Column op www.destadsbron.nl (Amersfoort) – met reacties

13 reacties

Opinie: Jullie hebben verloren, accepteer het gewoon!

door Ted van der Meer

Democratie, dat is een mooi ding. Zou je zeggen. Maar zelfs als alle spelregels gevolgd zijn, als tijdens het ‘proces’ meerdere keren is gebleken dat er voor een bepaald project een meerderheid is, dan nog zijn er tegenstanders die menen alle recht te hebben om besluiten niet te accepteren. Rare zaak, eigenlijk.

In Amersfoort is er al jarenlang een stevig chagrijn over de ‘westelijke ontsluiting’, een project van een paar kilometer met als collateral damage de kap van 3500 bomen, die volgens een harde toezegging wel gecompenseerd worden. Het project kost tegen de 70 miljoen euro. Wat je verder van de uitkomst ook vindt, de politiek – met wethouder Hans Buijtelaar als frontman en dus kop-van-jut  – heeft gesproken en geoordeeld dat de weg er moet komen. Toen er na de gemeenteraadsverkiezingen een nieuw college van burgemeester en wethouders was geïnstalleerd, werd er bekeken of er nog steeds een meerderheid was. Met steun van nieuwe partner GroenLinks was die aanwezig.

De protesten waren stevig. Er werd geprocedeerd, tot aan de Raad van State, het hoogste orgaan. In alle gevallen won de gemeente Amersfoort. Einde verhaal toch? Zou je zeggen. Maar zo werkt het niet in Amersfoort.

Vooral Groen Amersfoort blijft zich roeren. Onlangs nog tijdens een informatieve bijeenkomst in het stadhuis. Ik was erbij. De uitleg van de projectleider en naast hem Buijtelaar was logisch, consequent en begrijpelijk. Maar ‘de tribune’ was tegen, natuurlijk. Ik begrijp het, maar met wat grappige clowns, ludiek gezang en af en toe eens boe roepen, draai je zo’n ingrijpend besluit niet terug. Ook de ontmoeting gemeenteraad versus Groen Amersfoort gaat daar niets aan veranderen.

Ik vind het pijnlijk, omdat ik zelf ook geen voorstander ben. Laat ik in dit verband mijn eigen situatie even schetsen. Ik was een van de oprichters (en eerste voorzitter) van de nieuwe politieke partij Amersfoort2014; mijn collega’s waren oud-wethouder Ben Stoelinga en sportverslaggever Balt Gmelig. Ik was de beoogde lijsttrekker, maar bedankte voor de eer. Te weinig tijd en te onervaren voor deze functie (vond ik zelf). Een andere kandidaat die veel geschikter was, Stoelinga, kwam in de raad. Ik bleef nog even clubvoorzitter, maar toen ik een prima opvolger vond in de persoon van Martin Stoffer besloot ik de partij te verlaten. Niet omdat ik iets tegen de partij heb, maar omdat ik hecht aan mijn zelfstandigheid.

Tijdens mijn lidmaatschap speelde de westelijke ontsluiting al. Ik ging veldwerk doen. Met de stopwatch in de hand heb ik meerdere keren ’s morgens en ’s middags langs het traject onderzocht hoe de situatie was. Was er sprake van extreme opstoppingen? Ontstonden er levensgevaarlijke toestanden voor jonge kinderen en kwetsbare ouderen? Echt niet. Kleine ochtend- en avondvertragingen, dat wel. Maar dat is normaal voor een groeistad als Amersfoort. Conclusie: ik was tegen deze weg, het werd breed gedragen bij Amersfoort2014 en ik heb geen argumenten gevonden die me van mening deden veranderen.

Maar… ik ben ook een overtuigd democraat. Als er op alle mogelijke manieren is voldaan aan het proces, dan is het op een zeker moment ook voorbij. De tegenstanders hebben alles geprobeerd, maar ze hebben verloren. Ze moeten hun verlies nemen. Ophouden met traineren, met rekken. Geen zand meer in de machine. Stop ermee. Accepteer dat de strijd voorbij is. Maar blijf je vooral wel even fanatiek en enthousiast inzetten voor een groener en schoner Amersfoort. De ‘groenen’ hebben zich echt op de kaart gezet en dat is winst.

En dan nog even dit. Als de begroting – door de tijd ingehaald – niet haalbaar blijkt te zijn, dan kan de raad de westelijke ontsluiting alsnog schrappen. Waarschijnlijk grijpt de provincie Utrecht dan in, maar dat is een ander verhaal.

bijsluiter

Amersfoorter Ted van der Meer is journalist, columnist en (beginnend) uitgever. Hij was sportcommentator bij NOS Studio Sport, Eurosport en RTL. Als kranten- en radioverslaggever in de sectoren sport en cultuur was hij werkzaam voor o.a. de AVRO, NOS, TROS, NRC Handelsblad en De Volkskrant.

opmerkingen

De magie van sportradio

Gepubliceerd op o.a. www.sportenstrategie.nl

Na een saaie Ajax – Feyenoord in de Johan Cruijff Arena en een zouteloze Formule 1-race in Mexico met Max Verstappen van het begin tot het einde aan de leiding, draaide ik de knop om. Mijn oorspronkelijke onderwerp heb ik ‘geparkeerd’. Ik wil het over radio hebben, het medium dat je prima informeert, maar dat tegelijkertijd de fantasie ruim baan geeft.

De aanleiding van dit stukje: het verscheiden van twee uitstekende Langs de lijn-verslaggevers, Bert Nederlof en Ron de Rijk. Beiden deze maand overleden. Nederlof (72) op 6 oktober en De Rijk (66) exact drie weken later. Het waren niet de kleinste commentatoren. Zij versloegen, naast Jack van Gelder, in een verschillend tijdperk de grote duels van Oranje. Dat waren pareltjes. Als ik de kans had, keek ik met de radio aan naar de televisie. Heerlijk! Rotterdammer Nederlof was wat meer ingetogen dan De Rijk, maar hij had wel een fijne humor die ik als ‘typisch Rotterdams’ zou willen kenschetsen; als Feyenoordfan ken je je pappenheimers. Ron’s vader was voetbaltrainer en uit zijn commentaren bleek dat hij alle aspecten van de sport kon beoordelen: het spel zelf, de trainer, de scheidsrechter en de overkoepelende organisatie, de KNVB, waarvoor hij trouwens ook werkzaam was geweest.

Langs de Lijn

Ik heb zelf een carrière achter de rug als schrijver voor kranten en tijdschriften en als radio- en tv-commentator. Over het algemeen sport, maar in mijn AVRO-tijd heb ik ook veel mooie reportages en interviews mogen maken over cultuur en literatuur. Een heerlijk medium, radio. Ik durf nu wel op te biechten, dat werken voor tv weliswaar beter betaalt, maar dat het minder interessant en creatief is, omdat je altijd met beelden te maken hebt en hoewel je daar wel eens omheen kan praten, je moet het niet te gek maken. En bijzonder irritant: de in jouw ogen altijd te geringe zendtijd waardoor je alles in een paar minuten moet afraffelen, terwijl het onderwerp veel meer tijd verdient. En helemaal vervelend: als je net in een interessante tenniswedstrijd op Roland Garros zat, dan was het medium keihard. Stoppen, het Journaal komt eraan. Dan ontsnapte er wel eens een verwensing, maar die bereikte voor zover ik weet nooit de kijkers…

Radio is magisch. Als ik voor Langs de lijn op pad was, meestal voor de racketsporten, dan kon je je eigen toon bepalen en hoewel je natuurlijk ook afhankelijk was van de regisseur van dienst ging dat vrijwel altijd goed. Met mannen als Rob van der Gaast, Jaap Hofman, Ferry de Groot, Bram Gaillard en anderen zat je sowieso gebeiteld. De meeste regisseurs hadden veel humor en dat gold zeker ook voor de vaste muziekman Herman van der Velden, die een belangrijk aandeel had in het succes van de show. Langs de lijn was voor mij hét voorbeeld van geslaagde radio, dat geldt trouwens ook voor het broertje, Radio Tour de France.

Sportforum

Bij de AVRO had ik ook een geweldige tijd. We hadden minstens twee wekelijkse radioshows en soms wel vier. Niemand keek je op de vingers, we hadden (bijna) vrij spel. De topsporters waren in die tijd ook veel vrijer in het uiten van hun mening via de media. Nu is dat in de sport een stuk minder geworden. De meningen in Langs de lijn ontstaan via het duo Henry Schut / Hugo Borst. Op het gebied van show en entertainment is het met succeszender Radio 538 een stuk beter gesteld.

Ik luister nog altijd met veel plezier naar de radio. Niet zo lang geleden zat ik regelmatig in een sportforum bij BNR Nieuwsradio. Helaas heeft Sjors Fröhlich, de baas van BNR (en ooit succesvol sportverslaggever bij NCRV en NOS), de sport afgeschaft. Maar gelukkig heeft Radio 1 nog wel een stevig sportforum, vrijwel elke maandagavond van half 10 tot 11 uur. Voor avondradio-met-inhoud kun je prima terecht bij Radio 1, met prachtprogramma’s als Kunststof (19.30-20.30 uur), Langs de lijn en omstreken en Met het oog op morgen. Lekker luisteren, als je ’s avonds nog een lange autorit naar huis maakt.

Iconen

Bert (Nederlof) en Ron (de Rijk) zijn er niet meer, maar ze leven voor mij wel voort. Zoals ik ook nog wel eens terug denk aan radio- en tv-iconen als Theo Koomen, Frans Henrichs en Herman Kuiphof, die mijn jeugd hebben bepaald. Door hen en vooral ook de Engelse tenniscommentator Max Robertson wilde ik per se bij de radio gaan werken. Met enige steun van het (destijds) TROS-duo Evert ten Napel en Eddy Poelmann is het nog gelukt ook.

Wie vind jij op dit moment de beste?, roept mijn omgeving. Lastige vraag. Er zijn veel uitstekende verslaggevers, maar laat ik één naam noemen die er bij mij bovenuit steekt: Arman Avsaroglu. Wat een kanjer is dat.

De sportwereld verandert, wen er maar aan!

GEPUBLICEERD OP O.A. WWW.SPORTENSTRATEGIE.NL

Perstribune

In de 70’er jaren van de vorige eeuw werd in de tenniswereld de tiebreak ingevoerd. De meeste toppers waren tegen. Een decennium later was iedereen eraan gewend en was er geen vuiltje meer aan de lucht. Een aantal jaren geleden zag de supertiebreak het levenslicht. Dit fenomeen vervangt de derde set, meestal in het dubbelspel. Koppels spelen tot de 10, maar wel met een verschil van twee punten. Ook hier was aanvankelijk sprake van een ‘kramp’, maar inmiddels vindt bijna iedereen het prima. Ik voorspel dat ook de enkelspelers er op enig moment aan moeten geloven.

Het meest recent was het revolutionaire plan over de Davis Cup. De wereldbond ITF stemde in augustus met ruim 70 procent voor de voorgestelde verandering, die een einde maakt aan een 118 jaar oude geschiedenis. Geen vijf partijen meer, maar slechts drie (twee enkels en een dubbel) en alles best of 3 (twee gewonnen sets). De thuis- en uitduels zijn ook geschiedenis. In november 2019 wordt het toernooi met achttien deelnemende landen in één week afgewerkt. Er worden groepen gevormd en daarna kwart- en halve finales, afgesloten met de eindstrijd.

Afwezige toppers

De reacties onder de deelnemers zijn niet erg positief. Veel toppers zijn robuust tegen. Diezelfde cracks schitterden in het verleden echter nogal eens door afwezigheid. Voorgewende of echte blessures werden als argument ingebracht. In de praktijk kwam het Davis Cupduel niet uit vanwege het bomvolle schema van ATP- en Grand Slam-toernooien. En daar zat ‘m de pijn, vooral voor de fans. Als je rekent op een thuiswedstrijd tegen Zwitserland of Spanje en Roger Federer en Rafael Nadal zijn er niet bij, dan voel je je toch bekocht.

Een ander probleem met het oude systeem waren de onvoorspelbare lengten van de wedstrijden. Een best of 5-partij kon anderhalf uur duren, maar ook vijf uur of zelfs nog langer. Een superlange, spannende partij was geweldig voor de fans, maar de omroepen konden daar geen planning op loslaten, tenzij er een hele zender voor kon worden vrijgemaakt. Het logisch gevolg was dat de wedstrijden steeds meer op betaalde (online)kanalen terecht kwamen. Leuk voor de gestaalde fans, maar niet voor de sponsors. Tennis is op topniveau een puur commerciële sport en dus moeten er miljoenen gaan binnenstromen. Dat gaat in het nieuwe systeem gebeuren. Een investeringsgroep zou er drie miljard euro voor 25 jaar voor over hebben. Lineair gerekend betekent dat 120 miljoen euro per jaar. Tel uit je winst!

Botsende belangen

Kijken we wat breder, dan zien we wel vaker dat belangen botsen. Bijna altijd uit commerciële overwegingen (sponsors, tv e.d.) worden reglementen gewijzigd en evenementen gemodelleerd naar een systeem dat geschikt is voor televisie; de omroepen praten en kijken volop mee. De echte fans worden er niet altijd even blij van. Het zijn de bestuurders die beslissen.
Neem de recente Fanny Blankers-Koen Games in Hengelo. Mooie onderdelen waren geschrapt om er een snel, compact programma van te maken voor Studio Sport. NOS blij, maar de echte fans niet. Zij voelden zich slachtoffer van de commercie.

‘Reclamemomenten’

Als ik naar ‘mijn’ (racket)sporten kijk, dan hebben naast de tennissers ook de badmintonners en de tafeltennissers hun portie wel gehad. De badmintonners moesten afscheid nemen van een charmant en ingewikkeld puntensysteem om over te gaan naar games tot 21. En geheel toevallig moesten de tafeltennissers met leedwezen dag zeggen tegen het aloude 21-systeem. Daar wordt inmiddels gespeeld met games tot 11. Hierbij was het argument louter van financiële aard: in Azië moesten tijdens de live uitgezonden wedstrijden meer ‘reclamemomenten’ worden gecreëerd.

En dan de Olympische Spelen. Daar worden de laatste tijd onderdelen toegevoegd die topsportvreemd lijken te zijn. Dat gold in het verleden ook voor de BMX’ers. Dat is toch gewoon een beetje lekker raggen in de bossen of op een door de gemeente aangelegd baantje? In de loop der jaren is deze sport volwassen geworden. Aanvankelijk meewarig aangekeken, worden deze ‘atleten’ nu voor vol aangezien.

Groeisport: klimmen!

De realiteit is dat de sportwereld extreem aan het veranderen is. In ons land zijn ongeveer 10 miljoen actieve sporters. Waarschijnlijk minder dan de helft is lid van een vereniging die is aangesloten bij een ‘NOC*NSF-sportbond’. De overigen lopen hard, fitnessen (grootste sport van Nederland), fietsen of beoefenen een andere sport in een van de vele multisportcentra of in een zelf gehuurde accommodatie.

De klimhal wordt ook steeds populairder. Vooral de jeugd is er niet weg te slaan. En laat nu uitgerekend klimmen een van de nieuwe olympische sporten zijn. Het lijkt merkwaardig, want het is toch gewoon een leuk ‘dingetje’ voor de kids? Dat klopt, maar geldt dat niet voor veel sporten die inmiddels een grote traditie hebben? Die kant hoopt klimmen ook op te gaan. Volgens de cijfers van de Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging waren er in 2015 mondiaal al 35 miljoen geregistreerde klimmers; de helft jonger dan 25 jaar. Bondsvoorzitter Joachim Driessen: “De olympische status is een enorme impuls voor de klimsport. Wij verwachten een stevige groei.” In ons land zijn er al meer dan 30.000 klimmers; menig sportbond zou met dat aantal zijn handen dichtknijpen.

De wereld verandert snel en de ‘traditionele’ sporten moeten hun uiterste best doen om bij te blijven. Wen er maar aan.