Kanttekeningen bij een schaatsrel uit 1985

GEPUBLICEERD OP O.A. WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Perstribune

Op 30 november 2018 kwam de Volkskrant met sensationeel nieuws. De kop luidde: ‘Het mysterie van dopingkoffertje ontrafeld’ en de subtitel: ‘Hoe de urinestalen van Yvonne van Gennip en Ria Visser verdwenen’.

Het leest als een thriller. De eerste twee alinea’s alleen al:

Twee topschaatsers verbazen iedereen met hun prestaties. De volgende dag zijn de urinemonsters van Yvonne van Gennip en Ria Visser verdwenen. Waar was het koffertje waar ze in werden bewaard? 33 jaar lang wilde niemand er over praten. Tot nu.
Het vriest dat het kraakt als een man in een witte jas het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen binnenloopt. Het is zondag 13 januari 1985 en het is al laat. De man meldt zich bij de portier. Hij gedraagt zich alsof hij hier dagelijks komt. Hij weet precies wat hij wil.
De kern van het verhaal: de ingeleverde urinestalen van vier schaatssters (ook twee uit de DDR) zijn achterover gedrukt en nooit meer boven water gekomen. Sterke suggestie: Onze meiden hebben verboden middelen gebruikt. Het bewijs zit in het koffertje en daar moeten wij (schaatsbond) dus vanaf.

Waarheidsgehalte

Ik was vast niet de enige die in eerste instantie dacht: Ria en Yvonne hebben doping gebruikt. Maar even later: hoe zit het eigenlijk met het waarheidsgehalte? Wie waren de getuigen? Een bewijs is pas een bewijs als je twee onafhankelijke getuigen hebt en een ‘smoking gun’. Daar was en is geen sprake van. En dus bleef er van het artikel niet veel meer over dan die spannende story. Neem Douwe de Boer. Hij werkte als stagiair bij professor Jacques van Rossum in diens hypermoderne laboratorium. Een citaat:

De Boer vertelt hoe Van Rossum ­begon aan zijn zoektocht (naar het ‘dopingkoffertje’ – TvdM), samen met enkele individuen van de KNSB. De portier had een signalement van de dader gegeven: een lange, Nederlands sprekende man. Van Rossum heeft de portier daarop foto’s laten zien van potentiële daders. De Boer: ‘Op basis daarvan is Rob Pluijmers geïdentificeerd.’

Vaag verhaal. Geen ondersteunende notities, artikelen of brieven. Geen echte getuigen. Bij Van Rossum kunnen we niet terecht; ‘niet meer aanspreekbaar’. Bondsarts Pluijmers werkte bij Organon, de producent van het niet toegestane testosteronmiddel Andriol. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat het Pluimers wel móést zijn.

Harm Kuipers

In dit verband is er nog een interessante alinea. Deze betreft oud-wereldkampioen Harm Kuipers, in 1985 voorzitter van de medische commissie van de KNSB:

Het blad Schaats publiceert in september 1984 een artikel waarin Kuipers ervoor pleit om vrouwelijke schaatsers het verboden middel testosteron toe te dienen. ‘Als je een vrouw wilt laten trainen en sporten als een man, dan zul je haar ook het manlijk hormoon moeten laten gebruiken’, aldus Kuipers. Volgens hem is het de enige manier om de ­wereldtop in te halen en iets te presteren op de Olympische Spelen van Calgary in 1988. Kuipers: ‘Anders kunnen we het vergeten.’ Nu zegt Kuipers dat zijn uitspraken destijds ‘uit de context’ zijn gehaald.

Ik kan bevestigen dat het inderdaad verkeerd geïnterpreteerd zou kunnen zijn. Ik heb Kuipers meerdere keren gesproken, meestal telefonisch. Voor een van mijn radioprogramma’s heb ik hem geïnterviewd over doping. Hij vertelde me dat hij categorisch tegen verboden middelen was, maar dat er wel toegestane middelen waren voor schaatsers die sterker wilden worden

Mart Smeets

Achteraf gezien wordt er te veel waarde gehecht aan destijds gemaakte opmerkingen. Neem schaatscommentator Mart Smeets. Hij zei tijdens de live uitzending: “Hoe kan het dat we verleden jaar nergens waren en nu ineens is daar die doorbraak.” Smeets bedoelde hiermee: op de Winterspelen van 1984 werd er geen enkele medaille behaald en nu zijn ze zo succesvol. Dat vraagt elke sportverslaggever zich af als zich iets bijzonders voordoet, of het nu schaatsen, wielrennen of voetbal betreft. Maar dat betekent niet dat er doping gebruikt is. Feit is dat er na dat rampzalige olympische jaar veel harder getraind werd.

Beschadiging

Hoe prikkelend het krantenverhaal en de uitzending van Andere Tijden Sport ook waren, het was niet meer dan dat: spannend, lekker te lezen en te bekijken. Een feit is dat Van Gennip en Visser beschadigd zijn. Wie gelooft dat ze destijds ‘schoon’ waren? Er wordt getwijfeld aan de drie gouden medailles van Yvonne van Gennip in 1988. En dit alles zonder bewijs.
Het feit dat de kop in de Volkskrant de lading niet dekt, is geen rechtszaak waard vermoed ik. Als het stuk op een andere plek in de krant had gestaan, met een kop zonder het woord ‘doping’, was er weinig aan de hand geweest. Maar de scoringsdrift zal het gewonnen hebben. Ik ben benieuwd naar de mening van de ombudsman.
Andere Tijden Sport was minder sensationeel. Journalistiek meer to the point. Daar kan wel de vraag gesteld worden: was deze oude, ondoorzichtige affaire de moeite en het geld waard?