De toekomst van badminton (2)

Gepubliceerd op onder meer:
www.badmintonline.nl en www.facebook.com

Van afbraak naar restauratie

Door: Ted van der Meer

In mijn eerste column (11-9-2019) meldde ik dat het voor sommigen een aantrekkelijk idee zou zijn om een nieuwe (recreatie)bond op te richten. Klinkt goed, maar ik ben er geen voorstander van. Laten we ons maar gewoon blijven richten op Badminton Nederland. BNL heeft wel meer dan een likje verf nodig. Een serieuze ‘restauratie’ is hard nodig. Doorgaan op de bestaande voet is onverstandig. Dat scenario leidt tot meer achteruitgang en dat wil toch niemand?

Afbraak districten
De bond heeft de afgelopen decennia fouten gemaakt, beslissingen doorgevoerd zonder daar diep over na te denken. De grootste blunder is dat de districten op een brute manier min of meer zijn afgeschaft. Natuurlijk, modernisering was nodig, maar de manier waarop dat gebeurd is, verdient geen schoonheidsprijs. Er was terecht veel verontwaardiging in badmintonland.
Grote veranderingen bij een bond als Badminton Nederland behoren met grote tact en fluwelen handschoenen doorgevoerd te worden. BNL moet het immers hebben van vrijwillige (onbetaalde) bestuurders. Ik heb enorm veel respect voor de inzet van vrijwilligers. Dáár moet de restauratie beginnen. Terug naar de achterban.

Rol van het Bondsbureau
Maar we hebben toch het bondsbureau; de professionals kunnen het werk toch doen?, hoor ik wel eens om me heen. BNL is geen rijke bond, die veel goedbetaalde professionals kan aannemen. Het personeel is hoogstens in staat om de vaste klussen te doen, dus zaken als competitie en toernooien, topsport en opleidingen en een béétje promotie.
Maar wat m.i. nog altijd dè primaire taak van een bond zou moeten zijn, de sport zoveel mogelijk uitdragen en dus ‘zieltjes winnen’, uitgerekend daar is nauwelijks tijd voor. Het is de omgekeerde wereld.
En zo zijn we terug bij de regio’s, c.q. districten. Zolang dat niet beter op poten wordt gezet, zal blijven gelden: Zonder nieuwe klanten geen florissante toekomst.

Top van de pyramide
Het bondsbureau kan aan deze ongewenste situatie weinig doen. Voor het beleid is het Bondsbestuur verantwoordelijk, in samenspraak met de Bondsraad (de Afgevaardigden). En de vraag is: werkt dat allemaal nog wel? Is BNL niet een ouderwetse organisatie in een nieuwe tijd die juist een heel andere insteek nodig heeft?
Veranderen is keihard nodig. Actie ook. Wil je iets aan je organisatie doen, richt je dan om te beginnen op de top van de pyramide. Die wordt bij BNL gevormd door (op dit moment) vier vrijwillige bestuursleden en één betaalde directeur (Barbara Mura). Zoals ik het bekijk zijn ze alle vijf behoorlijk onzichtbaar. Dat moet veranderen. De directeur en ook bondsvoorzitter Michel Bezuijen zijn het aan hun positie verplicht om veel meer naar buiten te treden. Ze moeten daadkracht tonen, via o.a. blogs, interviews en zichtbaarheid.
Datzelfde hoeft niet te gelden voor functies als penningmeester en secretaris maar weer wel voor het bestuurslid Topsport, Pieter van Soerland. Hij zal veel meer als spokesman naar buiten moeten treden om – op het oog soms nogal vreemde – beslissingen uit te leggen. De topsportsector is immers hèt uithangbord van de bond. Dat kun je niet zomaar neerleggen bij de Technisch Directeur.

‘Bestuur op afstand’
Een bestuur beslist, tenzij de Bondsraad dwarsligt. De vraag mag best weer eens gesteld worden: Heeft dit college nog wel de autoriteit om door te gaan? Wat mij betreft wel, maar alleen als het bestuur wordt uitgebreid met meer specialistische en actieve bestuursleden. Besturen op afstand werkt niet bij een moeizame bond als BNL.
Een nieuw bestuur behoort ook tot de mogelijkheden. Ik kan me niet voorstellen dat er geen andere, bekwame personen in het land zijn met een grote passie voor badminton, die deze uitdaging aan zouden willen gaan. En het is trouwens helemaal geen schande als één of meer leden van het huidige bondsbestuur wegens tijdgebrek afhaken. Zeker bij een drukbezette burgemeester met als onbezoldigde ‘bijbaan’ Badminton Nederland moet je daar begrip voor hebben.

In willekeurige volgorde even kort samengevat:
* Geef de regio’s/districten een steviger positie, met een eigen verantwoordelijkheid en dito budget.
* Breid het bondsbestuur uit met meer actieve leden.
* In ieder geval de voorzitter, topsportbestuurder en directeur moeten veel zichtbaarder worden voor de buitenwereld.

Tot column 3 en ik lees graag de reacties hieronder en op Facebook.
Reageren via e-mail kan ook (tedjmvandermeer@gmail.com).

Baskettrots

Column in het Amersfoortse magazine KEI IN SPORT

Door Ted van der Meer

Amersfoort heeft aardig wat topsport. Op eredivisieniveau en vlak daaronder vinden we onder meer rugbyers, tennissers, softballers, waterpoloërs en badmintonners. Basketbal doet in onze stad niet mee op topniveau, althans niet bij de senioren. Maar Crackerjacks, een basketbalclub met zo’n 400 leden, en tevens Crackerjacks on wheels (voor minder validen) is desondanks heel bijzonder.

Vorig jaar trok Crackerjacks de aandacht. De club werd uitgeroepen tot ‘Vereniging van het Jaar’. De website van de basketbalbond meldde: “Er ging een luid gejuich op in sporthal Zielhorst in Amersfoort, toen Crackerjacks te horen kreeg tot beste sportvereniging van Nederland te zijn uitgeroepen. De prijs bestaat uit diverse Masterclasses van professionals voor de vereniging. Bovendien maakt een productiemaatschappij een professionele promotiefilm om de Crackerjacks extra in de schijnwerpers te zetten.”
Preses Herman Beekelaar was terecht apetrots. Hij meldt dat de onderscheiding vooral te danken was aan “al die geweldige vrijwilligers die we hebben”.
Maar er was meer. Sportkoepel NOC*NSF besloot om Crackerjacks voor te dragen voor de Europese prijs #BeActive Local Hero Reward 2019. Dat is een enorme eer. Een belangrijk argument was “de innovatieve manier van werken van de sportclub. Crackerjacks transformeerde zichzelf van een gesloten vereniging zonder structuur naar een voorbeeldclub”.
Basketbal is een hele leuke sport met meer mannen dan vrouwen (maar de meiden rukken op), waarin dankzij een aantal trainers vooral de jeugd excelleert. Afgelopen seizoen speelde de onder 20-ploeg om het Nederlands kampioenschap. Dat gebeurde in het schitterende sportpaleis Landstede in Zwolle (noot: had onze stad maar zo’n geweldig sportcentrum). De Amersfoorters vochten met alles wat ze in zich hadden tegen Almonte. Ze stonden halfweg met zestien punten achter, kwamen gelijk en moesten in een kolkende sfeer (ik was erbij, dus het wàs kolkend) het hoofd buigen met de veelzeggende score 58-60.
Wat waren die gasten kapot na afloop, maar alla, ’s avonds – terug in Amersfoort – toch maar met z’n allen een biertje of frisje genuttigd. En zo hoort het. Een mooie reactie trouwens van coach Miro Kaposi in De Stad Amersfoort: “Als team zijn we de wedstrijd begonnen, als team zijn we geëindigd. En het publiek was geweldig. Almonte uit Eindhoven was deze keer scherper en ging met de beker naar huis.”
Mooi toch. Dat noemen we verliezen in stijl. Crackerjacks is een club om trots op te zijn. Dus op naar sporthal Zielhorst. En let dan ook even op de talenten van onder 18. Die spelen op het hoogste niveau, de eredivisie.

* Ted van der Meer is journalist en schrijver, tevens oud-tenniscommentator van o.a. NOS, RTL en Eurosport.

 

 

De toekomst van badminton (1)

Gepubliceerd op onder meer:
www.badmintonline.nl en www.facebook.com

De verdwenen 10.000 leden

Door: Ted van der Meer

Het is lang geleden, dat ik een column schreef over onze sport. Waarom ik aan Christ de Rooij, hoofdredacteur van dit platform, voorstelde om af en toe een verhaal op te sturen, heeft te maken met een mail van een verontruste badmintonpromotor over de stand van zaken, met als teneur: het gaat bergafwaarts met Badminton Nederland.

Maar eerst het goede nieuws. Zondag veroverde Mark Caljouw in Oekraïne zijn tweede internationale titel van 2019. Mark wil graag aan de Olympische Spelen van 2020 meedoen. Hoe moeilijk het traject ook zal zijn, hij zal alles op alles zetten om ‘Tokio’ te halen. Dat geldt eveneens voor twee sterke dubbels: Selena Piek/Cheryl Seinen en Selena/Robin Tabeling. Het zou knap zijn als één van de twee koppels het zou halen.
En nog meer positief nieuws kwam vanuit het bondscentrum in Nieuwegein. Tijdens de Yonex Dutch Open in oktober doen geweldige spelers mee en vooral één echte superster: de olympisch kampioene van 2016, Carolina Marin. De Spaanse heldin is een tijd weggeweest vanwege blessureproblemen en ze gaat nu proberen om vanuit achterstand de Spelen te halen om daar, wie weet, opnieuw goud te veroveren. En met de Nederlandse kanshebbers erbij belooft het dus een heerlijk evenement te worden in de Almeerse Topsporthal. Ik wens toernooidirecteur Hendrik Boosman en zijn team veel succes. En de ongetwijfeld vele fans natuurlijk heel veel plezier.

Limburgse koploper
En dan nog wat grappig nieuws; zie alinea 2.
Ik kreeg onlangs een bericht van mijn oude vriend uit Limburg John Silvertand (jarenlange verslaggever met een gezond-kritische instelling) waarin hij melding deed van de staat van het Limburgse badminton. Hij deed dat op een voor hem typerende (understatement)manier: “Het gaat bij ons niet zo best.” Hij kwam met een aantal pregnante, niet vrolijk makende voorbeelden over de Limburgse teruggang.
Maar ook hier was wel weer wat leuks te melden. Ooit had het diepe zuiden twee eredivisieteams, Roosterse BC en BC Victoria. Alleen Roosterse is nog over in de topklasse en wat lees ik zaterdagavond op pagina 15 van Teletekst? De club uit het ‘kerkdorp’ Roosteren met slechts 1400 zielen staat bovenaan in de eredivisie! Weliswaar na slechts één wedstrijd, maar toch… De 8-0 winst tegen de Groningse,  debuterende ‘studentenclub’ AMOR mag er wezen. Geniet van het moment, Limburgse vrienden, print de Teletekstpagina uit en hang ‘m boven de bar! Want het feest zal niet zo lang duren…

‘Geen trek in BNL-regeltjes’
En dan terug naar het begin. Uit de mail die ik twee maanden geleden ontving, begreep ik dat het slecht gaat met de georganiseerde badmintonsport. En of ik daar niet eens iets aan zou kunnen doen!? Mijn eerste reactie was: Hoezo kom je bij mij? Wat moet ik daarmee? Ik werd echter over de streep getrokken door nieuwsgierig makende cijfers die hij via een link had bijgevoegd. Ik lees al jaren de jaarlijkse ‘ledenrapportages’ van NOC*NSF, maar dit ging veel dieper. Er stonden ook berekeningen in over de feitelijke sportbeleving. En daaruit bleek dat BNL eigenlijk veel kleiner is dan de bond zou moeten zijn.
De bond sloot het kalenderjaar 2018 in december af met 37.600 leden. Het opmerkelijke nieuws was, dat er door ongeveer tien keer zoveel mensen regelmatig gespeeld wordt. We hebben het dus over zo’n 300.000, niet aan BNL gerelateerde badmintonners, die vrijwel wekelijks actief zijn. Een eyeopener, nietwaar?
Waar spelen die mensen? En waarom doen ze dat niet onder de hoede van de moederbond BNL? Het antwoord is niet ingewikkeld. Het zijn pure recreanten, liefhebbers van het spelletje dus, die het niet nodig vinden om lid te worden van een – vooral – ‘competitiebond’ met een woud aan regels waar ze geen boodschap aan hebben. Kan een flink deel van die honderdduizenden verleid worden om lid te worden van BNL? Zoals de bond nu is ingericht, is er maar één antwoord mogelijk: absoluut niet! Het roer zal radicaal om moeten, niet via bezwerende woorden maar via daden.

Afbrokkeling zet door
De ledenontwikkeling van BNL is zonder meer zorgwekkend. Jaar na jaar verdwijnen er leden. Als ik terugga naar de jaren 80 van de vorige eeuw, dan zien we dat de toenmalige Nederlandse Badminton Bond bijna 100.000 leden telde. Vooral vanwege de opkomst van andere takken van sport en een gebrek aan innovatie brokkelde de bond af. In het rapport komen de cijfers van 2013, 2017 en 2018 aan de orde. Alle uitkomsten geven een sterk dalende tendens weer. In 2013 had BNL 48.000 leden. Onder hen ongeveer 8000 jongens en 8000 meisjes. In vijf jaar tijd raakte de bond 31% van de jeugd kwijt. Het totale ledenverlies was 22%, meer dan een vijfde van het totaal. Een terugloop van 10.000 leden. Reken maar uit: als het zo doorgaat, komt binnen niet al te lange tijd de grens van 30.000 leden in zicht.

Tweede bond náást BNL?
Tijdens een meeting onlangs met enkele experts kwam de suggestie naar voren om naast BNL de Nederlandse Recreatie Badminton Bond (NRBB) op te richten. Het is een interessant en voor sommigen wellicht aantrekkelijk concept: een wedstrijdbond èn een recreatiebond naast elkaar. BNL zal hier niet enthousiast over zijn. Maar de recreanten misschien wel. Sportkoepel NOC*NSF zit niet te wachten op een tweede bond. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. Een voorbeeld. Er zijn twee ‘fietsbonden’: de Nederlandse Toer Fiets Unie (een recreatiebond met 74.000 leden) en de Koninklijke Nederlandsche Wieler Unie. Hier is dus ook een scheiding van wedstrijd- en recreatiesport. Vertalen we dit naar badminton, dan lijkt het me logisch dat de NRBB ook aanzienlijk groter wordt dan BNL. En een nieuwe bond hoeft natuurlijk niet per se lid te worden van NOC*NSF. Zie de Bossche Badminton Federatie met bijna dertig verenigingen op de ledenlijst.

Genoeg onderwerpen voor volgende columns dus!
Reageren via e-mail kan ook (tedjmvandermeer@gmail.com).

De eenzame fietser

Gepubliceerd op o.a. www.sportenstrategie.nl en www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Vorige week was ik een paar dagen in Zuid-Limburg. Genieten van wat men daar ‘het goede caféleven’ noemt. Bijpraten met enkele oude sportvrienden. Aan de staftafel ging het maar over één sportman: Tom Dumoulin. En het onderwerp was vooral (en tot mijn verbazing nog steeds!) zijn overgang van Sunweb, waar hij nog tot 2021 onder contract stond, naar Jumbo-Visma.

Het respect voor Dumoulin is groot, maar deze transfer zorgt nog steeds voor een diepe verontwaardiging. Van “dit doe je toch niet, hij lijkt wel een voetballer” tot “Tom heeft zijn ploeg verraden”. Grote woorden, maar dat brengt wielrennen teweeg in het diepe zuiden. Een contract schenden wordt niet gewaardeerd. Het is heiligschennis. De vraag is natuurlijk: waaróm deed-ie het? In het debatje kwam langs, dat er onderlinge fricties zouden zijn geweest tussen de ploegleiding en de renner. Het leek me niet logisch, want Sunweb vond ík in ieder geval een ‘voorbeeldploeg’, met een voortreffelijke manager.

Maar de ‘tijdlijn’ maakt wat meer duidelijk. Op 14 mei liep Tom Dumoulin in de Giro een zware knieblessure op. Ruim een maand later, maandag 17 juni, leek het weer de goede kant op te gaan. Deelname aan de Tour behoorde tot de mogelijkheden. Tom stapte in de auto op weg naar het trainingskamp in het Franse La Plagne. Onderweg bedacht hij zich plotsklaps en ging terug naar huis.

Eenzaam

De pater familias van de praatgroep, een goed ingevoerde Vlaming, wist te melden dat dit akkefietje vrijwel zeker de breuk heeft veroorzaakt. “Tom was gefrustreerd, eenzaam, hij voelde zich niet begrepen. Vanaf dat moment begon hij serieus over zijn toekomst na te denken. Blijft het Sunweb of heb ik een echt nieuwe uitdaging nodig? Dit zou nooit gebeurd zijn als hij in de Giro een topprestatie had geleverd.”

De conclusie kan zijn dat Dumoulin als gevolg van zijn blessures zijn anker was kwijtgeraakt. Hij begon te somberen en wilde een nieuwe omgeving. Het verhaal gaat dat hij ook overwogen heeft om helemaal te stoppen. Dankzij enkele goede gesprekken kwam hij tot de conclusie dat hij nog zeker zo’n vier mooie jaren voor zich heeft. En misschien heeft het hogere salaris van Jumbo-Visma hem dat extra zetje gegeven. Het gerucht over zijn overgang naar J-V werd na een paar weken bevestigd. Hoewel Sunweb niet blij was met de situatie kwam er toch een deal die ervoor zorgde dat de grootste sportheld van Limburg zonder veel gezichtsverlies kon overstappen.

Wie wint de Tour?

Dan de cruciale vraag aan de stamtafel: is Tom kandidaat nummer één tijdens de Tour de France in 2020? Iedereen was het erover eens, dat hij best kansen heeft maar hij is zeker niet dè favoriet. Dat is Egan Bernal, de 22-jarige Colombiaanse Tourwinnaar van 2019. Dumoulin is heel goed, allround vooral, maar in de bergen zal hij nooit heersen. Hij zal dus ook wat geluk moeten hebben. Daar stelde ik tegenover dat Dumoulin – met mogelijk Primož Roglič en Steven Kruijswijk aan zijn zijde – geweldige knechten heeft. Dat argument werd van tafel geveegd. Er zal niet één kopman komen. De grootste kanshebber zal op enig moment de steun van de anderen krijgen. Misschien wordt dat niet Dumoulin maar Roglič , de huidige koploper in de Ronde van Spanje.

Schaduwzijde

Wat er tenslotte ook nog ter sprake kwam, was het overlijden van Bjorg Lambrecht. Het was een in alle opzichten ongelukkige val in de Ronde van Polen die een einde maakte aan diens jonge leven (22). Zware en lichte ongelukken komen vaak voor in het wielrennen. En af en toe rijdt zelfs de dood mee. Het hoort erbij, hoe treurig ook.

Dumoulin heeft zware blessures opgelopen, maar hij krijgt de kans om vanaf het volgend seizoen weer gewoon mee te doen in de strijd om de prijzen. Dat geldt ook voor Kruijswijk, die geblesseerd de Ronde van Spanje verliet.

Maar in vergelijking met wat Bjorg Lambrecht overkwam, was dat allemaal klein bier. Zo’n (onnodig) sterfgeval komt keihard binnen. Het verplettert je. Dus wat konden we anders doen dan proosten op Bjorg en zijn familie en vrienden? We hielden het nauwelijks droog.

Zwemsport in zwaar weer

Gepubliceerd op onder meer:
www.sportenstrategie.nl en www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Het zal dezer dagen geen vrolijke bedoening zijn op de burelen van de KNZB. De zwembond zit met een stevige kater. De wereldkampioenschappen in Zuid-Korea waren een debacle. De ploeg onder aanvoering van bondscoach Marcel Wouda kwam met maar één medaille thuis. Ranomi Kromowidjojo, wie anders, won zilver op de 50 meter vlinderslag.
De langeafstandzwemmers in het buitenwater, Ferry Weertman en Sharon van Rouwendaal – tijdens de Olympische Spelen van 2016 beiden nog goed voor goud – kwamen op hun 10 km niet in de buurt van een medaille. In het 50-meterbad waren de prestaties uiterst schaars. Wel werden meerdere olympische deelnames gerealiseerd. Daarvoor was een positie bij de beste twaalf al voldoende.
Zelden presteerde Oranje zo beneden de maat. De enige echt positieve uitzondering kwam op naam van een relatief onbekende, de 24-jarige Arjan Knipping. De ‘Albert Heijn-vakkenvuller’ (die bijnaam zal hij niet snel kwijtraken) scoorde in de halve finale de tweede tijd op de 400 meter wisselslag. Een medaille leek zeker. Maar in de finale werd het nieuwe Nederlandse record van 4.13.46 ‘ingeruild’ voor een treurig stemmende 4.17.06. Knipping eindigde op een roemloze achtste plaats.

Toppers ‘op leeftijd’
Opmerkelijk is dat de sommige (oud-)kampioenen relatief gezien al behoorlijk oud zijn, zeker in vergelijking met veel andere landen. Tijdens de Spelen van Tokio is Kromowidjojo op een haar na 30 jaar oud; Femke Heemskerk, WK finaliste op het koningsnummer, de 100 meter, zal moeten presteren op de respectabele leeftijd van 33 jaar. De kansen van de twee op medailles zijn minimaal. De concurrentie wordt almaar sterker. De toplanden zitten niet stil. Waar blijven in Nederland de opvolgers?
Een ander opvallend feit is al een aantal jaren, dat Oranje vooral probeert te scoren op de kortste afstanden (50, 100) en de langste, de 10 km in het buitenwater. Waarom hebben we nauwelijks nog zwemmers op de 400, 800 en 1500 meter?

Zes miljoen subsidie
De zwembond incasseert vier jaar lang bijna anderhalf miljoen subsidie voor de sector topsport. Het rendement is zo op het oog zeer gering. Waren de prestaties op het WK misschien pech? Of was het een gebrek aan inzet in het pré-olympisch jaar om volgend jaar echt los te gaan? Lijkt me niet logisch. Eerder is het zo dat de belangrijkste medaillekandidaten last hebben van slijtage, fysiek dan wel mentaal. Dat gevoel heb ik in ieder geval bij Kromowidjojo. Weliswaar won ze een medaille, maar dat was wel op een niet-olympisch nummer. Op de 100 meter kon ze het slechts 50 meter bolwerken. Dit in tegenstelling tot Femke Heemskerk, die de laatste tijd juist weer opgebloeid is, getuige haar finaleplaats.

Positie Marcel Wouda
Is de trainingsstaf wel van voldoende kwaliteit?, is een veelgestelde vraag. Er wordt getwijfeld aan Marcel Wouda, de hoofdcoach. Dat geluid wordt natuurlijk sterker als je team het zo laat afweten. Wouda lijkt niet de man te zijn, die in minder dan een jaar een succesvolle ploeg kan smeden met kansen op individuele en estafettemedailles. Maar wat dan? Mijn suggestie zou zijn: Wouda weer naar de lange afstanden en een nieuwe, inspirerende hoofdcoach voor de overige zwemmers. Het enige niet geringe probleem: is er een topcoach op korte termijn beschikbaar?
Er is ook nog ruimte voor een andere theorie. Het gebrek aan kwaliteit ligt misschien niet aan de leiding. Het kan ook zo zijn dat we ons in een talentarme periode bevinden. Dat vindt in ieder geval de ervaren John Volkers van De Volkskrant. Hij stelde in een analyse dat “Nederland te maken heeft met een opdrogende poel van talent”.
Als dat het geval is, ziet het er voor het topzwemmen voor tenminste één of twee olympische periodes somber uit. Heeft NOC*NSF zoveel geduld met een sportbond, bij wie het water aan de lippen staat? Het lijkt me sterk. De zes miljoen kan wel beter gebruikt worden. De subsidies moeten er immers voor zorgen dat er olympisch eremetaal wordt binnengehaald. Dat is al geruime tijd de absolute focus van de sportkoepel.

Jacco Verhaeren
Er is wellicht een sprankje hoop voor de zwembond. De charismatische oud-bondscoach Jacco Verhaeren (de man die een belangrijk aandeel had in de successen van Ranomi Kromowidjojo, Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn) keert binnenkort terug naar Nederland na een succesvolle periode in Australië. Zou hij bereid en in staat zijn om het zwemmen weer een stevige push te geven? Het is misschien de laatste reddingsboei. Voorlopig kan worden vastgesteld dat de zwemsport in meerdere opzichten aan het verzuipen is. Er komen steeds minder kids die trek hebben in een jarenlang traject, dat in deze sport meestal ’s morgens om een uur of 6 begint. En er zijn te weinig professionele trainers en er is – wordt beweerd – te weinig trainingswater, als er al grote talenten zouden zijn.

De conclusie: het ziet er somber uit voor deze klassieke sport die ons, toeschouwers en tv-kijkers, zo vaak prachtige prestaties heeft voorgeschoteld.