later naar Den Haag. Toen Govert in 1979 in dienst trad van de NCRV verhuisde hij naar Hoogland. En jaren later – nadat de zonen Vincent en Benjamin het huiselijk nest hadden verlaten – naar het centrum van de stad. Maar de heimwee sluimert nog in zijn zinnen als Scheveningen ter sprake komt. “Die plek is me altijd dierbaar gebleven. En Den Haag ook. Ik was een grote fan van Holland Sport, de trots van Scheveningen. Een club die heen en weer wieberde tussen de ere- en de eerste divisie. De doelpuntenmachine Sjaak Roggeveen heb ik nog volledig op mijn netvlies staan. Hij maakte wel zo’n dertig goals per jaar.”

“En wat denk je van ADO? Geweldige voetballers als Aad Mansveld, helaas vroeg overleden, Dick Advocaat, Tscheu La Ling en Lex Schoenmaker… Man, wat een klasse! Ja, dat was een prachttijd. Ik denk er nog met enige heimwee aan terug, kom er nog steeds graag.”

En is het dan wennen, Hoogland en Amersfoort? “Ik heb heerlijk met vrouw en kinderen gewoond in Hoogland. Maar nadat we naar het centrum verhuisden – bijna tegenover het Eemplein – ben ik de stad steeds meer gaan waarderen. Amersfoort is heel erg mooi, sfeervol ook.”

Overstap naar de NCRV

Dat Govert, de zoon van een politieman, de journalistiek in zou gaan was al vroeg duidelijk. Hij begon bij de Haagse ziekenomroep. Daarna trad hij als redacteur in dienst van de Gemeenschappelijke Pers Dienst, een organisatie die artikelen aanleverde voor tientallen kranten in het land. Toen de 30 begon te naderen en Govert wel eens wat klusjes had gedaan voor de omroep kwam hij in beeld bij de NCRV. Hij werd aangenomen als eindredacteur/verslaggever. In eerste instantie voor het sportprogramma op de zaterdagmiddag, met vooral veel wedstrijden uit het amateurvoetbal. Vanaf dat moment verliep zijn omroepcarrière op rolletjes: de actualiteitenrubriek Hier en Nu kwam erbij, een jaartje politiek verslaggever in Den Haag, vijf jaar lang hoofd van de afdeling Gevarieerd en cultuur. De reeks geeft aan hoe ‘breed’ Van Brakel is.

En aangezien er vraag was naar bekwame presentatoren en verslaggevers kwam Govert behalve bij de NCRV ook in beeld bij de NOS. In die tijd had de radiotak van de NOS nog nauwelijks een eigen redactie. Er werd volop gebruikt gemaakt van de verslaggevers bij de verschillende omroepen, zoals TROS, AVRO, NCRV en KRO. Van Brakel werd naast zijn werk bij de NCRV ook ingezet bij Langs de lijn, Radio Tour de France en grote evenementen zoals de Elfstedentocht.

 

Mooiste momenten

 

Als je Govert vraagt naar zijn hoogtepunten in de sport, blijkt dat niet te gaan over WK-finales en gouden medailles op de Olympische Spelen. Natuurlijk genoot hij daar wel van, maar het zijn toch vooral persoonlijke gebeurtenissen waar hij aan hecht. “De eerste keer dat ik live op de radio was, zal me altijd bijblijven. Ik moest op 24 april 1976, ik weet het nog als de dag van gisteren, als invalcommentator naar een topduel in de eerste klasse zaterdagvoetbal: Huizen thuis tegen IJsselmeervogels. Ik meen dat de Vogels met 2-0 wonnen. Het was hartstikke spannend voor me, omdat ik nog niet iedereen goed kende. En af en toe moest ik gokken. Gelukkig zaten er een paar aardige kerels in de buurt die me uit de brand hielpen. Ik geloof niet dat de luisteraars iets hebben meegekregen van mogelijke foutjes. Mijn regisseur was in ieder geval tevreden met mijn debuut!”

In 1980 mocht hij naar de Olympische Winterspelen in het Amerikaanse Lake Placid om het ijshockey te doen. Oranje had zich – mede dankzij enkele Nederlands-Canadese internationals – verrassend geplaatst. “Van ijshockey wist ik aanvankelijk niks”, geeft Govert grif toe. “Ik kreeg alle steun van bondsbestuurders, coaches en spelers. En ik mocht de twee weken vóór de Spelen meereizen met de ploeg. Dat hielp ook enorm.” Het werd trouwens geen succes voor de ijshockeyers, maar “ze waren er wel mooi bij”.

 

WK voetbal in Spanje

 

Twee jaar later behoorde Van Brakel tot de équipe verslaggevers voor het WK voetbal. Voor het oefenduel tegen Griekenland in het PSV-stadion werd Govert gekoppeld aan ’s lands beroemdste verslaggever, Theo Koomen. Dat was een warm bad, vertelt Govert. “We waren beiden afwisselend zo’n vijf minuten aan het commentaar geven. En hoewel ik een nieuweling was in dit circuit kreeg ik alle ruimte van Koomen. Als er in ‘mijn tijd’ een doelpunt viel, dan liet hij mij gewoon mijn gang gaan. Hij nam het commentaar niet uit handen. Dat was later op het WK en bij andere voetbalwedstrijden wel anders. Jack van Gelder had de gewoonte om bij elke goal zijn stem te laten horen. Dat vond ik wel eens jammer, maar verder was de samenwerking prima hoor.”

 

Sportclub Amersfoort

 

De laatste anekdote heeft te maken met Sportclub Amersfoort. De laatste profclub in onze stad was een kort leven beschoren. Opgericht in 1973 als voortzetting van de eerstedivisieclub HVC had SC Amersfoort grote toekomstplannen. Maar het werd geen succes. Er waren te weinig fans maar wel enkele geldschieters. Maar toen de hoofdsponsor in 1982 afhaakte en er geen opvolger kwam, was het snel gebeurd. Middenin de competitie, in december, ging de club failliet en werd SC Amersfoort uit de competitie gehaald.

Van Brakel: “Ik kreeg de opdracht van Hilversum om commentaar te gaan geven bij waarschijnlijk de allerlaatste thuiswedstrijd. Ik woonde toen al in Hoogland, dus Birkhoven was zo ongeveer om de hoek. Ik had toevallig van de omroep een Nagra in huis – een professionele bandrecorder waarmee ik live commentaar kon geven – en ik heb daar verslag gedaan. Ik weet niet meer wie de tegenstander was, ik ken ook de uitslag niet, maar ik vind het nog steeds wel opmerkelijk dat ik als betrekkelijk nieuwe inwoner van de gemeente Amersfoort een van de mensen was die de ‘begrafenis’ van de club meemaakte.”

 

Perstribune bij Omroep MAX

 

Govert van Brakel presenteerde van 1991-2009 op de zondagmiddag Langs de lijn, het vlaggenschip van de publieke radio. Na zijn pensionering bleef hij gewoon aan het werk. Hij viel hier en daar nog wel eens in en hij was jarenlang de vaste en bij een groot publiek geliefde presentator van De Perstribune, elke zondag op NPO Radio 1 te beluisteren van 12-14 uur. Het tweede uur ging altijd over de sport.

De baas van Omroep MAX, Jan Slagter, was een grote fan van Van Brakel. Hij wilde Govert graag behouden. Maar dat lukte Slagter niet. De presentator deed in september 2018 de deur van de studio figuurlijk dicht. “Het was mooi geweest.”
En toen was daar ineens die dikke pil, 440 pagina’s, onder de titel ‘Moet je horen…’; verhalen en anekdotes uit 100 jaar radio. Govert was enkele weken groot nieuws. Journalisten kwamen bij hem op bezoek. Hij vertelde zijn verhaal in radio- en tv-studio’s. Alles om het boek te promoten. De bescheiden Van Brakel verzucht: “Ja, dat was wel even wennen. Ik ben gewend om vragen te stellen, niet om antwoorden te geven. Maar het was leuk hoor. En een mooie promotie voor het boek.”

 

“Zelf sporten? Nou nee”

 

Tenslotte nog een bijzonder aspect dat alles weer een beetje op zijn kop zet. Was (en is) hij een enthousiaste sporter? “Helemaal niet”, klinkt het gedecideerd. Alleen in mijn jeugd heb ik een paar jaar op voetbal gezeten. Daarna heb ik nooit meer gesport bij een vereniging. Maar we fietsen en wandelen wel veel hoor.” Dat is hem aan te zien. Govert is een lange, slanke man met een sportief uiterlijk. Zo kan het dus ook.

Van Brakel, die vanwege de populariteit van de sport, journalistiek gezien veel met betaald voetbal te maken had, heeft zich daar nadrukkelijk van afgekeerd: “Ik kan bijna niet meer kijken naar betaald voetbal. Die onsportiviteit… De maffiose praktijken… Dat is toch niet normaal! En hoofdverantwoordelijk daarvoor is wereldbond FIFA.” En dan sluit hij af met een opmerkelijk historisch feitje over diezelfde FIFA: “De organisatie is in Den Haag opgericht door een bestuurder van de vooroorlogse Nederlandsche Voetbal Bond, de latere KNVB. Het bureau betrof niet meer dan een kamer in de Residentie…”

Sportverkiezingen

Column in het magazine KEI IN SPORT (Amersfoort)

Door Ted van der Meer

Als er sportverkiezingen worden aangekondigd, veer ik op. Ik heb een geschiedenis met dit fenomeen. Dat begon toen ik nog bij AVRO’s Sportpanorama werkte. Ik zat bij de radiotak, was presentator, interviewer, producer – dus een soort manusje-van-alles. In die tijd werden de nationale sportverkiezingen door onze tv-collega’s georganiseerd. Wij van de radio maakten eenmaal per jaar een special over de Sportstad van het Jaar.

De AVRO had prima presentatoren in huis. Het waren meestal keurige uitzendingen zonder uitglijders. De nummer één presentator was Ruud ter Weijden. Hij verstond zijn vak en dus zat de AVRO gebeiteld. Maar éénmaal liep het gierend uit de klauwen. Op de uitzenddag was Ruud behoorlijk ziek, maar hij was nogal ijdel en wilde per se dit prestigieuze programma presenteren. En dus had hij een doos medicijnen ingenomen. Dat pakte verkeerd uit. Hij ging enkele malen ernstig in de fout. Er kwamen brieven bij de AVRO binnen in de trant van “waarom stond er een dronkeman op het podium”. Best zielig voor Ruud. Hij had zich overschat en niemand om hem heen had hem kennelijk kunnen overhalen om de presentatie aan een collega over te laten. Het was een paar dagen nieuws en daarna ging het leven weer gewoon door. De affaire heeft Ruud geen serieuze schade toegebracht.

Bij een andere, ook enigszins beruchte uitzending was ik zelf betrokken. Sterker nog, vanwege mijn keuze voor een ingehuurde artiest was ik er volledig verantwoordelijk voor. De sportstad van het jaar was Amstelveen. Daarom zaten we met onze hele ploeg in die stad. Amstelveen was in die tijd een echte VVD-stad. De toenmalige burgemeester was Jhr. Mr. W.H.D. Quarles van Ufford. De man die de prijs uitreikte was AVRO-voorzitter (later staatssecretaris) Gerard Christiaan Wallis de Vries. Vriendjes van elkaar dus. Het dreigde wel enorm saai te worden. Dus verzon ik een list. Ik koos voor een truttige opstelling op het podium, met een Willem Duys-aquarium met vissen. Maar wat niemand wist, behalve mijn directe collega’s: ik had  Youp van ’t Hek ingehuurd als spreker. Youp, toen ook al een ‘beroepsontregelaar’, nam beide VVD’ers stevig op de korrel. De jonkheer vond het erg leuk maar Wallis niet, die ging klagen bij de directie. Mij maakte dat niet zoveel uit. We hadden ons doel bereikt: het was een uitzending waar nog veel over nagepraat werd, ook in de media. Er moest natuurlijk wel gescóórd worden…

Later in mijn carrière heb ik tien jaar zelf sportgala’s gepresenteerd. Dat deed ik in het Hilversumse Raadhuis. Hoe deftig het daar ook was, het gala was dat bepaald niet. De bobo’s ontbraken (behalve de wethouder sport en soms de burgemeester), want het ging de organisatie om de sporters, van piepjong tot stokoud. Het was altijd vol. Er werden tijdens het korte, flitsende programma volop prijzen uitgereikt en veren in achterwerken gestoken. Zo behoorde een sportverkiezing te zijn, was de mening van de gemeente en de jury waarin ik me prima kon vinden.

Het Amersfoortse sportgala heb ik helaas moeten laten schieten. Ik hoop dat het daar net zo vrolijk was als in de ‘mediastad’. Volgens het AD zat wel snor in de afgeladen Flint: “Er werd gedanst, het publiek werd onderhouden, maar het belangrijkste was toch wel de uitreiking van de jaarlijkse sportprijzen. Onder leiding van NOS-sportpresentator en AD-columnist Jeroen Stomphorst werden alle prijswinnaars bekend gemaakt.” En de sportman en -vrouw waren Koen Lems, de zwemmer, en het nationale atletiekfenomeen Femke Bol. Volgend jaar ben ik er weer bij.

* Ted van der Meer is journalist en schrijver, tevens oud-tenniscommentator van o.a. NOS, RTL en Eurosport.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Onverantwoorde investeringen in teamsporten?

Geplaatst op o.a. www.sportenstratregie.nl

Door: Ted van der Meer

Over een kleine acht maanden gaan de Olympische Spelen van start. De koorts loopt alweer behoorlijk op. Hoe klein de kansen op deelname in Tokio ook zijn, iedereen die ook maar een sprankje hoop heeft, zet alles op alles om dat doel te behalen. Ik heb enorm veel respect voor al die sporters die het proberen maar die in hun hart ook wel weten dat hun kansen gering zijn.

De gouden plakken worden over het algemeen gewonnen door individuen en natuurlijk de hockeyers, die steengoed zijn maar die ook wel het voordeel hebben van een niet al te grote concurrentie. Tijdens de laatste vijf Spelen behoorde de Oranje-équipe altijd tot de top 20. Het hoogtepunt was 2000 (Melbourne). Nederland eindigde in het medailleklassement op de achtste plaats met twaalf keer goud, negen keer zilver en viermaal brons.

Naast het winnende hockeyteam waren er zes sporters die de top van de Olympus succesvol hadden beklommen: Inge de Bruin (zwemmen) en Leontien Zijlaard-Van Moorsel (wielrennen) wonnen ieder goed voor drie gouden plakken, Pieter van den Hoogenband (chef de mission in Tokio volgend jaar) was in twee zwemdisciplines ongenaakbaar en de overige winnaars waren Mark Huizinga (judo), Jeroen Dubbeldam en Anky van Grunsven (resp. springen en dressuur).

Oranje scoort altijd goed

Bij de overige vier Spelen was er eveneens sprake van veel successen, met als ondergrens zestien medailles in 2008. Het minste aantal gouden plakken werd behaald in 2004. In datzelfde jaar was het totale aantal overweldigend: 22. Desondanks eindigde Oranje op de bescheiden 18e plek. Gezien het aantal medailles een relatief lage plaats, maar dat komt omdat de gouden plekken bepalen hoe de ranglijst eruit ziet.

De laatste Spelen, in 2016, waren individueel zeer succesvol. Er werd acht keer goud gescoord, zeven keer door een individu en eenmaal door een tweetal lichte roeiers. Het zijn alles bij elkaar prachtige prestaties, waar Nederland best trots op mag zijn.

Investeren in teams

De successen in teamverband zijn een stuk kleiner. De uitzondering vormde 1996. De hockeyers en de roeiers van de Holland Acht waren ongenaakbaar. Verrassend sleepten ook de Lange Mannen van coach Joop Alberda volleybalgoud in de wacht. Los van de bijna altijd goed scorende hockeyers was er in 2008 onverwacht een superprestatie van de waterpolosters. Het kan dus wel, af en toe. Voor een klein land doen wij het fantastisch. Maar voor sportkoepel NOC*NSF is dit niet voldoende. Na de kwalificatie van de beide hockeyteams en de voetbalsters moeten we méér. Er wordt met extra geld gejaagd op de kwalificatie van de nationale teams in het waterpolo, softbal, volleybal en handbal.
Is het wel verantwoord om steeds meer geld uit te geven aan één evenement in vier jaar tijd?

De kosten van OKT’s

Waar mogelijk worden er evenementen in ons land georganiseerd, de zogenaamde OKT’s. Miljoenen kost het alles bij elkaar. Een onzekere investering, want het ziet er voor de sommige teams niet al te best uit. Het leek er ook niet best uit te zien voor de handbalsters, die de laatste jaren een geweldige reputatie hadden opgebouwd. De WK-start – een nederlaag tegen laagvlieger Slovenië – leek de opmaat tot een rampzalige wedstrijdenreeks. Maar het team van bondscoach Emmanuel Mayonnade heeft zich opmerkelijk goed gerevancheerd en na de ruime overwinning op Servië ziet het er weer een stuk zonniger uit. Zelfs de nummer 1-positie in de groep is nog haalbaar, maar dan moet er wel gewonnen worden van favoriet Noorwegen. Een tweede of derde plaats is ook voldoende voor plaatsing in het hoofdtoernooi. Er is dus weer volop olympisch perspectief voor de vrouwen.

Mondiale concurrentie

Maar de vraag blijft: hoe erg is het eigenlijk als een aantal teams zich niet kwalificeert voor Tokio? Voor de sporters is het natuurlijk zwaar balen, maar moeten we er verbaasd naar kijken? Lijkt me niet. De concurrentie is loodzwaar. En zo populair zijn de genoemde sporten niet. Dat is in veel landen heel anders. Daar zijn meer fans, er is meer sponsoring. Als je een land van individualisten bent, is het dan nog wel verantwoord dat je krampachtig gaat proberen om de top te gaan halen? Niet alles is maakbaar. En wat er nog bij komt is dat nogal wat sporters (meestal zijn het vrouwen) hun heil zoeken in landen waar ze meer gerespecteerd worden en dus ook beter betaald. Het gevolg daarvan is dat er bij ons minder vaak gezamenlijk getraind kan worden dan bij de concurrenten. Dat zal waarschijnlijk niet gelden voor softbal en waterpolo maar wel voor volleybal- en handbal. Het is aannemelijk dat de dramatische WK-start van de handbalvrouwen daar wel wat mee te maken heeft.

Medaillespiegel

Mijn indruk is dat we in ons land wel extreem (te!) gericht zijn op de Olympische Spelen. Alles lijkt te draaien om die vermaledijde medaillespiegel. De laatste vijf Spelen behaalden we van 16 (minimaal) tot maximaal 25 medailles. Prima score toch? En wat doet het ertoe als het eens een beetje tegenvalt? Daar ligt toch bijna niemand wakker van?

En voor mij is de prangende vraag: is het wel verantwoord om steeds meer geld uit te geven aan één evenement in vier jaar tijd? Hoewel ik erg van topsport houd, vind ik het nóg belangrijker dat wij sportbeoefening wel gewoon blijven beschouwen als ‘prettig en gezond’. En laten we nou eerlijk zijn: zo gezond is topsport toch niet!

What do you want to do ?

New mail