Jeugdturner COEN LINN Neerlands beste

Gepubliceerd in KEI IN SPORT, Amersfoorts magazine

Door: Ted van der Meer

Amersfoort heeft er een nationale kampioen bij. Zaterdag 25 mei eindigde turner Coen Linn  na een bloedstollende apotheose bovenaan tijdens de meerkamp in de eerste divisie onder 18 jaar. Een dag later voegde hij daar nog eens vier individuele medailles aan toe.

“Ik ben heel erg blij met de winst in de meerkamp”, vertelt Coen. “En natuurlijk is twee keer zilver en brons individueel een goed resultaat, maar er had na de meerkamp nog iets meer ingezeten. Op rek werd ik bijvoorbeeld tweede met een minieme achterstand van 0,05 punt. Maar ja, dat hoort er natuurlijk ook bij.”
Bij het herenturnen bestaat de meerkamp uit zes onderdelen: vloer, paardvoltige, ringen, sprong, brug met gelijke leggers en de rekstok, het welbekende onderdeel van wereld- en olympisch kampioen Epke Zonderland. In de Alkmaarse finale moest Coen afrekenen met negen tegenstanders: “De top 4 was aan elkaar gewaagd. Het bleef spannend tot het allerlaatste moment.”

Zenuwslopend
Het was een enerverende dag voor de 17-jarige Linn en zijn fans: “Onze groep was opgesplitst in twee groepen van vijf. De ene helft startte op brug en de andere op rek waarmee ik begon. Het ging goed en dat was voor mij dus een prima start. Door een fout op vloer had ik na de tweede toestelronde een achterstand op de kopgroep. Voor het derde toestel, voltige, was ik het meest zenuwachtig. Maar toen ik eenmaal aan mijn oefening was begonnen en mijn magyar (het snel en soepel bewegen van de ene naar de andere kant, TvdM) had gehaald, verliep de rest van de oefening zonder grote problemen. Ik was erg opgelucht, ook al omdat ik mijn achterstand op mijn concurrenten aanzienlijk kleiner had gemaakt.”
Nadat de twee volgende onderdelen, ringen en sprong, ook goed waren verlopen, had Coen de achterstand ineens omgezet in een minimale voorsprong. De zenuwen gierden door de keel bij de kanshebbers en hun aanhang. “Het was aan het einde superspannend”, beaamt Coen. “Mijn naaste belager had sprong als laatste toestel en ik brug. Vaak wordt op sprong hoger gescoord dan op brug. Gelukkig was mijn brugoefening perfect.” Zijn hoge score bleek eindelijk goed genoeg voor ‘goud’. Het verschil met de nummer twee betrof 0,25 punt.

Via Leusden en Utrecht naar Zwolle
Coen Linn begon als zesjarige te turnen bij Impala in Leusden. Hij maakte zes jaar later de overstap naar turn4u in Utrecht. Maar daar bleef hij niet. Hij veranderde van school èn van turnvereniging. “In de overgang van 4 naar 5 VWO ben ik overgestapt van het Johan van Oldenbarneveltgymnasium naar het CSE Zwolle (Centre for Sports and Education, een officiële Topsport Talent School, TvdM). Dit had alles te maken met de beslissing van turn4u om te stoppen met het geven van trainingen aan jongens. Daardoor móést ik wel op zoek naar een alternatief. Dat werd RKDOS, een hele mooie turnclub in Kampen. Ik ben erg blij met de huidige situatie. Het gaat prima met zowel de school als de sport.”

Hoog niveau
Het bevalt hem uitstekend in Kampen. “RKDOS biedt mij, naast trainingen van een hoog niveau en een groep jongens waar ik goed in pas, ook de mogelijkheid om het turnen te combineren met mijn school. Ik kan nu ook in de ochtenduren trainen. Inmiddels train ik zo’n twintig uur in de week.”
Over zijn persoonlijke doelen: “Ik heb er altijd naar gestreefd om het beste uit mezelf te halen. Ik heb nog steeds veel plezier in wat ik doe en ik wil altijd blijven groeien. De beste kansen heb ik op vloer, voltige en rekstok.”

Bergtennis

Column in Kei in sport (Amersfoorts sportmagazine)

Door: Ted van der Meer

Dat was even schrikken. In 2008 werd de Dutch Open tennis plotseling verkocht aan de familie Djokovic. De verwachte langjarige traditie op de Bokkeduinen werd ruw verstoord. Na het roemruchte Melkhuisje (toptoernooi in de periode 1957-94) en enkele jaren Amersfoort is de Dutch Open terug in onze stad. De speellocatie is het park van ALTA. Dat is een sterke vereniging  met breedte- en topsport. In 2014 knalden de champagnekurken na het behalen van de landstitel.

Een grote club. Mooie, sfeervolle locatie. Ervaren organisatoren. Een aantrekkelijke toernooidirecteur in de persoon van oud-wereldtopper Tom Nijssen. Wat wil je nog meer? Het is verleidelijk om te concluderen dat we in onze stad een nieuw thuis hebben gecreëerd voor de internationale tenniselite. De nostalgische tennisfan mag dan dromen van de mooie tijden op het Melkhuisje (wereldtop) en de Bokkeduinen (subtop, soms top), dat niveau is nog ver weg. Daarvoor is het budget te klein. De Dutch Open 2019 wordt een bescheiden challenger met 46.600 euro prijzengeld. Na de vier Grand Slams, de ATP Tour 1000, 500 en 250 komen de challengers pas in beeld. De organisatie hoopt dat er naast een aantal talenten ook nog een paar bekende Nederlanders meedoen, zoals Robin Haase en Thiemo de Bakker. Zij kunnen het evenement smoel geven.

Op wereldtoppers hoeft de toeschouwer niet te rekenen. Het klinkt als een spoiler, maar het is beslist geen advies om weg te blijven. Het wordt juist een ontzettend mooi toernooi met talent en vechttennis. Men zet alles op alles om aan felbegeerde ATP-punten te komen om zo een paar stapjes te kunnen zetten richting de top. Ik heb zo het idee dat de finale uiteindelijk wordt beslist door niet al te bekende spelers. Maar het kan zomaar gebeuren dat de kampioen later uitgroeit tot een wereldtopper, wellicht zelfs een Grand Slam-winnaar. Het is eerder vertoond: Novak Djokovic in Amersfoort in 2006!

Deze Dutch Open begint bescheiden. Prima uitgangspunt. Laat Tom Nijssen en zijn staf eerst maar eens een goed georganiseerd, sfeervol toernooi neerzetten. Als het evenement een positieve indruk achter laat, is dat goed voor de tenniswereld en voor de stad Amersfoort, een van de sponsors van de Dutch Open. Dan is er perspectief op meer. Op groei.

Misschien een nieuwe traditie? Ik hoop het. Van 15-21 juli is hoe dan ook ALTA even het middelpunt van het vaderlandse tennis. Ik heb er nu al zin in. En in aardbeien met slagroom… Lukt dat, ALTA?

* Ted van der Meer is oud-tenniscommentator van o.a. NOS, RTL en Eurosport.

Celine’s magische sprong

Gepubliceerd in Kei in sport (sportblad in Amersfoort)

Door: Ted van der Meer

Wie kent haar, naast familie en vrienden? Wie weet dat ze een absolute topper is met de mogelijkheid om de Olympische Spelen te halen? Het zullen er niet veel zijn. Maar dat verdient ze niet. De geboren Amersfoortse CELINE VAN DUIJN (26) is wereldtop in het schoonspringen. Vorig jaar – op de fraaie datum 8-8-18 – leverde ze tijdens het EK in Schotland een sublieme prestatie op het moeilijkste onderdeel, de 10 meter torenspringen. Out of the blue deed ze een succesvolle greep naar de macht. “Ik had nooit verwacht dat ik goud zou winnen”, stamelde ze. “Dit was mijn droom!” Hoog tijd voor een nadere kennismaking met deze prachtige sportvrouw.

Terug naar het begin. Hoe zag je jeugd eruit?
Ik woonde in de wijk Kattenbroek met mijn ouders, mijn oudere broer Marcel, mijn jongere broertje Lennertjan en mijn zusje Janissa. Mijn basisschool, De Dubbelster, was lekker dichtbij. Wij woonden aan het einde van de straat, op loopafstand van de school. Daarna heb ik op mijn middelbare school, ’t Hooghe Landt College, mijn havodiploma gehaald.

Je sportloopbaan in Amersfoort begon niet met schoonspringen. Men kende je als een getalenteerde turnster.
Ja, dat vond ik een hele mooie sport. En ik was ook best fanatiek. Op een gegeven moment oefende ik vijf keer in de week bij GymXL. Ik begon daar trouwens al toen ik nog maar drie jaar oud was.

Dat is extreem vroeg.
Ik heb van mijn ouders begrepen dat ik na twee maanden al rechtop kon zitten. Met een kaarsrechte rug. En met negen maanden liep ik en op mijn derde kon ik fietsen. Ik was nogal leergierig en hield van uitdagingen. Mijn moeder zag dat ik boordevol energie zat. Daarom deed ze me op kleutergym, zodat ik me verder kon ontwikkelen, mijn energie kwijt kon en nieuwe uitdagingen had.

Je had het in je om een goeie turnster te worden. Maar toch ging je op je 16e schoonspringen. Wat was er misgegaan?
Mijn lichaam zat me in de weg. Op een gegeven moment had ik zoveel blessures dat het niet meer ging. Mijn onderrug was het grootste probleem. Daardoor kon ik geen flikflakken meer maken. Soms schoot het er ineens in, waardoor ik door mijn benen zakte en eventjes niet meer kon bewegen van de pijn. Daarnaast had ik ook een botkneuzing in mijn pols. Het herstel zou minimaal twee jaar gaan duren. En doordat mijn lichaam zo overbelast was, kwamen er nog andere pijntjes bij. Ik moest een keuze maken en dat werd tot mijn verdriet stoppen met turnen.
Maar ik zat niet bij de pakken neer. Ik wilde per se blijven sporten en dus ging ik op zoek naar een nieuwe uitdaging die bij mij paste. Dankzij een turnvriendinnetje kwam ik uit bij schoonspringen. Deze sport was voor mijn lichaam minder belastend. Ik vond het een mooie sport en ik had weer een doel voor ogen.

Schoonspringen oké, maar de 10 meter plank…
Zo begon het niet hoor. De eerste jaren heb ik gewoon de 3 meter gedaan. Daar kwam eind 2014 verandering in. Mijn voormalige coach Balázs Ligárt vroeg of ik het leuk zou vinden om de 10 meter eens te proberen. De reden daarvan was dat er genoeg vrouwen waren voor de 3 meter plank, maar niemand voor de 10 meter torenspringen. Ik ga een spannende uitdaging niet gauw uit de weg, dus ik zei ja.

Voelde je angst toen je ermee begon? Je kunt vanaf 10 meter immers heel ongelukkig met het harde water in aanraking komen.
Echt angst wil ik het niet noemen, maar spanning was er zeker. Je moet veel nieuwe sprongen leren vanaf een hoogte waar je niet mee vertrouwd bent. Dat geeft wel een enorme adrenalinekick. En als het lukt, heb je een onwijs gaaf gevoel. In je achterhoofd denk je natuurlijk wel aan mogelijke risico’s, maar dat houdt je juist scherp. En des te groter de kick wanneer alles klopt.

Hoe voelt het als je daar bovenop staat en je weet dat alle ogen op je gericht zijn?
Daar ben ik op dat moment niet mee bezig. Het is een en al concentratie. Ik sta daar om mijn sprong te maken en ik houd me niet bezig met wat er om mij heen gebeurt.

Ga even met me terug naar 8 augustus 2018. Het EK in Schotland was live te zien op Eurosport. Je maakte de mooiste sprongen van je leven. Het gevolg was een dik verdiende gouden medaille. Waar kwam dat ineens vandaan?
Ik had het niet zien aankomen en was compleet verrast. Ik weet wel dat ik goed kan springen, maar dit was ver boven mijn verwachtingen. Ik was zó blij, zó emotioneel ook. Het was een droom die uitkwam. Ik hoopte altijd wel dat het ééns zou lukken. Je werkt er elke dag zo hard voor om op het juiste moment te pieken. En als je uitgerekend op zo’n belangrijk evenement het allerbeste uit jezelf haalt, dan is dat gewoon onbeschrijfelijk. Ik zal dat moment en het gevoel daarbij nooit vergeten.

Je coach is Edwin Jongejans. Een bekende naam in jouw sport. Wat betekent hij voor jou?
Hij helpt mij met de weg naar de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Elke dag traint hij mij om mij beter te maken. Edwin heeft een positieve instelling en daardoor voelt het goed. Hij is heel belangrijk voor mijn verdere ontwikkeling als 10 meter springster.

Je bent fulltime topsporter. Hoeveel tijd besteed je aan je sport?
Ik train gemiddeld dertig uur per week. En daar komen dan ook nog de fysiobehandelingen en dergelijke bij.

Je bent in ons land niet vaak in beeld. Je toernooien zijn meestal in het buitenland. Daardoor is het haast onmogelijk om populair te worden onder het grote publiek. Hoe ervaar je dat?
Ik denk niet zozeer dat dat te maken heeft met weinig wedstrijden in ons land. Helaas is er maar weinig interesse voor schoonspringen, waardoor de internationale wedstrijden meestal niet op tv komen. Voor mij persoonlijk maakt het niet zo veel uit dat ik niet beroemd ben, maar voor eventuele sponsoring is het wel lastig. Met meer bekendheid en sponsoring zou onze sport zich beter kunnen ontwikkelen.

Hoe financier je je loopbaan?
Dat is nog niet zo gemakkelijk. Gelukkig heb ik afgelopen jaar mijn A-status gehaald, waardoor ik voor één jaar financieel ondersteund word door NOC*NSF. Ik moet mij dit jaar opnieuw bewijzen door op het WK bij de beste acht te komen of bij de beste drie op het EK. Dat zijn pittige doelen. Mocht ik het niet halen, dan moet ik weer terug naar de oude situatie toen ik ook nog ondersteund werd door mijn ouders: naast dertig uur trainen nog eens drie keer in de week werken als schoonspringcoach en één keer in de week als schoonmaakster.

Hoe is het gesteld met de sponsoring?
Ik heb momenteel één sponsor, Humble Buildings, waar ik enorm blij mee ben. Maar helaas is dat niet genoeg om van te leven, dus ben ik keihard bezig met het zoeken naar nieuwe sponsoren. Een lichtpuntje is dat sinds kort fotograaf Paul Bekkers kunstwerken van mij verkoopt waarbij de opbrengst voor mij is.

Wat zijn je verwachtingen voor het olympisch kwalificatietraject? Je richt je behalve de tien meter ook op het synchroonspringen.
In het schoonspringen kun je niet praten over verwachtingen. Het is een momentopname. Het is een jurysport en elke wedstrijd is anders. Je moet je op het juiste moment zien te bewijzen. Alle puzzelstukjes moeten maar net mijn zijn plaats vallen. Mijn doel is top 12, maar meer dan mijn best doen en gewoon alles geven kan ik niet.

Ooit houdt die spannende sportwereld ook voor jou op. Zie je dat leven al voor ogen?
Zover ben ik gelukkig nog niet, maar ik droom wel van huisje-boompje-beestje, van gelukkig zijn en anderen inspireren met mijn verhaal.

MEER INFORMATIE OVER CELINE:
celinevanduijn.com
paulbekkerssportart.nl/sporters/celine-van-duijn
teamnl.org/sporters/5789-celine-van-duijn/resultaten

Een heksenjacht in de atletiek

Door: Ted van der Meer

Ik kan me nog wel eens kwaad maken over onrecht in de sport. Ik vond het als jonkie al schandalig als mijn twee favoriete clubs (dat kon toen nog) Feyenoord en Ajax werden benadeeld door de scheidsrechter. Met de VAR is dat nagenoeg voorbij, wel een beetje jammer trouwens…

Veel later heb ik me meerdere malen zacht gezegd geïrriteerd over de straffen na aangetoond dopinggebruik. Ik heb niets tegen het principe ‘zonde en straf’, maar wel over de manier waarop deze wordt uitgevoerd. Er is nogal eens sprake van klassenjustitie. Een sporter met een ‘zware’ advocaat komt eerder weg met vrijspraak of een kortere straf dan een arme sloeber.

Een pregnant voorbeeld van dat laatste: een badmintonner in de onderste regionen van de eredivisie onderging een dopingcontrole waarbij de controleur open liet wie van het team zou plassen. De man die zich opwierp als ‘slachtoffer’ was zich van geen kwaad bewust. Hij werd toch betrapt omdat hij (realiseerde hij zich later) een week ervoor één jointje had gerookt. Badmintonbod NBB sprong niet voor hem in de bres en dus kon dopingbestrijder Herman Ram (oud-directeur NBB) hem de volle twee jaar schorsing opleggen.

Hypocrisie

En als het om wielrennen gaat is er nogal eens sprake van hypocriet gedrag. In de loop van de tijd zijn er heel wat wielrenners tegen de lamp gelopen. De een heeft er zijn leven lang last van, de ander krijgt een mooie positie bij een ploeg en/of bij de media. Misschien wat extreem, maar ik vind dat de echte boosdoeners in het wielrennen (of een andere sport) nooit meer zouden mogen werken in hun eigen tak van sport.

Maar het kan nog een stevige graadje erger. Echt kwaad werd ik een tijdje geleden toen de in Zwitserland gevestigde atletiekbond IAAF de Zuid-Afrikaanse Caster Semenya verplichtte om testosteron verlagende medicijnen te slikken. Haar hoge testosteronspiegel zou zorgen voor een ‘onsportieve strijd’. De verplichting betrof de afstanden 400 meter tot en met de Engelse mijl (1609,344 meter). Semenya weigerde en stapte naar de rechter. Een Zwitserse rechtbank heeft inmiddels de straf opgeschort.

Semenya vs. Ellen van Langen

Waren de tijden van de Zuid-Afrikaanse zo exceptioneel dat er inderdaad reden was om iets aan haar hormoonspiegel te doen (stel dat dat wettelijk zou mogen)? Het antwoord is ontkennend. Zie vooral de vergelijking met ‘onze’ Ellen van Langen:

  • 1982 (Barcelona) olympisch goud voor Ellen in 1.55.54
  • 2012 (Londen) zilver voor Caster Semenya in 1.57.23

Ze kreeg later alsnog de gouden medaille nadat de oorspronkelijke winnares, Maria Savinova uit Rusland, op doping was betrapt.

  • 2016 (Rio de Janeiro) goud voor Semenya in 1.55.28

Veertien jaar na Ellen’s gouden plak, was de tijd van Semenya dus nauwelijks sneller.

Integriteit

Dat een sportbond een zekere macht heeft is niet onredelijk. Maar als het gaat om de integriteit van het lichaam zou een sportorganisatie geen enkel recht mogen hebben. Ondanks de voorlopig gunstige ruling voor Semenya is het nog niet voorbij. IAAF: “Wij blijven op ons standpunt staan dat we een zo eerlijk mogelijke competitie willen. Daarin past deze maatregel. Vrouwelijke atleten met een van nature hoge testosteronwaarde hebben een voordeel. Internationaal sporttribunaal CAS heeft ons eerder in het gelijk gesteld. Indien nodig zullen we daarom in beroep gaan tegen de uitspraak van de Zwitserse rechters.”

Ongelijkheid

Is eerlijke sport mogelijk? Wel qua regels, maar niet als het om het lichaam gaat. Semenya heeft beslist een voordeel met haar hoge testosteronspiegel. Het zij zo. Het is ook niet fair als een basketballertje van 1.95 het moet opnemen tegen de 2.29 meter lange Yao Ming. En als ik naar de parasporters met hun blades kijk, heb ik ook zo mijn bedenkingen.
Ik blijf hoe dan ook achter Caster Semenya staan. Mijn oproep aan mijn oude held Sebastian Coe, de IAAF-voorzitter die in de jaren 80 een fenomeen was als middenafstandsloper, is dan ook: “Seb, toon je hart, stop met deze heksenjacht en ga weer normaal doen!”

Foto: CP DC Press / Shutterstock.com