‘Chef Tokio’ en de Balkenendenorm

GEPUBLICEERD OP O.A. WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Het heeft heel wat voeten in aarde gehad, maar Pieter van den Hoogenband heeft zijn droombaan: chef de mission tijdens de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. Maar voordat het zover was, werd er een ruwe, onvoorspelbare route afgelegd. Er werd onderhandeld, gemanipuleerd, er waren boze stemmen binnen sportkoepel NOC*NSF maar uiteindelijk was er witte rook, met nog wel een nabrander op dinsdag 20 november.

Sportdirecteur Maurits Hendriks, die zelf als aangeschoten wild na de vorige Zomerspelen kansloos was voor de functie van chef de mission, kreeg zijn zin. Als hij het dan niet kon worden, dan maar zijn protegé Pieter van den Hoogenband. De man naar wie in Eindhoven een zwembad werd vernoemd, wordt liefkozend ‘VDH’ genoemd. Zijn grootste zwemprestaties: zeven olympische medailles, waarvan drie met de kleur goud.
Het was best logisch dat Hendriks aan Van den Hoogenband dacht. VDH was immers al enkele malen getest. Hij had in 2013 als directeur van het Europees Jeugd Olympisch Festival (EJOF) in Utrecht indruk gemaakt. En daarna was hij twee keer chef de mission tijdens het EJOF. Weliswaar ‘kleine’ functies vergeleken met het chefschap in Tokio en daarvoor al de European Games in Minsk (2019), maar hij had zijn visitekaartje in ieder geval nadrukkelijk afgegeven.

Populair bij atleten en media

Van den Hoogenband (40) ligt goed bij de sporters. Met zijn onvoorstelbare inzet, zijn noad-mentaliteit (Nooit Opgeven Altijd Doorgaan) is hij hét voorbeeld voor de jonge sporter die het allerhoogste wil bereiken. VDH heeft alles in zich om het als ‘chef Tokio’ waar te maken. De Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw moet het alleen nog wel even doen. Hij mag dan populair zijn bij sporters en media, bij NOC*NSF wordt hij nog wel eens beschouwd als ‘popi-jopi’ met te weinig inhoud. Jaloezie of realiteit? Het is een dunne lijn, zeggen waarnemers. Eén voordeel heeft hij in ieder geval: de huidige voorzitter van de sportkoepel, André Bolhuis (geen fan), treedt ruim vóór de Spelen in 2020 terug.

Pieters benoeming kwam niet zonder slag of stoot tot stand. Er was op Papendal wel degelijk twijfel. Is VDH echt zo gemotiveerd of doet hij het vooral voor het geld? Die vraag was gerechtvaardigd, want vanuit de boezem van NOC*NSF – en inmiddels ook bevestigd door NRC Handelsblad – werd gelekt dat de zwemvedette via zijn zaakwaarnemer Patrick Wouters van den Oudenweijer (van House of Sports) een salariseis van tweemaal de Balkenendenorm had neergelegd. Volgens de normen van 2018 dus een bedrag van 374.000 euro. En dat voor een positie die niet lang geleden door vrijwilligers werd uitgevoerd. Maar iedereen begrijpt dat dat anno 2018 niet meer van deze tijd is. Ook VDH’s voorganger werd stevig betaald.

‘Over my dead body’

Het gevraagde bedrag was onbespreekbaar voor het bestuur van NOC*NSF. Voor preses André Bolhuis (ooit zelf voor een bescheiden onkostenvergoeding chef de mission) stond er stevig in. ‘Over my dead body’ Zijn bestuur steunde hem. Het was slikken of stikken voor VDH.

Inmiddels was er al enige tijd sprake van een enorm mediaspel. Pieter, lieveling van De Wereld Draait Door, is ook nog eens columnist van De Telegraaf. Niet vies van een stevig stukje actiejournalistiek werden bij de krant alle registers opengetrokken om VDH op de zetel te krijgen. Andere media volgden dat patroon. Immers, sporters staan er bij media en fans beter op dan de bobo’s van Papendal, door columnist Ton Boot (ook De Telegraaf) niet zonder humor “het domicilie van het geheime metselaarsgilde De Sportkoepel” genoemd. Zelfs de Volkskrant, toch een tegenhanger van De Telegraaf, ging erin mee. Volgens die krant was er sprake van een ‘onnodige vertraging’

Salarissen top NOC*NSF

Dat is nog maar de vraag. NOC*NSF is een deels gesubsidieerde organisatie. Als naar buiten zou komen dat VDH (veel) meer zou verdienen dan bijvoorbeeld directeur Gerard Dielessen en sportdirecteur Maurits Hendriks, dan waren de rapen gaar geweest. Politiek Den Haag zou een sterk argument hebben om aan de financiering van de sector topsport te rammelen. Ook de sponsors zouden er niet blij mee zijn geweest; onrust rondom hoge salarissen zorgen immers voor veenbrandjes en daar zit niemand op te wachten.

Het was dus niet zo vreemd, dat de benoeming lang uitbleef. Er viel nog heel wat te onderhandelen. NOC*NSF gaf geen krimp. Pieter moest wel inbinden, anders had hij de baan niet gekregen. Volgens NRC Handelsblad kwam men uit op een bedrag tegen de Balkenendenorm

Blufpoker?

Iedereen leek tevreden, behalve wellicht het duo Van den Hoogenband/Wouters van den Oudenweijer. Of hebben de twee gewoon een spelletje blufpoker gespeeld om uiteindelijk te landen bij het bedrag dat ze al bij voorbaat voor ogen hadden? “Dat zou goed kunnen”, laat een goed ingevoerd bestuurslid zich ontvallen. “Het spel is hard maar fair gespeeld. Er is uiteindelijk constructief onderhandeld. Wij zijn blij met Pieter. Hij wordt ongetwijfeld een prima chef de mission.”

Tijdens de vergadering van NOC*NSF op 19 november werd het allemaal weer een stuk onduidelijker. Bolhuis meldde volgens de Volkskrant, dat VDH maar 19 uur per week mag declareren, dus feitelijk heeft hij een deeltijdbaan. Op vragen van de pers of VDH nu de helft ontvangt van het maximaal mogelijke bedrag van 187.000 euro (93.500) ging hij niet in. “Wij zeggen natuurlijk niets over salarissen.”
Op enig moment lekt natuurlijk uit hoeveel VDH nu echt verdient. Insiders laten weten dat het “richting de Balkenendenorm” gaat. Maar ook dat “Pieter in de praktijk veel meer uren gaat maken”. Officieel een halve baan, in de praktijk voltijds? De ‘Pieter-soap’ lijkt nog lang niet voorbij. Smullen voor de media. En het wachten is op de eerste Kamervragen.

WO II – Het drama van Hoogland

Column voor DeStadsbron.nl – 11 november 2018
Gepubliceerd op www.facebook.com

Door: Ted van der Meer

Ik schrijf deze column op 11 november 2018. Een markante dag. Exact honderd jaar geleden kwam de Eerste Wereldoorlog tot een einde. Zojuist een indrukwekkende tv-uitzending gezien die wereldwijd live werd uitgezonden.

In een treinwagon in het Franse stadje Compiègne werd met voor Duitsland uiterst vernederende voorwaarden de vrede getekend. Als 18-jarige jongens hielden wij ons niet met WO I bezig. Ook niet toen mijn vriend Cock en ik na een gelukkige liftbeurt vanuit Leiden in één ruk mochten meerijden naar Parijs. We lieten ons niet ver voor de hoofdstad afzetten. Dat bleek toevalligerwijs in Compiègne te zijn. Het was een leuk en gezellig plaatsje, waar we onze tent in het bos konden opzetten. We verbleven er drie weken, hadden vooral veel contacten met rondzwervende schoorsteenvegers (ik proef de goedkope wijn nog), bezochten er lokale cafés maar het beroemde feit werd niet besproken. Kwam misschien ook omdat we vooral interesse hadden in de fillettes.

Ik heb de indruk dat de Eerste Wereldoorlog de Nederlandse bevolking niet erg heeft beziggehouden. Niet zo vreemd. ‘Wij’ waren immers neutraal geweest in 1914-18. Nee, dan België. Dat land heeft verschrikkelijk geleden onder de oorlog, die 20 miljoen slachtoffers* eiste. Tot overmaat van ramp brak aan het einde van de oorlog ook nog eens de Spaanse Griep* uit. Aantal doden: 50 tot 100 miljoen. Een veelvoud dus van de oorlogsslachtoffers. Omdat het geen oorlog betrof, lijkt dit een detail in de wereldgeschiedenis te zijn geworden. Treurig eigenlijk.

19.000 Belgen vluchten naar Amersfoort
Ondanks onze neutraliteit had ons land en ook Amersfoort veel met de verschrikkelijke oorlog te maken. Een citaat op de website historiek.net*: “Het neutrale Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog een toevluchtsoord voor ruim één miljoen Belgen. Na de Duitse inval in België werd Nederland overspoeld door militairen en hun gezinnen. Daarvan kwamen er zo’n 19.000 naar Amersfoort. Een enorm aantal vergeleken met de 25.000 inwoners van de stad.”

De Tweede Wereldoorlog werd veel beter opgetekend, ook als het onze stad betreft. In de geschiedschrijving komt vrijwel altijd Kamp Amersfoort langs. Deze locatie was immers belangrijk voor de nazi’s, als doorgangskamp richting Duitsland. Op indebuurt.nl* las ik dat er in de verschillende kampen 353 Joodse Amersfoorters zijn gestorven. En in de stad zelf heeft 50% van de Joodse bevolking de oorlog niet overleefd. Verschrikkingen die lang geleden plaatsvonden, maar die we wel moeten blijven doorgeven, als waarschuwing.

Het drama van Hoogland
In 1945 maakte Hoogland nog geen onderdeel uit van Amersfoort; de annexatie vond plaats op 1 januari 1974. Ook Hoogland had met de oorlog te maken. Maar de situatie was daar geheel anders dan in de stad. Het was een rustig dorpje met veel boerderijen en dus veel groen. Hier vonden aardig wat onderduikers een veilige plek.
Volgens een van de sprekers tijdens een ‘literair diner’ in Hoogland is er geen enkele onderduiker verraden, met als reden: Iedereen kende iedereen, er waren beslist nsb’ers maar als een van hen iemand had verraden, was hij er zelf aan gegaan.
Hoogland kende wel een groot drama, opgeschreven door Henk van Middelaar, die ook bekend was als radiopresentator en maker van het tv-portret van zanger Ede Staal. In zijn in eigen beheer uitgegeven boek 23 april 1945, zes uur vertelt Van Middelaar het verhaal “van een dodelijke schietpartij aan de Schothorsterlaan in Hoogland. De dood van twee Duitse soldaten werd op die lentedag gewroken op zes mensen van een verzetsgroep, en op vader Smink en twee van zijn zonen plus op hun overbuurman, Brouwer” (citaat uit De Stad Amersfoort*).

Tien liquidaties dus, twaalf dagen voordat de vrede getekend werd. Hoe wrang is dat! Met deze verhalen in het achterhoofd valt het toch reuze mee met de ‘oorlogjes’ die de politieke partijen vandaag de dag met elkaar voeren, met onderwerpen als Westelijke ontsluiting en De glijbaan van de Amerena. We leven in een fijne tijd en in een prima stad, vindt u niet?

https://www.wereldoorlog1418.nl/statistieken/
https://historiek.net/spaanse-griep-1918-pandemie/79002/
https://indebuurt.nl/amersfoort/amersfoorters/5x-boeiende-feitjes-amersfoort-tijdens-tweede-wereldoorlog~4247/
https://destadamersfoort.nl/lokaal/henk-van-middelaar-presenteert-boek-over-oorlogstragedie-hoogland-229863

Amersfoorter Ted van der Meer is journalist, columnist en (beginnend) uitgever. Hij was sportcommentator bij NOS Studio Sport, Eurosport en RTL. Als kranten- en radioverslaggever in de sectoren sport en cultuur was hij werkzaam voor o.a. de AVRO, NOS, TROS, NRC Handelsblad en De Volkskrant.